zoeken binnen de website

‘Algoritmes vervangen niet het stadsbestuur’

door: Cyriel van Rossum | 24 januari 2019

De grootste uitdaging voor de overheid op het vlak van big data, is voorkomen dat grote ondernemingen en technologieën het publieke belang kapen. “De overheidsrelevantie is heel erg groot”, zegt de Haagse wethouder Saskia Bruines. Zij voert het initiatief aan van de vijf grote steden om gezamenlijk op te trekken in de ontwikkeling van het concept Smart City.

Saskia Bruines

Beeld: Lex Draijer/De Beeldredaktie

Begin vorig jaar brachten gemeenten, waterschappen en bedrijven gezamenlijk de NL Smart City Strategie uit. Een Smart City of Slimme Stad staat voor een stadse samenleving die op basis van big data beslissingen neemt over het bestuur en beheer. Data verzameld door digitale technologie die op elk gewenst moment realtime gegevens leveren. De vijf grootste steden hebben hun krachten gebundeld om ideeën over de smart city uit te werken in de praktijk, onder voorzitterschap van Saskia Bruines.

“Ik ben in het persoonlijke leven niet zo van de meedenkende koelkasten”, zegt de wethouder. “Een smartphone en een iPad, dat is het wel zo’n beetje. Ik ben niet dol op gadgets, het internet of things is vooralsnog niet aan mij besteed. Maar als wethouder wil ik wel goed op de hoogte zijn van wat er zoal te koop is en van zoveel mogelijk gadgets en toepassingen weten of je er maatschappelijk profijt uit kunt halen.”

Wat bindt de G5 als het om smart city’s gaat?

“Vijf grote steden hebben gezegd: iedereen is bezig met het concept smart society, laten we elkaar opzoeken en zoveel mogelijk delen en ons gezamenlijk verantwoordelijk voelen, want dat helpt de zaak. Samenwerken om te voorkomen dat er een lappendeken van initiatieven ontstaat. We werken natuurlijk samen met andere Nederlandse gemeenten; via de VNG en we hebben daartoe afspraken gemaakt met staatssecretaris Knops.”

Samenwerking is ook een kwestie van taakverdeling.

“Ja, je ambtelijke en bestuurlijke capaciteit is immers beperkt; die moet efficiënt worden benut. Elk van de grote steden heeft zich ontfermd over een thema. Zo concentreert Rotterdam zich nu op duurzaamheid, Amsterdam op circulaire economie en wij hebben safety en security centraal staan.”

Is dat ook een stukje city branding voor Den Haag?

“We hebben natuurlijk wel al het een en ander in huis op dit gebied: Den Haag afficheert zich internationaal niet voor niets graag als stad van vrede, recht en veiligheid. Maar bewuste city branding is het niet, dat klinkt te veel als oppoetsen en windowdressing. Zo’n thema is overigens niet alles bepalend. Utrecht mag dan ‘healthy urban living’ als focus hebben, een van de verst gevorderde pilots in Den Haag gaat over ouderenzorg: een project waarin 280 ouderen domotica en andere IT-oplossingen uitproberen die hen moet helpen zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Daar hebben we trouwens afgelopen week in Barcelona nog een internationale prijs voor gekregen.”

U was in Barcelona op het Smart City Expo Congress. Wat heeft u daar opgestoken?

We waren er met een grote gemeenschappelijke delegatie: bedrijfsleven en overheid. Het was heel druk bij het Nederlandse paviljoen. Met de aanwezigheid en zichtbaarheid van Nederland op het internationale toneel zit het wel goed. Wat mij opviel was dat er vooral aandacht is voor de maatschappelijke meerwaarde van technologie en een soort common sense dat we moeten voorkomen dat de Googles en Facebooks bepalen wat goed is voor de mensen. Dat niet grote ondernemingen en technologieën het publieke belang kapen. De overheidsrelevantie is heel erg groot als het om de smart society gaat.”

Het primaat van de overheid zogezegd?

“Zonder meer. Maar de overheid moet ook op haar eigen tellen passen. Er zijn afschrikwekkende voorbeelden van overheden à la Big Brother, zoals China, waar burgers die door camera’s op te veel misstappen zijn betrapt, worden afgerekend in de vorm van uitsluiting, verlies van rechten of publiekelijke naming and shaming. Dit soort zaken boezemt mensen een gezond wantrouwen ten opzichte van de overheid in.

Overheden zijn in het verleden meer dan eens voortrekkers van grote technische revoluties geweest

Of het nu om overheden of bedrijven gaat, wat moeten we doen om te waarborgen dat de burger zijn recht kan halen? Dat is een belangrijk vraag. Wetgeving en jurisprudentie op het vlak van digitale integriteit zijn nog jong en volop in ontwikkeling. Er wordt heel druk over gecongresseerd. Het is lang niet altijd duidelijk dat pre-digitale wetgeving vertaald moet worden voor cyberzaken.
Er gaan stemmen op voor het optuigen van een internationale ombudsman voor cyberzaken, waar mensen terechtkunnen die digitaal gepiepeld worden. Zo’n internationale toevlucht is hard nodig. Ik zou zeggen: van harte welkom, Den Haag wil graag zo’n nieuwe arbitrage-instantie huisvesten.”

Hoe open moeten wat u betreft de data zijn die overheid verzamelt of laat verzamelen? Is commerciële toepassing ervan mogelijk?

“Dat is precies de vraag waar we voor staan. Maar publieke data zijn van de mensen zelf. Het is een terechte vraag. Vergeet niet dat we met het smart-city-concept in het stadium van een zoektocht zijn naar uitgangspunten voor zowel het verzamelen als het gebruik van data. Er schuilen risico’s in wat er allemaal mogelijk is. Zo moeten we er heel goed voor waken dat we profilering aan de hand van big data gaan zien als een perfecte afspiegeling van de werkelijkheid. Er kunnen vooroordelen in de verzameling en verwerking van data sluipen en die kunnen ongemerkt doorwerken in de algoritmes die we erop loslaten. Het mag niet zo zijn dat op grond daarvan bijvoorbeeld een bepaalde wijk een stempel krijgt. De overheid moet op dit vlak het goede voorbeeld geven. Ik denk dat er wat dat betreft een grote stap is gezet met de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Wij lopen er soms tegenaan dat we bepaalde data niet aan elkaar mogen koppelen, bijvoorbeeld data over gezondheidszorg, jeugdzorg en schuldhulpverlening. De AVG is redelijk stringent.”

De schat aan data die steden verzamelen is mooie buit voor kwaadwillenden. Wat doet Den Haag voor de G5 om diefstal te voorkomen?

“Wij hebben The Hague Security Delta, een samenwerkingsverband van de gemeente, de Haagse Hogeschool, TU Delft en diverse bedrijven. Daar wordt technologie ontwikkeld voor databeveiliging. Een voorbeeld is de smart city sensor risk monitor die in de openbare ruimte meet en inzichtelijk maakt welke sensoren wat voor data aan het verzamelen zijn en hoe kwetsbaar ze zijn voor hacking en datadiefstal.”

Het zogenaamde Living Lab Scheveningen is een blikvanger in de Haagse plannen. Wat gebeurt daar?

“Scheveningen is een heel speciaal stukje Den Haag met heel eigen vraagstukken. Op het gebied van verkeer, parkeren, crowd management, openbare orde en veiligheid. De openbare ruimte wordt er in samenwerking met Eneco en Eurofiber zo ingericht dat er op elk gewenst moment allerlei data verzameld kunnen worden omwille van een realtime totaalbeeld. Het gaat dan om palen die niet alleen als lantarenpaal of oplaadpaal dienen, maar behangen zijn met allerhande things die online data doorsturen: camera’s, thermometers, microfoons, bewegingssensoren, snuffelsensoren en ook chips die informatie kunnen versturen naar de smartphones van passanten. Overigens alles vanzelfsprekend binnen de grenzen van de privacywetgeving. Er hangt nu nog niks, maar de plannen zijn vergevorderd.”

De passanten weten wat er van hun verzameld wordt? Geen black box society?

“Ze moeten daar wel van op de hoogte worden gesteld. Het gaat overigens niet alleen maar om het meten van menselijke bewegingen en gedragingen. Je moet ook denken aan technologie die de straatlantaarns dimt als de volle maan doorbreekt of autoverkeer reguleert als er ergens te veel luchtverontreiniging wordt gemeten. Technisch is er heel veel mogelijk, maar je moet je afvragen of je dat allemaal wilt. Je kunt er ongetwijfeld Chinese praktijken mee opzetten.
De inzet van artificiële intelligentie impliceert niet dat je zelf niet meer hoeft na te denken. Veel keuzes en beslissingen hebben ook emoties als basis. Ik kan me niet voorstellen dat je het bestuur van een stad laat vervangen door een verzameling algoritmes.”

Heeft u in Barcelona kunnen vaststellen hoe ver Europa is met datagedreven bestuur en beheer?

“Op het gebied van dataverzameling en -analyse hebben de Europese staten veel kennis in huis, maar de toepassing is nog voorzichtig; het is vooral nog een kwestie van aftasten en verkennen. Europa onderscheidt zich duidelijk van het technische geweld uit Azië en het commerciële geweld uit de Verenigde Staten. Ik wil niet hooghartig of zweverig klinken, maar Europa manifesteert zich een beetje als het Geweten van de Wereld. Er worden ethische vragen gesteld die naar mijn vaste overtuiging de ontwikkelingen temperen en sturen. Ik zag in Barcelona veel ondernemende steden, ondernemend in de zin van op zoek naar mogelijkheden en actief met experimenten. ”

De overheid als investeerder in research en development?

“Ze stimuleren het in ieder geval. Overheden zijn in het verleden meer dan eens voortrekkers van grote technische revoluties geweest: spoorwegen, radio, het eerste telefoonnet, nu overgelaten aan de markt, maar ooit overheidsbedrijvigheid van het eerste uur. In die categorie moet je dataverzameling en -analyse misschien ook wel zien.”

Is het tijd voor een nutsinstelling voor dataverzameling?

“Dat zou best eens kunnen. Er dienen zich iedere dag weer nieuwe vraagstukken aan, we moeten als overheid goed blijven opletten. Het een illusie om te denken dat we de datatechniek een stap voor kunnen blijven; op de voet volgen is wel mogelijk en nodig. Om er grip op de houden.”

CBS helpt mee

Het Centraal Bureau voor de Statistiek is nauw betrokken bij de ambities van Nederlandse steden op het gebied van datagedreven bestuur en beheer. In verschillende steden, waaronder Den Haag, zijn zogenaamde urban data centers opgezet. In zo’n center werken vijf CBS-medewerkers samen met gemeentelijke onderzoekers aan analyses van gedetailleerde lokale data. Het doel is beter gebruik van beschikbare data, omwille van effectiever beleid dat beter past bij wat de stad nodig heeft. Er zijn al elf van die plaatselijke centers actief en het aantal zal nog verder groeien. Saskia Bruines: “Ik ben heel blij dat het CBS een plek heeft in het stadhuis. Nog los van verhoging van de kwaliteit dankzij hun grote deskundigheid, weten we zeker dat zij zorgvuldig omgaan met data.”

Deze bijdrage is te vinden in iBestuur magazine 29

tags: , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.