Samen ontwikkelen als nieuwe norm

door: Marieke Vos, 11 juni 2018

Deels gedwongen door omstandigheden (waaronder meer taken, minder geld) zijn gemeenten toe aan een andere manier van samenwerken met IT-leveranciers. Steeds vaker wordt gekozen voor een partnerschap, waarbij gezamenlijk wordt gewerkt aan oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Dat vereist niet alleen een andere rol van gemeenten, maar ook van leveranciers. “We zien het als een kans, maar er hoort ook een ander verdienmodel bij.”

samenwerken

Beeld: rawpixel on Unsplash

De relatie tussen gemeenten en IT-leveranciers gaat op de schop, als het aan gemeenten ligt. De opgaven van deze tijd vragen om wendbare organisaties, die worden ondersteund door een informatievoorziening die snel aangepast kan worden als de eisen veranderen. Dat is althans de wens van de beweging Samen Organiseren, waarin gemeenten vergaand samenwerken in dienstverlening, ICT en de uitvoering van medebewindstaken. Om echt goede oplossingen te vinden voor complexe maatschappelijke vraagstukken, is veel kennis nodig en daarvoor zullen gemeenten moeten samenwerken. Niet alleen met elkaar, maar ook met de markt, stelt Hugo Aalders, directeur VNG Realisatie, in een recente blog op iBestuur. VNG Realisatie ondersteunt gemeenten in samen organiseren. Aalders ziet de relatie tussen gemeenten en leveranciers veranderen: “Gemeenten en VNG zijn toe aan een nieuwe manier van samenwerken met de markt, vanuit gelijkwaardigheid en volgens principes die het mogelijk maken dat we snel kunnen veranderen en ontwikkelen.”

Aalders verwacht dat de traditionele relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer wordt vervangen door publiek private partnerships van gemeenten met marktpartijen. Samen ontwikkelen wordt de nieuwe norm, in concrete, kleine en direct implementeerbare stappen. In dit model investeren beide partijen in IT-ontwikkeling en dat is een heel ander model dan de gangbare manier van werken, waarin gemeenten aanbesteden, leveranciers ontwikkelen en gemeenten vervolgens betalen voor de software van de leverancier die de aanbesteding won. Hoe deze manier van werken eruit kan zien, ervoeren een aantal gemeenten en leveranciers tijdens het eerste field lab van Common Ground, eind maart in Eindhoven. In Common Ground werken gemeenten aan een nieuw ontwerp van hun informatievoorziening. Een basisprincipe van Common Ground is dat gegevens worden losgemaakt van applicaties, zodat zij beter gebruikt kunnen worden in applicaties van verschillende aanbieders.

Concrete vraagstukken

Tijdens het field lab werden in een week tijd onder meer concrete vraagstukken van gemeenten aangepakt. Jelle Gotjé, directeur softwareontwikkeling bij Solviteers, werkte er met de gemeente Eindhoven aan het ontsluiten van data uit het sociaal domein in MIJN-app. MIJN-app is een dienstverleningsapp voor inwoners van de gemeente Eindhoven (en is voor de gemeente ontwikkeld door de firma Weave). Gotjé ziet de aanpak van gemeenten met Common Ground als een kans: “Als we nu willen koppelen met een backofficesysteem van een gemeente dan is dat vaak lastig, omdat complexe koppelingen moeten worden gemaakt. Als de gegevens los staan van de applicaties, dan wordt het veel makkelijker om deze te gebruiken. We kunnen dan ontwikkelen met andere partijen en over domeinen heen. Dat is echt een andere manier van werken, met een andere financiering. Voor ons betekent dat ook een kanteling, van een licentiemodel naar gezamenlijke funding en ontwikkeling.”

Solviteers ontwikkelde in 2012 samen met de gemeente Eindhoven het regiesysteem WIZportaal voor sociale wijkteams. “Dat deden we in nauwe samenwerking. Er was nog niets en de gemeente zocht een partner om dit in kortcyclische sprints te maken. Dat beviel goed en sindsdien zijn we een vaste partner van de gemeente. Maar soms kwamen we toch terecht in een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie, met aanbestedingen. We kregen dikke pakken papier met eisen voor de doorontwikkeling van het portaal, waarna wij gingen investeren en hoopten dat we dan de aanbesteding zouden winnen. Het is fantastisch als dat dan lukt, zodat je die investering kunt terugverdienen. Maar als het niet lukt dan verdien je die investering niet terug en dat maakt het voor kleinere partijen wel lastig om deze manier van werken vol te houden. Wat we nu in het field lab hebben gedaan is wat ons in 2012 ook voor ogen stond: echt samen investeren en nieuwe dingen maken. De ontwikkelkosten worden gedekt, daarna geven we het aan de gemeente om te gebruiken.”

Grote glimlach

De code is open source, zodat ook anderen er mee aan de slag kunnen zonder dat zij een leverancier hoeven te betalen. Hoe gaan leveranciers daar een boterham aan verdienen? Gotjé: “Gemeenten willen veel meer samen doen en ook software van elkaar gebruiken. Als meer gemeenten bepaalde software willen gebruiken, dan zal deze verder moeten worden ontwikkeld en aangepast. Er ontstaan meer wensen en daarmee meer ontwikkelwerk. Daar kunnen wij ons geld mee verdienen.” Overgaan op zo’n ander model is ook voor Solviteers spannend, zegt hij, want het moet zich nog bewijzen. “Toch zijn wij er een voorstander van. Het is namelijk veel efficiënter en leuker om op deze manier samen iets te bouwen. Wat ook meespeelt: ontwikkelaars en testers krijgen veel energie van deze manier van werken. Dat merkten we tijdens het field lab, iedereen kwam elke dag met een grote glimlach naar buiten. De markt is heel krap, ook wij moeten enorm ons best doen om goede IT’ers te vinden en te behouden. Als wij op deze manier onze mensen met onze klanten aan projecten kunnen laten werken, dan is dat een groot voordeel.”

Blitts is software waarmee burgers een relatief eenvoudige omgevingsvergunning kunnen aanvragen. Ze worden via een aantal vragen door het proces geleid, waarna de software de aanvraag doorzet naar de gemeente. De ontwikkeling van Blitts begon in 2009 door het gelijknamige bedrijf in samenwerking met een aantal gemeenten. Het wordt inmiddels door vier gemeenten gebruikt en dit jaar starten naar verwachting nog twintig andere, vertelt Joris Kleinveld, directeur van Blitts.

De gemeente Zaanstad zet Blitts in voor alle eenvoudige aanvragen in de hele gemeente, zo’n duizend per jaar (meer hierover op de website van de gemeente Zaanstad). Samen met het bedrijf Blitts deed de gemeente mee aan het field lab van Common Ground. Er werd onderzocht of een aantal stappen in de software eenvoudiger kunnen voor de burger. Zo moet die bijvoorbeeld zelf persoonsgegevens en een kadastrale kaart uploaden, terwijl deze automatisch uit de BRP en het systeem van het Kadaster gehaald kunnen worden. Ook wilde men de aanvraag vanuit Blitts direct in het zaaksysteem van de gemeente brengen, specifiek het zaaksysteem van Atos en Dimpact. Kleinveld: “Het automatisch invullen van de persoonsgegevens is gelukt en het inschieten in het zaaksysteem ook. Voor de koppeling met het Kadaster moeten we nog verder ontwikkelen, dat hopen we in een volgend field lab te doen.” Kleinveld vond het “fantastisch” om in het field lab aan de slag te zijn: “Je komt ver als je drie ontwikkelaars van verschillende partijen naast elkaar zet, dat levert echt een geweldige energie op. Nu iedereen weer zijns weegs gaat, duurt het langer. We zouden graag nog een keer zo’n field lab doen.”

Transitie

Het verdienmodel van Blitts is pay-per-use, vertelt Kleinveld. “Daar hebben we in het begin voor gekozen, in overleg met de deelnemende gemeenten. We krijgen betaald per aanvraag die een bewoner doet.” De overgang naar een ander model dan het licentiemodel zal voor Blitts dus niet zoveel gevolgen hebben. De andere manier van werken wèl. Kleinveld verwacht dat de manier van samenwerken zoals in het field lab gebeurde, veel gangbaarder wordt in de gemeentelijke IT-markt: “De tijd van de grote applicaties is voorbij, er komen veel meer gespecialiseerde kleine partijen die applicaties maken die via API’s, een soort software voor de uitwisseling van gegevens, met elkaar praten.” Dat is zoals gemeenten het met Common Ground voor zich zien. Maar gemeenten gebruiken nu systemen die niet op deze manier werken. Kleinveld ziet dat veranderen: “Uiteindelijk denk ik dat de gemeentelijke IT-markt als basis een stabiele back-end krijgt die makkelijk benaderbaar is en waar zaken als informatiebeveiliging en privacy geregeld zijn. Als de bestaande leveranciers dat niet gaan leveren, dan zullen anderen dat doen. Voor een reële prijs. Op die backend kunnen allerlei leveranciers, ook kleine spelers zoals wij, gebruiksvriendelijke en gespecialiseerde applicaties ontwikkelen. Dat is een transitie en die gaat wel even duren, maar dat de toekomst echt anders zal zijn, dat staat voor mij vast.”

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.