Technologie als kans voor vernieuwing

door: Willem Pieterson, 8 maart 2018

Het is weer verkiezingstijd en dat is altijd een mooi moment om vooruit te kijken en te filosoferen over wat de overheid anders en beter kan doen, vooral in de context van technologie. Voor de verandering wil ik het eens niet hebben over de stokpaardjes van technologie die vaak de revue passeren, zoals cybersecurity, de gevolgen voor privacy en de mogelijkheden van blockchain, maar over de gevolgen van technologie die vaak onderbelicht blijven.

Vorige week was ik in Praag voor een bijeenkomst van de Europese Commissie over ‘Werk 4.0’ [1], oftewel de gevolgen van de zogenaamde ‘vierde industriële revolutie’ voor de arbeidsmarkt en de rol van de overheid daarin. Onder de aanwezigen waren vertegenwoordigers van de Commissie, diverse lidstaten en organisaties als de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development). Een van de punten van consensus was dat we ons zorgen moeten maken over de toekomst. Niet alleen over de arbeidsmarkt, maar over het functioneren van de overheid in meer brede zin.

‘Fourth industrial revolution’ of ‘second machine age’

Willem Pieterson


De technologische ontwikkelingen gaan snel. Erg snel. De iPhone is net tien jaar oud, vijftien jaar geleden bestond Facebook nog niet, twintig jaar geleden bestond Google als bedrijf nog niet, vijfentwintig jaar terug was er nog geen GSM-netwerk in Nederland en dertig jaar geleden bestonden Microsoft Office en Windows 3.0 niet eens. De ontwikkelingen gaan niet alleen snel, ze lijken ook steeds sneller te gaan. Dit komt voornamelijk door de wet van Moore, die stelt dat de capaciteit van de computerchip elke (ruwweg) 18-24 maand verdubbeld. Het gevolg is drieledig:

  • Computers worden in de tijd steeds krachtiger waardoor nieuwe mogelijkheden toepassingen van computers ontstaan.
  • Daarmee daalt ook de prijs van computers, waardoor het steeds aantrekkelijker wordt om overal computers in te stoppen.
  • De verdubbeling van de capaciteit betekent dat de ontwikkelingen niet lineair zijn, maar exponentieel, waarmee prijsdaling en toename van capaciteit dus steeds sneller gaan.

Willem Pieterson

Het resultaat is dat we in een periode van grote technologische verandering zitten. Deze wordt door Klaus Schwab, oprichter van het World Economic Forum, aangeduid als de vierde industriële revolutie en door wetenschappers Brynjolfsson en McAfee als het tweede machine tijdperk. In beide gevallen signaleren de bedenkers van deze termen dat deze periode voor grote maatschappelijke verandering gaat zorgen, vanwege de mate waarin technologie en maatschappij elkaar beïnvloeden.

Wat zijn de gevolgen?

Doemdenkers verwachten met name dat technologie een slachting gaat aanrichten op de arbeidsmarkt, zo becijferden wetenschappers Osborne en Frey in 2013 dat zo’n 47 procent van alle banen in de Verenigde Staten op de tocht zou staan vanwege automatisering. Veel andere onderzoeken stellen dat het met het vervangen van mensen door robots voorlopig nog wel mee zal vallen, maar wel dat de banen van de meeste mensen zullen gaan veranderen. Bijvoorbeeld doordat technologie een deel van het werk vervangt, maar ook doordat technologie flexibilisering, globalisering en mobiliteit faciliteert. De gevolgen van deze interactie tussen technologie en maatschappij leiden tot een aantal zorgwekkende ontwikkelingen waar we nu de eerste signalen van zien. Een aantal voorbeelden (die van belang zijn voor de overheid):

  • Positie en rechten werknemers


Meer en meer mensen werken in zogenoemde Alternatieve Werk Arrangementen (AWA). Zo werken meer mensen parttime, met flexibele contracten, of als zelfstandige op technologische platformen. Gevolg is dat meer mensen in een situatie van ‘precarious employment’ leven. Ze werken net genoeg om voldoende te verdienen, maar hun positie staat continu onder druk. Ander gevolg is dat de positie van werknemers als sociaal partner zwakker wordt; lidmaatschap van vakbonden daalt en veel participanten in de platformeconomie hebben minder rechten dan (voltijds)medewerkers. Hierdoor kan de sociale positie van veel mensen verzwakken.


Dit vraagt om een herbezinning van niet alleen de relatie tussen werknemers en werkgevers, maar ook om de sociale positie van werkenden en de sociale voorzieningen van de overheid voor werkenden in AWA of ‘in between jobs’.


  • Onderwijs en scholing


Doordat de technologische ontwikkelingen zo snel gaan, lopen we sneller het risico dat de kennis en vaardigheden van mensen gaan achterlopen. Zo liet een onderzoek van Deloitte in 2016 al zien dat momenteel een kwart van alle studenten een opleiding volgt voor banen die wellicht ten tijde van het afstuderen niet meer bestaan. Ook volwassenenonderwijs en ‘life long learning’ worden daarmee steeds belangrijker. Tegelijkertijd is het onderwijsstelsel daar nu niet op ingericht. Om hiermee om te gaan werkt de Franse overheid aan een systeem van credits die door burgers gebruikt kunnen worden om wanneer dan ook onderwijs te kunnen volgen. Ook de soort onderwijs gaat door technologie veranderen. Het wordt minder belangrijk om kennis op te doen of vaardigheden te leren die ook door machines gedaan kunnen worden. Meer belangrijk worden de human literacy skills (zoals communicatie, probleemoplossend vermogen en creativiteit), digitale vaardigheden en de technische vakken (STEM; Science, Technology, Engineering & Math).


Dit vraagt om een drastische herziening van het huidige onderwijssysteem, waarbij onderwijs niet langer een ‘life event’ is, maar een proces voor het leven. Technologie kan een belangrijke rol spelen in dat proces.


  • Belastingen en financiën

Een van de belangrijkste gevolgen van automatisering, is de invloed op financiën. Ten eerste leidt de vervanging van arbeid door machines ertoe dat het aandeel van het nationaal inkomen uit arbeid daalt en dat van kapitaal toeneemt. Zolang de arbeidsproductiviteit toeneemt kan het inkomen van mensen nog steeds toenemen, al signaleren mensen als Klaus Schwab (zie boven) dat de arbeidsproductiviteit al sinds de eeuwwisseling nauwelijks meer toeneemt. Indien deze trend toeneemt (door Brynjolfsson en McAfee ‘The Great Decoupling’ genaamd) kan dat gevolgen hebben voor de overheidsinkomsten, aangezien de belastingtarieven op arbeid doorgaans hoger zijn dan die op kapitaal. Een tweede gevolg is dat de lonen onder druk komen te staan, vooral vanwege de toenemende concurrentie tussen mens en machine. Gevolg is een daling van koopkracht, consumptie en toenemende ongelijkheid. Mocht er inderdaad grootschalige werkeloosheid ontstaan door automatisering, dan suggereren velen dat een Universal Basic Income een oplossing is om mensen in ieder geval een inkomen te geven, maar hoe dat te financieren als we niet nadenken over een belasting op robots (zoals gepropageerd door mensen als Bill Gates en Elon Musk) of een andere herziening van het financiële stelsel?


Ook hier geldt dus dat we de discussie aan moeten gaan over de wijze waarop we de overheidsfinanciën ook in de toekomst op orde houden. Dat geldt zowel voor de landelijke overheid, maar ook voor de gemeenten.

  • Besluitvorming en organisatie


Ten slotte is het belangrijk om de besluitvorming en organisatie van de overheid aan te stippen. Overheidsorganisaties staan niet bepaald bekend als de meest snel veranderende organisaties en processen binnen de overheid duren vaak lang. Ik stipte dit punt al aan tijdens een discussie in 2016, georganiseerd door Gebruiker Centraal. Een voorbeeld. De gemiddelde doorlooptijd van een wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer is ongeveer 375 dagen.

Ter vergelijking. Binnen vijf weken na de lancering had het spel Pokémon Go honderd miljoen gebruikers in de Verenigde Staten (dat is ongeveer dertig procent van de populatie). In Nederland zorgde de lancering van Pokémon Go bijvoorbeeld voor problemen met spelers op treinrails en in de natuur bij Den Haag, waarbij de overheid niet bepaald snel was in het nemen van maatregelen. Soortgelijke taferelen zagen we rondom Uber, AirBnB en drones en dan zal ik het niet hebben over de rol van ‘fake news’ bij verkiezingen en de steeds mondigere burger die andere verwachtingen en eisen van de overheid heeft. Hierover stelt Schwab treffend: “Governments in their current form, will be forced to change as their central role of conducting policy increasingly diminishes due to the growing levels of competition and the redistribution and decentralisation of power that new technologies make possible.” [2] Met andere woorden: overheden moeten veranderen onder druk van de technologie.


De vraag is niet alleen hoe we wetgevende processen kunnen versnellen, de vraag is ook hoe de overheid als uitvoerende organisatie slagvaardig kan blijven opereren in een omgeving die steeds sneller veranderd.

Nu we aan de vooravond staan van de gemeentelijke verkiezingen, hebben we de kans om, in ieder geval op gemeentelijk niveau, te gaan nadenken over de toekomst van de overheid en de rol van de overheidsorganisatie in de toekomst. Zoals hierboven uitgewerkt is technologie hierin een bedreiging, maar ik wil graag duidelijk maken dat technologie ook een kans is. Dan moet de overheid (net als andere organisaties overigens) wel beter begrijpen wat het disruptieve karakter van technologie is en hoe technologie ingezet kan worden voor een beter openbaar bestuur en een betere samenleving.

[1] Zie bijeenkomst en bijbehorende paper
[2] Schwab, K. (2016). The Fourth Industrial Revolution. London: Penguin House. Pagina 68-69

Willem Pieterson is onder meer verbonden aan het Center for eGovernment Studies

reacties: 1

tags: ,

- - - - -

  1. Paul Ruijgrok (VVD Gouda) #

    12 maart 2018, 09:55

    Goed advies, maar hoe wil je dat gaan doen?

    - - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.