De Belgen deden het beter

door: Peter Mom, 30 augustus 2017

Hoe doen de zuiderburen het? In een bestuurlijk zeer gecompliceerde omgeving proberen gemeenten er het beste van te maken met beperkte middelen. Veel is herkenbaar. Een reportage.

Belgie - Nederland

Geflankeerd door een chocoladefabriek die dagelijks 25.000 kilo pralines, truffels en andere aanslagen op het gebit genereert, en een tandtechnisch laboratorium met de naam Global Smile tracht vanaf een industrieterrein langs de E17 in Lokeren de Vlaamse ICT Organisatie lokale overheden vooruit te helpen met hun digitalisering en informatisering. Dat is hard nodig. V-ICT-OR luidde drie jaar terug de alarmbel, maar ofschoon sindsdien voorwaartse stapjes zichtbaar zijn is de kou nog allerminst uit de Vlaamse lucht.

“Wij wensen iedereen te informeren dat ten gevolge van een technisch probleem bij Belpic onze dienst Bevolking momenteel geen elektronische identiteitskaarten kan afleveren.” De gemeente Laarne is niet de enige die op haar website burgers voor een vergeefse gang naar het gemeentehuis wil behoeden. Klachten over de bedrijfszekerheid van dit systeem voor de uitgifte van elektronische identiteitskaarten, trouwens ook over die van paspoortenapplicatie Belpas, zijn er al jaren. En het verbetert niet.

De federale Belgische overheid heeft Belpic en Belpas over de schutting geworpen bij gemeenten, die ze vervolgens moest zien in te passen in hun lokale infrastructuur. Maar volgens Dany van Goethem, vanaf de oprichting bij V-ICT-OR aangesloten en sinds 1995 ICT-coördinator van de gemeente Beveren, zijn de systemen niet klaar voor de laatste Java-versie. Van twintig Citrix-servers heeft Van Goethem er nu vijf afgezonderd, waardoor dankzij een daarop voortdraaiende verouderde Java-versie de levering van eID-kaarten en paspoorten in Beveren geen continuïteitsprobleem kent. “Men schept werkgelegenheid”, aldus Van Goethem, die er zijn stemming niet onder laat lijden.

De federale overheid heeft geen geld, heeft er althans geen geld voor over om het malheur te bestrijden. “Het valt te pas en te onpas uit. Burgers staan in de rij en moeten dan worden weggestuurd”, zegt Eddy Van der Stock, sedert 2008 V-ICT-OR-directeur. Wat doe je ertegen? “Het prangende van het probleem in de picture blijven zetten. Aanklagen.”

V-ICT-OR

De Vlaamse ICT Organisatie, opgericht eind 2001, is een zuidenburenkruising van Viag (1993) en KING (2009). Vier van de vijf leden zijn ICT’er, het vijfde is verantwoordelijk schepen (wethouder) of gemeentesecretaris. De bijna 1300 leden werken bij Vlaamse gemeenten (297 van de 308 herbergen V-ICT-OR-leden) en bij in elke gemeente actieve Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW’s, die onder meer bijstandsuitkeringen en thuiszorg verlenen en bejaardenoorden run- nen). Er zijn ook 70 bedrijfsleden.

In mei vindt steevast Shopt-IT plaats, 32 sessies over acht domeinen. Editie 2017 trok zo’n 500 bezoekers. Manage-IT is een jaarlijks in december gehouden themadag voor secretarissen en schepenen, waarop doorgaans circa 400 mensen afkomen. Verder organiseert V-ICT-OR jaarlijks acht kennisdagen over zaken als informatiebeveiliging, blockchain, archivering en inkoop voor bij het onderwerp betrokken ambtenaren.

Fundament van V-ICT-OR vormen 23 regio’s, waarin Vlaamse steden en gemeenten zijn geclusterd en die ‘kenniskring’ worden genoemd. Vier keer per jaar komt elke kenniskring bijeen, per ronde overal met dezelfde agenda. Daar vindt intercollegiaal overleg plaats, worden kennis en ervaring gedeeld, knelpunten gesignaleerd en oplossingsrichtingen verkend.

Eddy van der Stock is voorzitter van een vierkoppig directiecomité. De drie collega’s doen dat werk naast hun fulltimebaan bij gemeenten. Van der Stock tot eind 2016 ook, tot hij zijn baan als ICT-chef van Lokeren inruilde voor de voltijdse directeursfunctie. Tot dan lag de dagelijkse leiding in handen van de Nederlander Johan van der Waal, als chief operations officer sinds 2013 aan V-ICT-OR verbonden en voordien werkzaam bij KING. Een andere link met KING loopt via een formele afspraak om kosteloos elkaars producten te mogen gebruiken. KING’s Softwarecatalogus kent Vlaams gebruik. Een Vlaamse tool die de beveiligingssituatie beoordeelt en een actieplan genereert, wordt momenteel bekeken door de aan KING gelieerde Informatiebeveiligingsdienst (IBD).


Maar heette een publicatie uit 2005 niet ‘Belgen doen het beter’? Van der Stock wil de boude bewering best als juist kwalificeren, vanwege twee factoren. België kende al vroeg een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en een Kruispuntbank van Ondernemingen, netwerken met verwijsvoorzieningen voor ketenpartijen. Andere troef was vroegtijdige introductie van elektronische identificatie. Elke Belg kreeg een elektronische identiteitskaart, elk huishouden een kaartlezer voor gebruik van die eID-kaart online. Dat was koplopen. Inmiddels is België teruggezakt in het peloton. Van der Stock ziet als een van de oorzaken versnippering in de aansturing van digitalisering en e-dienstverlening op federaal en Vlaams gewestelijk niveau.

Beveren, bijna 50.000 zielen, wil haar digitaal loket geleidelijk uitbouwen met meer producten en diensten. Maar het werkt nog niet met een generieke frontoffice en verbindingen naar ‘silo’s’ in de backoffice. De dienst Burgerlijke Stand kan uittreksels online verstrekken omdat de leverancier van het bevolkingssysteem die mogelijkheid heeft ingebouwd, legt Van Goethem uit. Van der Stock: “Met e-loketten is het nog bedroevend gesteld. Van brede integratie tussen front-end en back-end is amper sprake. Het is nog vaak silogebaseerd. Er is beweging, maar uiterst traag.” In Beveren waren leveranciers ‘weigerachtig’ om koppelingen te realiseren. Van Goethem: “Technici zeiden dat veel mogelijk was en vervolgens gingen op hoger niveau hakken in het zand. Maar de aanhouder wint. We lieten constant merken dat als ze niet mee- deden, ze de boot zouden missen.” Inmiddels hebben Beverens huisleveranciers hun weigerachtige houding bijgesteld.

Leveranciers

Versterking van opdrachtgeverschap is dus prominent V-ICT-OR-speer- punt. De Vlaamse aanbiedersmarkt is vergelijkbaar met de Nederlandse. Drie grote leveranciers van gemeentesystemen domineren. Twee zijn opgericht als ‘intercommunale’, gemeentelijk samenwerkingsverband. Volgens Van der Stock opereerden ze steeds commerciëler en werd het onduidelijk of ze een intercommunaal belang dienden dan wel winstmaximalisatie nastreefden. Sinds het intercommunale rekencentrum Cipal (dat de provincies Antwerpen en Limburg bediende) fuseerde met het bedrijf Schaubroeck en Cevi (provincies Oost- en West-Vlaanderen) werd opgekocht door de bank Dexia, is hun positie evident. Derde speler is de firma Remmicom. V-ICT-OR probeert de regie te nemen door inkopers ervaringen te laten uitwisselen.

We lieten constant merken dat als ze niet meededen, ze de boot zouden missen

Standaardisatie kan, naast integrale e-dienstverlening bevorderen, leveranciersafhankelijkheid evenzeer tegengaan. V-ICT-OR, oorspronkelijk een ICT’ers-club, startte in 2011 met koepelorganisaties van secretarissen en van materiedeskundigen financiën, maatschappelijk welzijn en communicatie de Stuurgroep lokaal e-government. Die publiceerde voor de gemeenteraadsver- kiezingen van 2012 en bij gewestelijke verkiezingen van 2014 een ‘memorandum’. Kandidaatleden van het Vlaams Parlement en de aanstaande Vlaamse Regering hoorden in dat laatste stuk de alarmbel luiden uit het begin van dit verhaal. “Sommige softwareprojecten worden vanuit een hogere overheid nog te veel doorgeduwd.” En dan blijken ze dus niet aan te sluiten op lokale infrastructuren.

De Stuurgroep heeft zich ingezet voor OSLO, Open Standaarden voor Lokale Overheden. Van der Stock is ervoor met de pet rondgegaan bij leveranciers, waarvan er zeven bereid waren 10.000 euro te fourneren en voor een tweede fase nog eens 15.000. “Ze vroegen: Moeten wij het fundament voor een overheidsgebouw financieren? Dan zei ik: Nee, wel de renovatie van zaken die jullie verkeerd hebben opgezet.” In een derde fase stapte de gewes- telijke overheid in en werd de scope interbestuurlijk. Sinds 2015 staat OSLO, als acroniem reeds een begrip, voor Open Standaarden voor Linkende Overheden. De Stuurgroep verzamelt in kenniskringen gesignaleerde pijnpunten (zie kader ‘V-ICT-OR’) om deze bij hogere overheden op de agenda te krijgen.

Modelgemeente

Andere instrumenten om interoperabiliteit te bevorderen zijn VlaVirGem, een virtuele modelgemeente, die besturen ondersteunt bij stroomlijning van hun informatiehuishouding, en een softwarecatalogus. Leveranciers zetten daarin hun producten met informatie over conformiteit aan standaarden, gemeenten welke producten ze gebruiken, zodat ze onderling te rade kunnen gaan.

De aanbeveling uit het memorandum om twee miljoen uit het gemeentefonds te oormerken voor gezamenlijke digitaliseringsprojecten werd niet gehonoreerd. Wel ontstond in het kader van het programma Vlaanderen Radicaal Digitaal (VRD) samenwerking tussen Vlaamse overheid, Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten en V-ICT-OR. Vlaanderen Radicaal Digitaal bestrijkt daarmee de volledige Vlaamse overheid. Het is een overkoepelend programma waarbij de inzet van informatie- en communicatietechnologie overheidsbreed moet leiden tot een digitale overheid. De ambities van VRD zijn stevig. In 2020 moeten de volgende doelstellingen zijn behaald: alle transacties met de overheid digitaal, een verregaande vereenvoudiging en digitalisering van de werking van de overheid, en het benaderen van de doelgroepen vanuit een virtueel loket. De ambities zijn vastgelegd in het regeerakkoord 2014-2019. Over de resultaten tot nog toe is Van der Stock gematigd positief. Zo krijgen dertig gemeenten die slecht scoorden met hun informatiebeveiliging speciale begeleiding. Een andere aanbeveling, één verantwoordelijk minister, is ook gehonoreerd. Althans in Vlaanderen, federaal duurt de versnippering voort. Een aanbevolen organisatievereenvoudiging kwam er eveneens: een agentschap voor geografische informatie werd ondergebracht in het meer algemene Agentschap Informatie Vlaanderen (AIV), wat eenduidig opereren en communiceren bevordert en het aantal aanspreekpunten reduceert.

Politiek is nu eenmaal niet altijd rationeel

Bestuurlijke vereenvoudiging blijft het moeilijkst te verwezenlijken, al heeft de Vlaamse eerste minister aangekondigd OCMW’s te gaan opheffen en hun taken bij gemeenten onder te brengen. Bij 126 van de 308 lokale besturen werken gemeente en OCMW al op ICT-gebied samen. Ook in Beveren is er één ICT-dienst, met dertien mensen. Ofschoon systemen logisch gescheiden moeten functioneren is Van Goethem voorstander van samenwerking, waardoor zich efficiencyvoordeel voordoet. Hij signaleert wel een tendens dat onderdelen van OCMW’s uit verschillende plaatsen aan de samensmelting met hun gemeente ontsnappen door een regionaal zorgbedrijf te beginnen.

Schaalvergroting

Bestuurlijke vereenvoudiging met daaraan annex verhevigde slagkracht laat zich ook bereiken door schaalvergroting. Een heikel punt in België, waar de laatste grote gemeentefusie dateert van 1976. Hun aantal daalde toen landelijk weliswaar van 2359 tot 589, maar Vlaanderen telt nog immer slechts drie 100.000+ gemeenten. Nederland (met 2,6 maal zo veel inwoners) 31. Heeft hier een gemeente gemiddeld 44.000 inwoners, in Vlaanderen is dat 21.000. Van der Stock noemt dat een grote handicap. Maar ook op dit punt zit beweging. De Vlaamse regering stimuleert vrijwillig samengaan met financiële prikkels en dat heeft één zekere en twee overwogen fusies opgeleverd. De regeling loopt tot eind 2018, maar Van der Stock heeft een ‘vermoeden’ dat er een ‘stroomversnelling’ op komst is.

Wie niet samengaat, kan samenwerken. Begeleid door V-ICT-OR bereiden Beveren, Lokeren en Sint-Niklaas gezamenlijke infrastructurele voorzieningen voor. Ze verwachten dat van acht overige gemeenten in hun regio Waasland nog een aantal zal meedoen. Met de Vlaamse overheid wordt gesproken over hosting door een gewestelijk rekencentrum en aanhaken op het gewestelijk netwerk. Los van de personeelsreductie voorspelt de business case 25 tot 30 procent kostenverlaging.

Voor zo’n argument zijn bestuurders niet altijd ongevoelig. Daarom betreurt Van der Stock het dat het gebruik van authentieke registraties voor personen, bedrijven en adressen, dat weliswaar decretaal verplicht is, in de praktijk niet wordt afgedwongen. Bij de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid ging dat anders. Die dankt haar succes deels aan de bepaling dat gemeenten bijstandsuitkeringen uit eigen zak moesten betalen wanneer ze niet KSZ-conform opereerden. Waarom zo’n straffe aanpak niet voor alle basisregistraties? Eddy van der Stock heeft het antwoord ook niet meteen voorhanden; politiek is nu eenmaal niet altijd rationeel. Maar intussen heeft zijn vereniging een aantal ‘mooie dingen neergezet’ en koestert hij de stappen voorwaarts.

I-monitor

In een vorig jaar verschenen rapport schetsen Vlaams-gewestelijke overheid, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en V-ICT-OR de digitale volwassenheid van gemeenten en OCMW’s. Die is beoordeeld op zaken als gebruik van basisregistraties, informatie- beveiliging, managementaandacht, pro- cessturing en e-dienstverlening. Een ‘type 1’-organisatie staat digitaal volledig in de kinderschoenen, type 5 is digitaal ideaal. De peiling was vrijwillig en gebaseerd op zelfevaluatie, zodat de uitkomst enige relativering behoeft. Een tweede editie is in voorbereiding. Als het aan V-ICT-OR-voorman Van der Stock ligt wordt die objectiever en volgt na signalering van onvolkomenheden meer begeleiding.

Inwoners totaal (1-1-2016) 6.477.804
Aantal gemeenten 308
Inwoners per gemeente 21.032

Scores I-monitor – # – %
Gemeenten type 1 – 11 – 3,6
Gemeenten type 2 – 94 – 30,5
Gemeenten type 3 – 116 – 37,7
Gemeenten type 4 – 31 – 10,1
Gemeenten type 5 – 1 – 0,3
Niet bekend – 55 – 17,9
Totaal – 308 – 100

Samenwerking gemeente/OCMW – 126 – 40,9


iBestuur Magazine 23

tags: , ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.