zoeken binnen de website

Gezond digitaal ondernemersklimaat

Ben Kokkeler

door: Ben Kokkeler | 19 oktober 2017

Er is in Nederland een dicht vertakt netwerk ontstaan van winkelstraten, winkelcentra en bedrijventerreinen. Sinds een aantal jaren zien we vermenging van ruimtelijke functies met in het oog springende voorbeelden als revitalisering van binnenstedelijke voormalige fabrieksterreinen, binnenhavens en spooremplacementen. Minder in het oog springend is dat de snel vertakkende digitalisering hier een belangrijke bijdrage aan levert.

Digitale technologie en data zijn in alle functies van een bedrijf terug te vinden. Minder prominent of zelfs geheel buiten het zicht van gemeenten is de sociale veiligheidsfunctie van bedrijven. Een sociale functie die zich langs een aantal dimensies aftekent. Het leeuwendeel van bedrijven is MKB en familiebedrijf. Werk is een bepalend onderdeel van het dagritme van velen.

Hier liggen voor gemeenten nieuwe opgaven en nieuwe kansen. De decentralisatie van rijkstaken in het sociaal domein heeft de middelen en het instrumentarium aangereikt om nieuwe verbindingen te maken tussen het fysieke domein en het sociale domein. Deze verbindingen zijn in de eerste plaats lokaal, in eigen wijken en bedrijventerreinen. Daarnaast heeft de recente financiële crisis gemeenten genoodzaakt de onderlinge samenwerking aan te halen op regionale schaal, met provincies en natuurlijk met de regionale werkverbanden en adviesraden van ondernemers. Zichtbare resultaten hiervan zijn de retail deals en regionale afspraken over de planning van bedrijventerreinen.

In het digitale domein ontstaat de noodzaak om als gemeente nieuwe taken en activiteiten te ontwikkelen. Tot op heden is de taakopvatting van een gemeente: wij zorgen voor gunstige vestigingsplaatsfactoren en verder zorgen ondernemers voor zichzelf. Voor wat betreft ICT ging het hierbij vooral om infrastructuur, zoals de aanleg van breedbandverbindingen. Ook hier zien we grote veranderingen optreden. Enerzijds zien we dat digitalisering in alle functies van een bedrijf doordringt. Niet alleen in de automatisering van administraties, maar ook in de primaire processen. Producten en diensten zijn steeds vaker deels digitaal. Naast de grote voordelen die dit biedt voor de consument en de leverancier, zijn er qua veiligheid ook fikse risico’s. Ik wijs hier op drie soorten bedreiging.

Allereerst is er de kwetsbaarheid van bedrijfsprocessen voor hacking en andere vormen van verstoring met allerlei kwalijke gevolgen, waaronder afpersing. Het gaat hierbij om de interne bedrijfsprocessen, waaronder het aansturen van productieapparatuur, maar ook om de datauitwisseling in ketens van bedrijven. Cybercriminelen weten welke delen van ketensamenwerking kritisch zijn, bijvoorbeeld in de dagen voordat een oplevering van een bouwobject moet plaatsvinden. Juist op dat moment is chantage extra effectief. Een tweede voorbeeld zit in de hoek van persoonlijke bedreiging van personen die in bedrijven werkzaam zijn. Vrijwel iedereen beweegt zich in meer of mindere mate op social media: zelf, of in je sociale omgeving, van gezinsleden tot vrienden of teamleden in een sportclub. Het is voor criminelen niet moeilijk om hierin netwerken en patronen te detecteren en met gebruik daarvan interventies te plegen. Een derde voorbeeld is het intelligent worden van de omgeving. In het kader van de week van de veiligheid werd vorige week terecht gewezen op de noodzaak van goede camerabeveiliging bij bedrijven. De realiteit is niet alleen dat veel camera’s volstrekt uit de tijd zijn en geen bruikbare beelden leveren. Ernstiger is dat veel camera’s open to all staan: iedereen, ook criminelen, kan via internet meekijken in winkels, in winkelstraten en op bedrijventerreinen, om zich een beeld te vormen van de situatie en vervolgens goed voorbereide inbraken te plannen.

Tegen deze achtergrond is mijn pleidooi dat gemeenten het tot hun taak gaan rekenen te zorgen voor een gezond digitaal klimaat voor ondernemers. En dan met name kleinere ondernemers die letterlijk midden in de samenleving staan. De impact daarvan kan groot zijn: als deze werk- en winkelplekken veilig zijn, dan zal dat nadrukkelijk bijdragen aan de sociale veiligheid in de stad. In directe zin door het scheppen van veilige plekken. Maar vooral ook in indirecte zin, doordat burgers in de praktijk leren wat veilig digitaal gedrag kan betekenen.

Deze voortdurende aandacht voor een gezond digitaal klimaat is noodzakelijk. Niet voor niets spreekt het Rathenau Instituut in zijn studie (voorjaar 2017) over de “nooit gelopen race”. Digitale technologie schept zonder meer nieuwe kansen, maar uiteraard zijn er ook nieuwe risico’s. Ook het Rathenau Instituut vraagt extra aandacht voor het midden- en kleinbedrijf. Deze bedrijven beschikken over onvoldoende middelen, kennis en toegang tot kennis om passende maatregelen te kunnen nemen. Ze zijn niet in staat om zelf de vertaalslag te maken van beschikbare technologie naar hun eigen situatie; er is zogezegd sprake van een kennisasymmetrie tussen ICT-leveranciers en –gebruikers. Twee onderliggende factoren zijn daarnaast aan de orde. De basisbeveiliging is vaak niet op orde, inclusief het ondeskundige gebruik van software en van camerabeveiliging, maar ook de aandacht voor digitale veiligheid verslapt vaak snel na een campagne. Oplossingen liggen niet alleen binnen de bedrijfsruimte, zakelijk en privégebruik van devices lopen door elkaar, en juist ‘thuis’ wordt veel geëxperimenteerd en geleerd.

Gelukkig staat de gemeente niet alleen in deze nieuwe taakstelling. Naast landelijke campagnes en de inzet van het nieuwe nationale adviespunt voor MKB en cybercrime – het Digital Trust Centre – zijn er campagnes van banken en regionale brancheorganisaties. Ook de politie is actief in het gericht adviseren van bedrijven. In de komende tijd zullen we een reeks nieuwe apps zien die burgers en ondernemers actiever betrekken bij het politiewerk. Deze en soortgelijke ontwikkelingen laten zien dat gemeenten vooral de taak van verbinder, aanjager en regisseur kunnen pakken. Veel is er al, in onderdelen, maar de verbinding ontbreekt om bijvoorbeeld als winkelstraat als geheel digitaal veilig te zijn. Vooral onder kleinere bedrijven zijn er nadrukkelijk zwakkere broeders. Die zijn erg geholpen met maatwerkscans en regelmatige audits. De gemeente kan hierin bijvoorbeeld bruggen helpen slaan naar plaatselijke beroepsopleidingen van waaruit studenten waardevol praktijkonderzoek kunnen doen. De rol van regisseur biedt met name kansen waar het gaat om horizontale coördinatie rond signalering en handhaving, waarin inzet van big data analyses een verbindende schakel tussen ondernemers kan gaan vormen.

Naast de digitale stormvloedkering op nationaal niveau is er noodzaak dat gemeenten, samen met ondernemers, politie en andere belangengroepen, concrete plannen opstellen om barrières op te werpen tegen het regionaal optrekkende grondwater van cybercrime en ondermijnende activiteiten met digitale middelen. Gemeenten beschikken daartoe over de juiste schaal en middelen, zeker als regionale samenwerking wordt gevonden.

Ben Kokkeler is lector Digitalisering en Veiligheid aan de Avans Hogeschool

tags: ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.