zoeken binnen de website

Digitaliseren van de rechtspraak: een kwestie van boerenverstand?

Moet je rechtspraak wel digitaliseren na lezing van het Rapport ICT-projecten Overheid?

door: Martijn Sasse | 21 oktober 2014

Commissie Elias schetst een dramatisch beeld van kwaliteit en beheersing van ICT-projecten. NRC Handelsblad vraagt zich af wat dit betekent voor de ambities op gebied van digitalisering, en noemt als voorbeeld het verplicht digitaal procederen: ‘de digitale overheid gaat onverminderd door’. De vraag is wat de conclusies en aanbevelingen van de Tijdelijke Commissie ICT voor de digitalisering van de rechtspraak kunnen of moeten betekenen?

Rechtspraak digitaliseren: (boeren)verstandig?

De vraag is wat de conclusies en aanbevelingen van de Tijdelijke Commissie ICT voor de digitalisering van de rechtspraak kunnen of moeten betekenen?


Woensdag 15 oktober was de presentatie van het rapport van het Parlementair onderzoek naar ICT-projecten bij de overheid. In de media is veel aandacht besteed aan dit rapport. Het rapport schetst een dramatisch beeld van kwaliteit en beheersing van ICT-projecten en komt met maar liefst 34 aanbevelingen.

In een artikel in NRC Handelsblad van woensdag 15 oktober wordt impliciet de vraag neergelegd wat de conclusies in dit rapport zouden moeten betekenen voor de ambities op het gebied van digitalisering waarbij met name het verplicht stellen van digitaal procederen wordt genoemd: “desondanks gaat de digitale overheid onverminderd door”. Wat zouden de conclusies en aanbevelingen voor de digitalisering van de rechtspraak kunnen of moeten betekenen?

De conclusies en aanbevelingen zijn in te delen in een aantal categorieën. Naast veel aanbevelingen aangaande beheersing van projecten en programma’s wordt aandacht gevraagd voor bewustzijn en kennis van ICT, aandacht voor het beoogde effect van ICT, aanbesteding van ICT-projecten en relaties met leveranciers en twee ‘losse aanbevelingen’: centralisatie van ICT-inkoop en rijksbrede ICT-voorzieningen en een hernieuwde oproep tot het toepassen van open source software en open standaarden.
Het rapport schetst de complexiteit van de vele ICT-programma’s en projecten en benoemt vele voorbeelden van gebrek aan professioneel management. Veel van de aanbevelingen hebben te maken met beheersmaatregelen om de sturing te versterken. In de media doet voorzitter Elias een oproep voor “de terugkeer van het boerenverstand”.

Bestuurlijke complexiteit

Kijk ik naar de digitalisering van de rechtspraak dan is ook daar een grote bestuurlijke complexiteit aan de orde. Deze complexiteit heeft te maken met de vele organisaties en personen die onvermijdelijk een rol hebben in het procederen dat een digitale vorm gaat krijgen. In het bestuursrecht kan elke overheidsorganisatie te maken krijgen met (digitale) beroepen tegen genomen besluiten: in alle ketens waarin de overheid opereert. In het civiel recht staan de verzoekende partij en de verwerende partij (beide kunnen zowel burgers als bedrijven zijn) tegenover elkaar, vaak met advocaten of deurwaarders als juridische ondersteuning. En ook de strafrechtketen blijkt naast politie, Openbaar Ministerie en Rechtspraak nog vele andere spelers te omvatten. De procederende partijen (publiek en privaat) en de Rechtspraak als onafhankelijk instituut hebben eigen posities en verantwoordelijkheden. De complexiteit die derhalve aan de orde is in de digitalisering van de rechtspraak leidt makkelijk tot onduidelijkheden in de sturing en beheersing van ICT-projecten.

De ontwikkeling van de procedeer-ruimte vergt cocreatie, en dus een ander sturingsmodel

Om met het dilemma, van een groot stakeholders-veld ten opzichte van eenduidige sturing, om te gaan helpt het de complexiteit van de vorming van een nieuwe digitale procedeerruimte te onderscheiden van de opgave tot het creëren van een nieuwe digitale infrastructuur die de basis vormt voor die ruimte. Dit is een nieuw perspectief op de samenhang tussen ICT-projecten en digitale ambities, geïntroduceerd in het boek ‘Ruimte voor mens en organisatie, visie en aanpak voor de digitale samenleving’. Het is te vergelijken met de fysieke wereld. De gerechtsgebouwen bieden een fysieke infrastructuur met zittingzalen, raadkamers, een centrale balie en ‘zitjes’. Het dagelijks gebruik – in soms onverwachte patronen – creëert de fysieke procedeerruimte die de deelnemers ervaren.

De projecten zijn vooral gericht op het realiseren van infrastructuren, organisatorisch en technisch. Vanuit de veronderstelling dat daarmee direct de procedeerruimte wordt gevormd krijgen vele stakeholders een rol bij of in de projecten. Het perspectief van een maakbare ruimte (samenleving) gaat echter mank. De infrastructuur vormt een basis en moet je creëren, dat is zeker. Het gebruik van digitale diensten zal vervolgens de ruimte doen ontstaan: dat maak je niet maar laat je groeien. Daarvoor biedt je: ruimte.
Het realiseren van een procedeer-infrastructuur kan je strak organiseren in een centraal of hiërarchisch model. De ontwikkeling van de procedeer-ruimte vergt cocreatie, en dus een ander sturingsmodel.

Boerenverstand anno 2014

Er is – en wordt nog steeds – veel geïnvesteerd in professionaliteit van het management van het programma KEI dat de digitalisering van de rechtspraak stuurt. De oproep voor meer boerenverstand is gevaarlijk als dit wordt gezien als een romantisch beeld van een traditioneel ambachtsman die met zijn handen het land bewerkt en aan zijn likdoorns voelt wat het weer gaat doen. Boerenverstand anno 2014 is de professionele wereld van de agrarisch ondernemer die met toepassing van hoogwaardige technologie en informatiemodellen in een mondiale markt op een duurzame wijze landbouwproducten realiseert die voldoen aan strenge regels waarop wordt toegezien door inspecties.

Dat zou het streefbeeld moeten zijn voor de bestuurders, managers en professionals in ICT-projecten. Het boek ‘Informatieprofessional 3.0’ schetst een beeld van de ICT-professional anno 2014. Trekken we de oproep tot het toepassen van boerenverstand door en vergelijken we de agrarische sector met de ICT-sector dan is te zien dat opvattingen over minimaal te realiseren kwaliteit in de agrarische sector is vertaald in verplichte normen die worden bewaakt met (steeds slimmer) toezicht door inspecties. De positieve kant van dergelijke regulering leidt tot een gezondere marktwerking en volwassen kwaliteitsbewaking. In de ICT sector ontbreekt nog een brede acceptatie van verplichte kwaliteitsnormen (zoals de NEN-ISO normen) en inspectie daarvan. Van de negatieve kant van regulering in de agrarische sector kunnen we leren daar niet in door te slaan. Aan de markt, de regelgeving en de inspectie voor realisatie van digitale infrastructuren is nog veel te verbeteren als je dat vergelijkt met de agrarische sector.

Aan de markt, de regelgeving en de inspectie voor realisatie van digitale infrastructuren is nog veel te verbeteren als je dat vergelijkt met de agrarische sector

Ook de realisatie (en exploitatie!) van de digitale infrastructuur voor digitaal procederen is onderwerp van een ‘volwassenheids-ontwikkeling’. Het kwaliteitsniveau van de huidige ICT-voorzieningen en ICT-organisatie(s) is nooit bedoeld en niet geschikt voor gebruik als infrastructuur voor een digitale procedeerruimte. Op dit moment wordt ‘ICT’ te veel gezien als opdrachtnemer en leverancier van digitalisering. Velen beseffen niet dat ook de ICT-professie zelf onderwerp is van de veranderingsopgave om de rechtspraak te digitaliseren! Een recent artikel in Computerrecht over het juridisch meetbaar maken van ICT-kwaliteit is daar een mooie illustratie van.

Het is terecht dat NRC Handelsblad een relatie legt tussen de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek en de digitaliseringsambities van (onder andere) de rechtspraak. De les die we moeten trekken is vooral dat het realiseren van een digitale infrastructuur in ICT-projecten niet hetzelfde is als het laten ontstaan van een digitale ruimte voor een maatschappelijk proces.
De vergelijking met de agrarische sector (boerenverstand anno 2014) doet beseffen dat een structurele verbetering van markt, regelgeving en inspectie in de ICT-sector nodig is. Dat gaat verder dan een tijdelijk Bureau ICT-toetsing.

Is digitaliseren van rechtspraak in deze constellatie verstandig? Het realiseren van een digitale infrastructuur voor procederen kan met modern boerenverstand. Het laten ontstaan van een nieuwe praktijk van procederen in de digitale samenleving heeft ruimte nodig om te groeien.

Literatuur:
Beijer, P. e.a., Ruimte voor mens en organisatie, visie en aanpak voor de digitale samenleving, 2014, BIM Media, ISBN 978 94 62 45077 6
Vries, E. de e.a., De informatieprofessional 3.0, 2014, BIM Media, ISBN 978 94 62 45029 5
W.F.R. Rinzema, F.B. Melis1, Hoe kan de kwaliteit van ICT-systemen juridisch meetbaar worden gemaakt?, Computerrecht, afl. 4, 2014-150.

Martijn Sasse is werkzaam als business architect en quality assurance in het Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

tags: , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.