Overheid in transitie
Nieuws

5 oproepen vanuit de Uitvoering: kabinet gaat actie ondernemen

Het kabinet onderschrijft het belang uitvoering te geven aan de vijf oproepen die in het rapport zijn gedaan om een toekomstbestendige publieke dienstverlening te bewerkstelligen.

‘Het kabinet realiseert zich dat oog voor uitvoering en uitvoerbaarheid van het beleid erg belangrijk is, zodat ook het doel van het beleid kan worden bereikt’, schrijven minister Carola Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en minister Hanke Bruins Slot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de kabinetsreactie op de eerste Staat van de Uitvoering. Het kabinet wil aan de slag gaan met de vijf oproepen in het rapport.

Het kabinet herkent het geschetste beeld uit de Staat van de Uitvoering en onderschrijft het belang uitvoering te geven aan de vijf oproepen die in het rapport zijn gedaan om een toekomstbestendige publieke dienstverlening te bewerkstelligen. Tegelijkertijd wijzen de ministers erop dat het goed is om ook te beseffen dat een verbetering van de publieke dienstverlening niet van de één op de andere dag te realiseren is. ‘Daar is een brede verandering voor nodig bij beleidsmakers, publieke dienstverleners én binnen de politiek. En dat kost tijd.’ Omdat de Staat van de Uitvoering constateert dat meer nodig is dan de huidige verbetervoorstellen en de al in gang gezette verbeteringen door de ministeries komt minister Schouten sowieso nog dit jaar met een herijking van het werkprogramma van het programma Werk aan Uitvoering (WaU).

1. Complexiteit verminderen

De Staat van de Uitvoering noemt de complexiteit van wetgeving en de stapeling van nieuw beleid als grootste knelpunt voor mensen, bedrijven en uitvoeringsorganisaties. De eerste oproep is het door beter en minder beleid voor burgers en ondernemers minder complex te maken. ‘Vereenvoudiging is een langdurig proces met vaak lastige dilemma’s’, schrijven de ministers. Capaciteit is zo’n dilemma wanneer je vernieuwingen wilt doorvoeren, terwijl de publieke dienstverlening op peil moet blijven. Ook mag vereenvoudiging voor het ene domein niet complicerend werken voor het andere domein.

Niet alles moet in regels worden vervat en ‘we moeten met elkaar het gesprek aangaan hoe we elkaar ruimte bieden’.

Vereenvoudiging is alleen kansrijk als het kabinet en de Kamer ‘doorlopend rekening houden met eenvoud bij het ontwikkelen en beoordelen van wet- en regelgeving’. ‘Dit betekent dat niet alles in regels moet worden vervat en ‘dat we met elkaar het gesprek aangaan hoe we elkaar ruimte bieden’.

2. Uitvoering betrekken bij beleidsvorming

De tweede oproep is om de uitvoering vanaf het prilste begin bij beleidsvorming te betrekken. Op haar beurt roept het kabinet de publieke dienstverleners op met beleidsvoorstellen te komen daar waar zij knelpunten in de uitvoering signaleren en daar waar doelstellingen van beleid en regelgeving niet worden bereikt of alleen via nodeloos ingewikkelde trajecten. Eind maart 2023 is het Beleidskompas gelanceerd en ingevoerd binnen alle ministeries. Dat moeten helpen bij het maken van goede wetgeving en beleid. Hierbij zijn de perspectieven van mensen en bedrijven het startpunt, en daar wordt de uitvoering vanaf het begin bij betrokken.

3. Vermijd debat op incidenten

De derde oproep is om het politieke debat niet meer te voeren op incidenten en de korte termijn, maar een gezamenlijk beeld van trends en dilemma’s in de publieke dienstverlening te ontwikkelen. De Staat van de Uitvoering noemt ook de spanning tussen korte termijn budgettering en lange termijn organisatieontwikkeling.  Het kabinet wil in gesprek met publieke dienstverleners om de balans te zoeken tussen urgente problemen op de korte termijn en opgaven die een lange termijn visie vragen. Daarnaast wil het kabinet in de volgende edities van de Staat van de Uitvoering lange termijn trends en ontwikkelingen over de domeinen heen zien en meer transparantie in de cijfers rond de ontwikkeling van de productiviteit.

4. Sturen en bijsturen vanaf het begin en tijdens de uitvoering

Laat de verantwoordingsplicht achteraf plaatsmaken voor een open gesprek over hoe de uitvoeringspraktijk beter of anders moet, was de vierde oproep. Oftewel: naar sturen en bijsturen vanaf het begin en tijdens de uitvoering. Het openlijk bespreken van knelpunten en dilemma’s in de uitvoering wordt, net bij als actuele maatschappelijke ontwikkelingen, al georganiseerd. Ook de Kamer moet dit in reguliere debatten oppakken, vindt het kabinet. Daarbij wil het kabinet nieuwe vormen van sturing en verantwoording verkennen waarbij ‘de maatschappelijke opgave en het realiseren van waarden die we als samenleving zinvol vinden’ centraal staan.

5. Gegevensuitwisseling op gang brengen

De vijfde oproep is om gegevensuitwisseling tussen publieke dienstverleners nu echt op gang te brengen, dit om  te voorkomen dat mensen en bedrijven steeds opnieuw hun gegevens moeten aanleveren. De Interbestuurlijke Datastrategie moet daarbij helpen. Een onderdeel daarvan is om samen met alle bestuurslagen, wetgevers en uitvoeringspraktijk de dienstverlening te verbeteren door data beter toegankelijk, vindbaar en herbruikbaar te maken. Het Netwerk Publieke Dienstverleners bedacht een versnellingsaanpak die het kabinet gaat uitvoeren.

Het kabinet wil door betere gegevensdeling inzetten op ‘proactieve dienstverlening’: van aanvragen naar (automatisch) aanbieden waar dat passend en mogelijk is. Dit kan niet-gebruik van regelingen terugdringen en de kwaliteit van de publieke dienstverlening aan mensen en bedrijven vergroten.

Een uitgebreide versie van dit artikel is te vinden bij onze collega’s van Binnenlands Bestuur

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Registreren