zoeken binnen de website

Ruimteoorlog

Jan van Ginkel

door: Jan van Ginkel | 11 april 2019

Als ik nou even alle volgeschreven bibliotheken over de legitimering, positie en rol van de overheid platter dan plat sla, dan blijft de essentie van de overheid fier overeind staan.

Die essentie is met twee woorden te duiden. De overheid ordent en de overheid biedt veiligheid. Ordening en veiligheid dus. De overheid ordent de prioritering in de zorg, ze stelt de toegang tot onderwijs veilig, ze voert een planologisch beleid, ze bewaakt de individuele en collectieve vrijheid. En zo kan ik nog even doorgaan. Steeds is het publieke handelen terug te voeren op ordening en veiligheid. Vanzelfsprekend kun je met elkaar een democratisch debat voeren over de wijze waarop de overheid aan deze twee essenties invulling geeft, of de kwaliteit ervan voldoende is, of de onderliggende afwegingen voldoende in balans zijn, et cetera. Maar dát de overheid ordent en veiligheid biedt, is niet in discussie.

Dit publieke handelen speelt zich af in de concrete, tastbare werkelijkheid van ruimte en tijd. In het sociale domein van de interactie tussen mensen, in het fysieke domein van de gestructureerde buitenruimte; zo ook in het economisch domein, in het domein van de handhaving, zelfs in het spirituele domein. Maar ik constateer bij de overheid nog steeds een blinde vlek voor dat ándere domein, daar waar ruimte en tijd letterlijk niet de pakken zijn. Ik bedoel het virtuele, digitale domein. In die digitale ruimte laat de overheid datgene waartoe ze op aarde is, waarin ze steengoed is en waarin ze een ongekende ervaring heeft, grotendeels braakliggen. Ik zie een overheid die het virtuele domein nauwelijks ordent en daarin zo goed als geen veiligheid biedt. Ongelooflijk. Ongeloofwaardig vooral.

Wie anders immers dan de overheid zou in de leemte moeten springen die het digitale domein omspant?! In Amerika zijn het de techgiganten die de norm bepalen, in China is het de staat die bepaalt. Ik verlang ernaar dat op het Europese continent het democratisch openbaar bestuur haar positie pakt in ordening en veiligheid. Want er is veel in het geding in de digitale ruimte. De ruimteoorlog is allang gaande.

Het gevecht op het slagveld kent drie fronten. Die van macht, van markt en van mens. Ik licht ze toe. Op mondiaal niveau veranderen platforms de machtsverdeling binnen onze wereldorde. Grootmachten zien deze verzamelpunten van data als een uitgelezen mogelijkheid om hun denkbeelden te verspreiden en hun invloedssferen te handhaven en uit te breiden. Zo kan het Chinese Golden Shield alle buitenlandse sites blokkeren en heeft het daarachter tal van eigen internationale diensten ontwikkeld; de taxidienst DiDi is meer waard dan Uber. De hardware en 5G-netwerkdiensten van Huawei worden met zodanig veel argwaan bekeken dat Pete Hoekstra, de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, daar openlijk actief tegen lobbyt. Technologie is immers geopolitiek. En andersom.

Op het front van de macht worstelt de overheid duidelijk met haar veiligheidstaak. Ook op marktniveau ligt er een front. Datagedreven markten functioneren fundamenteel anders dan traditionele waardeketens doordat grote datahouders in staat zijn hun dominantie te verbinden met andere, schijnbaar niet-verbonden, markten. Denk aan Google die in verzekeringen doet. Hier speelt het principe van ‘the winner takes it all’: een kleine voorsprong op de concurrentie leidt tot een disproportioneel groter marktaandeel. Monopolieposities liggen op de loer, marktfalen dreigt. De overheid biedt hiertegen onvoldoende verweer omdat de toezichthoudende organen in hun handhaving nog niet zijn toegerust op deze disruptieve markten. De ordeningstaak faalt.

Het derde front ligt op mensniveau. De digitale ruimte roept een leegte op waarbinnen geen geschikte antwoorden zijn op nieuwe existentiële vragen: wie kan ik nog geloven?, wie weet wat van mij?, komen mijn beslissingen nog wel tot stand vanuit mijn eigen vrije keuze?, kan ik mij wel uiten zonder dat dit ten eeuwigen dage is vastgelegd? Wat ik zie, is een verlegen overheid die onvoldoende de individuele veiligheid van haar burgers ordent in een wereld die zich kenmerkt door digitale overvloed.

Toch constateer ik tot mijn genoegen ook dat er intussen voorzichtige eerste aanzetten zijn door de overheid om in beginsel in te stappen in die ruimteoorlog. Ik noem twee voorbeelden. Zo goed als elke zichzelf respecterende grotere overheidsorganisatie en samenwerkende overheidspartijen hebben wel een digitaliseringsstrategie. Als je die documenten leest vanuit de perspectieven ordening en veiligheid, dan zijn ze hoopgevend.

De gloednieuwe Data Agenda van de Rijksoverheid is daarvan een lichtend voorbeeld. Laat is nooit té laat. Net zo hoopgevend is de recent gehouden Digitale Top. Op deze conferentie zijn maatschappelijke coalities gesmeed om tot moreel geladen antwoorden te komen op de uitdagingen die het virtuele domein aan onze samenleving stelt. Ik noem als voorbeeld de strategieontwikkeling om tot normering voor kunstmatige intelligentie te komen. Ik vind dat een prachtig initiatief tot het bieden van ordening en veiligheid op een algoritmische aarde.

Waarom ik van deze voorbeelden blij word? Omdat ze aansluiten bij wat volgens mij de richting is die de overheid moet kiezen ten aanzien van de genoemde kerntaken. De kerntaak ordening vraagt om brede samenwerking én om regelgeving, normering en handhaving. En ook, zeker zo belangrijk, om investeren in kennis en opleiding. De andere kerntaak, het bieden van veiligheid, vergt het aanjagen van een breed maatschappelijk debat over ons gezamenlijke morele kompas. Individuele burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en kennisinstellingen buigen zich dan over de vraag welke Europese waarden we willen beschermen, verdedigen en zelfs groter maken in een situatie waarin macht, markt en mens onder druk staan. Daarvoor is inzicht nodig, wijsheid nodig. Daarvoor is visie nodig.

Visie ja. Een geloofwaardige visie van een fiere overheid. Want de ruimteoorlog win je niet met vechten maar met visie.

Jan van Ginkel is concerndirecteur en loco-provinciesecretaris van de provincie Zuid-Holland.

reacties: 1

tags: , ,

  • Stefan Bakker #

    12 april 2019, 15:02

    Ik las dit met veel plezier en instemming.

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.