zoeken binnen de website

Tussen verbazing en weemoed

door: André Huykman | 14 december 2020

De digitale groeispurt dit jaar, dankzij corona, laat niet alleen zien hoe groot de verwevenheid van techniek in ons dagelijks leven is, maar laat ook nieuwe mogelijkheden en kansen zien. Maar die groeispurt kent ook risico’s, zoals kansenongelijkheid en digitale uitsluiting. Of neem het onder druk staan van grondrechten en vrijheid. André Huykman vindt dat een volwassen omgang met digitale technologie inhoudt dat per situatie bekeken wordt wat de kansen zijn en wat er op het spel staat.

Change

Beeld: Gerd Altmann / Pixabay

Digitale processen en applicaties zorgen ervoor dat veel van de vitale processen in onze samenleving (kunnen) blijven functioneren, ondanks de coronacrisis. Ons dagelijks leven blijft grotendeels draaien dankzij allerlei online toepassingen. De keukentafel werd werkplek, online winkelen de norm en thuisbezorgd het toverwoord. Ons werk, onze dienstverlening, ging gewoon door. En op heel wat onderdelen leek de digitale variant ook nog eens effectiever en efficiënter. De productie van veel kantoorwerkers steeg in de eerste maanden van de crisis, het ziekteverzuim daalde, files verdwenen en de werk-privé balans verbeterde. In razend tempo zijn analoge werkprocessen gedigitaliseerd. En met succes. Maar naast de kansen en mogelijkheden zijn ook de bijeffecten en de schaduwkanten van het digitaliseren dit jaar veel duidelijker geworden. De afwezigheid van menselijk contact, de verschraling, de eenzaamheid, de explosieve groei van grote techbedrijven, de kwetsbaarheid van ons MKB, kansenongelijkheid en niet in de laatste plaats het tekort aan stopcontacten op je werkplek. Waar die werkplek ook is.

Het digitaal werken heeft een grote psychologische impact op ons allen. Het leidt tot nieuwe afhankelijkheden, veranderende verhoudingen en tot andere totstandkomingsprocessen. Een digitale werkdag lijkt nog het meest op marcheren. Strak gepland en voorbereid, alle hoofdjes in beeld, digitaal handje omhoog, tijd voor één oneliner, dan een korte samenvatting en door naar het volgende onderwerp. Stampend door een strakke agenda. Een aandachtsspanne van twaalf minuten. Niet door elkaar praten en richting houden. Geen ruimte voor nabranders, nauwelijks ruimte voor de introverte, meer bedachtzame deelnemers.

Een dag met fysiek contact is heel anders. Dat is veel meer een dans, dat is jazz, dat is improvisatie. Je reageert meer en sneller op elkaar. Je voelt de verandering in de sfeer. Je ziet verbindingen. Blikken van verstandhouding en afdwalende gedachten. Tijdens pauzes ontstaan er plotseling nieuwe oplossingen en inzichten. Standpunten botsen en leveren nieuwe perspectieven op. Het toeval werkt mee; door de tafelschikking, door een grapje of juist een onverwachte persoonlijke confrontatie. Die toevalligheden zijn voor de uitkomst vaak veel belangrijker dan de strak geplande route. En ze maken het werk ook leuker. En voor dat toeval is nog geen digitaal alternatief, het lijkt stilletjes uit beeld te verdwijnen.

Een kijkje in de toekomst?

Elke grote crisis blijkt achteraf een trendversneller te zijn (geweest). Welke trends dat zijn is in het oog van de storm vaak lastig te zien en te voorspellen. Maar dat de digitalisering van onze samenleving een enorme versnelling zal krijgen, lijkt een veilige voorspelling.

Juist door deze crisis valt ook op hoe diep technologie is verweven met vrijwel alles wat we doen. Het is interessant om te bedenken hoe deze crisis er tien of twintig jaar geleden had uitgezien. Veel van de techniek die we nu hebben bestond toen ook al wel, maar was veel minder gebruikelijk en beschikbaar. De internetcapaciteit en – snelheid was bovendien volstrekt onvoldoende geweest voor zo’n massale verandering. Een lockdown had toen een hele andere impact gehad op ons leven. Destijds ontbrak echt een digitaal alternatief.

De digitale groeispurt dit jaar laat niet alleen zien hoe groot de verwevenheid van techniek in ons dagelijks leven is, maar laat ook nieuwe mogelijkheden, risico’s en kansen zien. Het is alsof we door de crisis een kijkje in de toekomst krijgen. Nieuwe digitale producten en diensten verschijnen. Het theater gaat online. Concerten vinden via AR (Augmented reality) plaats in je woonkamer, dj Martin Garrix stond laatst nog bij ons tussen de schuifdeuren. Digitale opleidingen en congressen kun je vanaf je bank volgen, met een wereldwijd aanbod van alle belangrijke universiteiten. Datatechnologie en kunstmatige intelligentie worden in de bestrijding en behandeling van corona massaal ingezet. Synchroon internationaal wetenschappelijk onderzoek maakte reuzensprongen mogelijk bij de zoektocht naar vaccins. App’s monitoren besmettingrisico’s en drones vliegen rond om de veiligheid van het winkelende publiek in de gaten te houden en roepen zo nodig op om afstand te houden.

Maar als we wat beter kijken zien we zien ook dat de toegang tot digitale producten lang niet voor iedereen even vanzelfsprekend is. Weliswaar heeft meer dan 95 procent van Nederland internet, maar dat betekent niet dat (bijna) iedereen kan participeren in de digitale samenleving. Er zijn gezinnen die met z’n allen één laptop moeten delen voor thuiswerken én thuisonderwijs. Of er is trage Wifi die een online sollicitatiegesprek belemmert. Kansenongelijkheid, en digitale uitsluiting van groepen is een groeiend risico. En dan gaat het niet alleen over de digitale toegang, maar ook om inzicht, kennis en vaardigheden. Schattingen van het aantal digitaal laaggeletterden lopen uiteen van tweeënhalf miljoen tot maar liefst vier miljoen.

Ook onze rechtsstaat staat onder druk door de snelle digitalisering. Zeker in de bestrijding van corona en het beperken van economische schade, lijken snelle invoering van digitale toepassingen en bevoegdheden het te winnen van grondrechten en veiligheid. Digitale massaserveillance door Defensie, het monitoren van telefoongegevens, hittecamera’s om griepverschijnselen te signaleren. Slechts een paar voorbeelden van proefballonnetjes, pilots en ‘gewoon doen’. Privacy en gegevensbescherming waren al niet zulke sexy onderwerpen, maar als ik de afgelopen maanden mijn zorg uitte over privacybescherming of over digitale veiligheid, dan werd ik vrij resoluut in de hoek gezet bij anti-vaxxers, complotdenkers en andere ‘gekkies’.

Tussen verbazing en weemoed

Direct na de aankondiging van de eerste lockdown was er een acute noodzaak om snel digitale oplossingen te vinden voor analoge processen. De servercapaciteit moest worden uitgebreid. Beveiliging moest worden aangepast en verbeterd (vaak vergeten). Er moesten extra licenties worden aangeschaft en er werd massaal geëxperimenteerd met verschillende vergadertools. Het was qua omvang en urgentie een enorme digitale opgave. Voor de meeste gebruikers werd dit een spoedcursus digitale vaardigheden. Het was even wennen, maar inmiddels wil het overgrote deel van de medewerkers en gebruikers nooit meer terug naar de oude situatie.

Maar het digitale noodverband vertoont na een aantal maanden ook duidelijke slijtplekken. Het is duidelijk geworden dat digitaal werken iets anders is en iets anders vraagt dan het digitaliseren van analoge processen. De digitalisering laat zien hoe belangrijk het menselijk contact en het gevoel in ons werk is. De intuïtie, de onderbuik, de botsing van ideeën, het samenspel tussen mensen, het toeval. Het laat zien dan onze ratio lang niet zo’n grote rol speelt als we vaak denken. Bij de uitwisselingen van feiten is Teams, Webex of Zoom best functioneel. Maar bij processen die gaan over samenwerking, over emotie, waarden, overtuigingen, gevoel en creativiteit slaan de meeste digitale tools het gesprek dood. Dat maakt de schermbijeenkomsten doodvermoeiend en de uitkomst op z’n best suboptimaal. Wat resteert is vaak niet meer dan een kruising tussen een voorleeswedstrijd en ‘wie is de mol’.

Fysiek samenwerken geeft je elke dag mogelijkheden om foutjes in het processen te repareren, om wat smeerolie toe te voegen of een bypass te gebruiken. Digitale tools daarentegen vergroten vooral de scheuren en de zwakheden van het onderliggende (analoge) proces. Ze laten daardoor zien dat we onze processen echt anders moeten ontwerpen.

Het ‘nieuwe normaal’ is misschien niet altijd even logisch of gewenst, maar dat geldt ook voor het ‘oude normaal’

Onze vergadercultuur, ons politieke proces, onze bewonersavonden, ons onderwijs. Het waren al processen en instituties die niet meer aansloten bij de verwachtingen en de vraag van deze tijd. Dat wisten we, maar een echt alternatief leek er niet te zijn en in ieder geval ontbrak de urgentie om dit te veranderen. Door de digitalisering verdwenen de kleren van de keizer. Het onderliggende proces werd gefileerd en bleekt in veel gevallen uiterst dun en schraal. Iedereen die een digitale raadsvergadering heeft gezien, begrijpt wat ik hier bedoel. Het noodverband heeft gewerkt, maar nu moeten we naar een structureel andere situatie.

Het is makkelijk om bij een evaluatie te zeggen dat digitaal vergaderen niet werkt en dat we weer terug moeten naar fysieke vergaderen. Het vraagt veel meer moed om te zeggen dat de wijze van vergaderen fundamenteel al niet klopte en dat we nu moeten kijken naar een beter alternatief. Fysiek of digitaal. Dat geldt voor heel wat werkprocessen. Het ‘nieuwe normaal’ is misschien niet altijd even logisch of gewenst, maar dat geldt ook voor het ‘oude normaal’.

Het digitaal leven en werken heeft ons een nieuw perspectief gegeven. Een mogelijkheid om met andere ogen naar ons ‘oude’ fysieke leven te kijken. Naar alles wat we tot voor kort zo normaal en logisch vonden. Het gaf ons de kans om met weemoed en verbazing naar onszelf te kijken. Hoe we elke dag ten minste acht uur op kantoor zaten, gemiddeld een uur reistijd per dag hadden, steeds in dezelfde file. Hoe we betaald worden per uur en tegelijkertijd vijf uur onafgebroken kunnen vergaderen. Hoe we inspraakavonden plannen om zeven uur s’avonds, als half Nederland iets anders te doen heeft. Hoe we accepteren dat je op je eerste werkdag geen werkende laptop hebt. Zo kan ik nog wel even door gaan.

Briljant mislukken en toevallig slagen

De komende tijd is er meer tijd nodig voor reflectie en voor experimenteerruimte. Digitalisering heeft ons veel te bieden, maar kan zaken ook zodanig (fundamenteel) veranderen of verschralen. Het debat hierover is noodzakelijk. De vragen over digitalisering zijn niet nieuw, maar de huidige ontwikkelingen vereisen een breder debat over de rol van en sturing op digitale technologie. Welke technologische ontwikkelingen willen we stimuleren en voor welke moeten we oppassen. Wat zijn de voorwaarden waaronder technologie verantwoord gebruikt kan worden? En wat is de rol van de overheid hierbij?

Ik hoop dat we bij al deze vragen niet alleen kijken naar de digitale kant van een verhaal, maar ook naar de kwaliteit en logica van het onderliggende proces durven te kijken. Hoe vaak moeten we daadwerkelijk fysiek op kantoor aanwezig zijn en moeten we daar echt tijdens de spits heen? Hoe zorg je dat medewerkers niet te veel werken? Wie wil nog twee uren reizen voor een vergadering aan de andere kant van het land? Hoe groot is je arbeidsmarkt als je niet op kantoor hoeft te zijn en wat betekent dat? Is eenzaamheid ook een werkgeversvraagstuk? Welk evenwicht tussen fysiek en digitaal, tussen online en offline, willen we vinden? En hoe zorgen we ervoor dat alle burgers kunnen participeren in onze digitale samenleving? In een digitaal veilige samenleving. In een rechtsstaat.

Een volwassen omgang met digitale technologie betekent dat wij per situatie bekijken wat de kansen zijn en wat er op het spel staat. Dat we ons voortdurend afvragen welke digitale instrumenten toepasbaar zijn en onder welke voorwaarden. Daarbij moeten we niet alleen kijken naar de direct zichtbare en voor de hand liggende gevolgen van digitalisering. Ook de sociaal-maatschappelijke gevolgen, de psychologische effecten en de veranderende afhankelijkheden en kwetsbaarheden dienen we in beeld te krijgen.

Laten we niet proberen om alle antwoorden meteen te hebben. Laten we het lef hebben om digitaal noodverband los te maken, zonder meteen weer te vervallen in het oude. Laten we zoeken, debatteren en experimenteren. Laat ons briljant mislukken en toevallig slagen. Denken en doen. Met lekker veel toeval.

André Huykman is gemeentesecretaris/algemeen directeur van de gemeente Zoetermeer

tags: , , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.