zoeken binnen de website

Luiheid als leidraad

Arjan Widlak

door: Arjan Widlak | 15 oktober 2019

Soms is een reactie even onthullend als de feiten zelf. Voor deze zomer schreef ik een column over het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag (VOG). Een recordaantal van 1,2 miljoen organisaties bleek zo’n VOG te vereisen in 2018.

De rubriek Digitaal verdwaald toont opzienbarende en frustrerende ervaringen in de digitale wereld. Zelf een ervaring gehad? Mail ons!

De aanvraag van een VOG zit best elegant in elkaar. De toekomstige werkgever moet een aanvraag klaarzetten door aan te geven wat de aard van de functie is. De sollicitant ontvangt dan bericht om een VOG aan te vragen. Als vertrouwde derde beoordeelt de overheid die en de uitslag gaat naar de sollicitant. Zo wordt een strafblad niet bekend, maar kan de werkgever toch selecteren op delicten relevant voor de functie.

Het idee achter deze overheidsdienst is dat wie zich eerder schuldig maakte aan bepaald crimineel gedrag dat ook in de toekomst eerder zal doen. Wie veel te hard heeft gereden kan daarom beter geen kinderen naar de voetbalclub rijden en wie eerder fraude pleegde is niet geschikt als penningmeester. Onderzoek – zo schreef het WODC – bevestigt dit in het algemeen. Maar niet altijd. De voorspellende kracht verdwijnt, naarmate het delict langer geleden is en varieert naar soort delict en de frequentie. In theorie kan een VOG dus effectief zijn mits daar rekening mee wordt gehouden. Al is het effect in de praktijk gering. Maar in elk geval moet daarvoor de aard van de functie bekend zijn.

Logisch dus dat minister Dekker (VVD) voor rechtsbescherming een motie ontraadde waarin werd voorgesteld burgers zelf een VOG te laten aanvragen. ‘Een vermelding van de precieze werkzaamheden door de werkgever is zeer relevant’, schreef hij op 21 mei.

Maar hoewel het niet de bedoeling is, kan een burger in de praktijk wel zelf een VOG aanvragen. In het digitale proces namelijk blijkt het mogelijk dat elk bedrijf met eHerkenning een aanvraag kan klaarzetten voor elk ander bedrijf. In mijn column van 25 mei wees ik daarop met het verhaal van Max. Hij kwam terecht op een website die hem als sollicitant naar de functie vroeg. Daarmee zet de persoon achter de site een aanvraag klaar alsof hij hij de toekomstige werkgever is. Wat natuurlijk niet zo is. Het prijsverschil met het papieren proces maakt het mogelijk te claimen even duur te zijn als de gemeente en zo winst te maken.

Kamerlid Groothuizen (D66) stelde vragen. Hoe oordeelt de minister over een verdienmodel gebaseerd op het ontwijken van deze stap, die hij juist daarvoor “zeer relevant” noemde? De minister bevestigt de feiten, maar schrijft nu: “Ik vind het niet bezwaarlijk.”

Blijkbaar hangt het antwoord van de minister af van de vraag of zijn ministerie iets moet doen. Want wat op 21 mei nog maatschappelijk zeer relevant is en dus niet kan veranderen, kan enkele weken later zonder bezwaar worden ontweken als blijkt dat juist daarvoor iets moet gebeuren.

Arjan Widlak is directeur en onderzoeker bij Stichting Kafkabrigade, een organisatie die onnodige bureaucratie opspoort en oplost. Arjan publiceert regelmatig over de impact van informatietechnologie op het openbaar bestuur.

Deze bijdrage is eerder (24 augustus 2019) geplaatst in Het Financieele Dagblad

tags: , , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.