zoeken binnen de website

The times they are a-changin’

Theo van den Brink

door: Theo van den Brink | 15 april 2015

Dat verandering de enige constante is, is een open deur. Nu zijn open deuren meestal niet interessant, maar deze is dat wel. Hij is namelijk onwaar. Verandering is helemaal niet constant, want de meeste verandering versnelt voortdurend. Zelfs exponentieel.

Bekijk je grafieken over bijvoorbeeld informatieverwerking, energieverbruik per capita of sociale ontwikkeling door de eeuwen heen, dan herken je een zelfde patroon. Het lijkt lang of er niets gebeurt en dan, vanaf een zekere drempelwaarde, schiet de grafiek steil omhoog en moeten de assen opnieuw geschaald worden (logaritmisch). Boven die drempelwaarde kun je niet meer doen alsof de verandering een constante is, maar ben je gedwongen om exponentieel mee te veranderen. De enige optie is vervolgens het bewust vergroten van verandervermogen en innovatietempo. Dan wijken oude besturingsmodellen voor nieuwe, wordt het door standaardisatie mogelijk om op verschillende plekken en zonder afstemming innovaties te laten ontstaan die toch met elkaar verbonden kunnen worden, en combineren we de chaos van de ontdekkingsfase met de noodzakelijke structuren voor de opschalingsfase om effectief te innoveren.

Veranderingen hebben grote consequenties

In de gemeentelijke wereld is het niet anders. Als we dachten dat we voor het verwerken van een omvangrijke en complexe operatie, zoals de decentralisaties, jaren de tijd zouden hebben, dan komen we bedrogen uit. De volgende omvangrijke verandering staat al in de coulissen: de Omgevingswet. Draaien de decentralisaties om maatwerk, eigen beleidsruimte en totaal andere vaardigheden van ambtenaren en bestuurders, bij de Omgevingswet is dat niet anders. Al die veranderingen hebben grote consequenties voor de informatievoorziening en dus voor de ICT van gemeenten (en de ketenpartners).

Op het vlak van informatievoorziening en ICT zijn gemeenten in hoge mate afhankelijk van leveranciers. In de context van (exponentiële) veranderingen is de consequentie dat leveranciers randvoorwaardelijk zijn voor het innovatie- en verandervermogen van gemeenten. Dat mogen we dan ook niet aan het toeval overlaten.

Gemeentelijk leveranciersmanagement

De afgelopen jaren is door VNG/KING door middel van het programma Operatie NUP zwaar ingezet op het professionaliseren van het gemeentelijke leveranciersmanagement. De directe aanleiding was de implementatie van de bouwstenen uit het i-NUP. Als geen goede afspraken met de leveranciers konden worden gemaakt over tijdige aanpassing van software en invoering van standaarden, dan zou de implementatie van deze bouwstenen onmogelijk worden of ernstig vertragen. Inmiddels zijn diverse instrumenten ontwikkeld en ingevoerd ter professionalisering van het leveranciersmanagement. Denk aan de convenanten, de Softwarecatalogus en compliancevoorzieningen. Met behulp van deze instrumenten kunnen heldere afspraken worden gemaakt en geverifieerd. Niet alleen ten aanzien van leveranciers, maar ook van gemeenten. Hoe snel schakelen gemeenten over naar nieuwe releases, houden ze hun applicatielandschap bij in de Softwarecatalogus, in welke mate maken ze gebruik van nieuwe (landelijke of collectieve) voorzieningen, werken ze met uitgefaseerde softwarereleases, etc.?

Volgende stap

Al deze instrumenten worden doorontwikkeld, maar ook is het tijd voor een volgende stap. Zoals gezegd: we kunnen het verandervermogen van leveranciers en gemeenten niet meer aan het toeval overlaten. Het is een voorwaarde geworden voor kwalitatief hoogstaande- en eigentijdse dienstverlening. Daarmee moeten we het niveau van ad hoc stimulering verlaten en naar het niveau klimmen waarop we trendmatige ontwikkelingen in kaart brengen om daarop te kunnen sturen. Is dat mogelijk?
Deze stap wordt nu gezet. Binnen het Overbruggingsprogramma van VNG en KING, dat de brug slaat tussen Operatie NUP en de Digitale Agenda 2020 die in het najaar start, loopt een project dat diverse informatiekundige stuurthema’s voorziet van relevante indicatoren en koppelt aan gegevensbronnen. Voorbeelden van stuurthema’s zijn mate van digitalisering, adoptiesnelheid door leveranciers en gemeenten, en kwaliteit van het gemeentelijke applicatielandschap. Een aantal van deze stuurthema’s en bijbehorende indicatoren geeft samen een behoorlijk beeld van het verander- of innovatievermogen van leveranciers en gemeenten.

Wat we hier aan hebben? Om te beginnen kunnen gemeenten en leveranciers zich vergelijken met ‘concullega’s’. Dat kan inzicht geven in de vraag of zij het verandertempo kunnen bijbenen, zodat daar eventueel op gestuurd kan worden. In de toekomst wordt het ook mogelijk worden om te benchmarken en kwaliteitsklassen te onderkennen. In de tweede plaats kan op deze manier een oordeel worden gevormd over het verandervermogen van (delen van) het leveranciersveld of gemeentelijke veld. Dat oordeel kan leiden tot adviezen, maatregelen en interventies.
Deze manier van trendmatig meten op dergelijke onderwerpen staat nog in de kinderschoenen. Wel blijkt al dat veel gegevens die nodig zijn om (prille) uitspraken te doen, voorhanden zijn. Dan hebben we in ieder geval het begin van inzicht in ons vermogen om nieuwe ontwikkelingen te absorberen.

Your old road is rapidly aging
Please get out of the new one If you can’t lend your hand
For the times they are a-changin’

Theo van den Brink is programmamanager & adviseur bij VNG/KING

tags: , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.