Een nieuwe aanpak op een solide basis

door: Larissa Zegveld, 20 februari 2017

Rob Meijer vertelt in zijn boek ‘Terug naar de Toekomst’ over de geschiedenis van het informatie- en automatiseringsbeleid van de Nederlandse overheid tussen 1985 en 2015. Wouter Welling schreef er op deze website een aardige analyse over en Rob Meijer gaat zelf in een aantal blogs op iBestuur dieper in op de bevindingen uit zijn boek. Ik herken heel veel van zijn conclusies. En van de acht lessen die Wouter uit het boek destilleert.

Twee grote lijnen springen er wat mij betreft uit: de overheid heeft moeite om snel op technologische ontwikkelingen aan te sluiten èn lijkt niet in staat om eenmaal begonnen ontwikkelingen goed af te ronden.

Om met de laatste constatering te beginnen: die wordt duidelijk geïllustreerd door de ontwikkeling van de GDI. Dat is inmiddels een vitale infrastructuur voor de hele Nederlandse overheid, met essentiële onderdelen als DigiD. Als dat niet functioneert, dan ligt de dienstverlening van de overheid stil. Je zou dus denken dat er alles aan wordt gedaan om deze infrastructuur goed draaiend te houden. Dat is helaas niet het geval. Er zijn inmiddels weliswaar afspraken over de financiering, maar van een solide structurele financiering en governance is nog steeds geen sprake. Er ontstaat een in mijn ogen overbodige bestuurlijke drukte over de verschillende onderdelen van de GDI, zoals de Berichtenbox. In navolging van de oproep van de Estlanddelegatie, eerder op deze website gepubliceerd, zou ik zeggen: wijs één verantwoordelijke partij aan die ervoor gaat zorgen dat een basisvoorziening, zoals de Berichtenbox, wordt voltooid. Dan hoeft de rest zich er niet meer mee te bemoeien. Doe dat met alle onderdelen van de GDI en zorg ervoor dat de basis daarmee op orde komt.

Als de basis op orde is, dan kan de overheid haar dienstverlening en bedrijfsvoering moderniseren. Dan komen we bij de tweede grote lijn uit het boek van Rob Meijer die ik herken uit mijn eigen praktijk: de moeizame aansluiting van de overheid bij technologische ontwikkelingen. De ontwikkelingen gaan zo snel dat we als overheid permanent achterlopen. Dat moet anders en dat kan anders, als we op een andere manier gaan werken. Ik vind dat we als overheid moeten ophouden met onze focus op het doorgronden van innovaties en dat we veel meer moeten leren anticiperen en bijsturen. Dat we bijvoorbeeld niet proberen te begrijpen wat een technologie als blockchain tot in detail inhoudt, maar dat we leren te duiden welke gevolgen deze technologie op ons werk èn op de maatschappij kan hebben. Dat we als het ware een klimaat scheppen waarin de overheid continu kan anticiperen op wat er in de samenleving gebeurt. Dat gaat veel meer om mensen en om cultuur dan om technologie.
Deze tijd vraagt om een andere manier van werken, die de overheid in staat stelt om veel sneller op veranderende eisen in de samenleving in te spelen, op alle domeinen en taken: van dienstverlening tot handhaving. Ik zie dat wel gebeuren, want we zullen wel moeten. Anders verliezen we als overheid echt de aansluiting bij de samenleving. Hopelijk gaan de ontwikkelingen in de komende dertig jaar een stuk sneller dan in de dertig jaren die Rob Meijer voor zijn boek bestudeerde.

reacties: 1

tags: ,

- - - - -

  1. Dirk-Jan de Bruijn | Innovatiecentrale #

    27 februari 2017, 09:07

    Mooie woorden Larissa, knap geformuleerd: ben het volstrekt met je eens. Eén suggestie: maak de sense of urgency in de denklijn groter door een rechtstreekse koppeling te leggen met waardecreatie. Noblesse oblige, zeker voor een land dat nummer 6 staat op de lijst van rijkste landen ter wereld. Als we dat welvaartsniveaus ook morgen en overmorgen vast willen blijven houden – en dat willen we -, dan betekent dat vandaag stoppen met dit getut en meer leiderschap tonen!

    Ciao, Dirk-Jan

    - - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.