Internet, laptop en digitale vaardigheden zijn basisbehoeften

Nederland is één van de digitale vooruitlopers in de Europese Unie. Toch heeft nog altijd 1,5 procent van de bevolking thuis geen toegang tot internet. Dat levert achterstanden op in een maatschappij die is ingericht op digitaal meedoen. De Universiteit Twente onderzocht of het mogelijk is om die achterstanden met wat ondersteuning in te lopen. Dat blijkt het geval.
Proeftuin
Het rapport ‘Van onzichtbare achterblijver naar digitaal meedoen. Inzichten en succesfactoren van de proeftuinen met het Digitaal Meedoen pakket’ beschrijft hoe mensen kunnen deelnemen aan de digitale samenleving. Het gaat om maatregelen als passende ondersteuning, een gereduceerd internettarief en een gift als een laptop of een tablet.
Ongeveer honderd financieel kwetsbare mensen uit de gemeenten Amsterdam, Utrecht en Westerkwartier deden mee aan de proeftuin ‘Digitaal Meedoen Pakket’. De proeftuin werd geleid door de Alliantie Digitaal Samenleven, NLdigital en 48percent.org. De deelnemers kregen een vast internetabonnement thuis tegen een verlaagd tarief, een apparaat (laptop, tablet of desktop) en hulp en ondersteuning om hiermee om te gaan.
Commerciële partners
Mooi aan de proeftuin was dat ook commerciële partijen deelnamen: telecomaanbieders KPN, VodafoneZiggo en Freedom Internet werkten mee om de deelnemers van goedkoop internet te voorzien. Zij realiseren zich ook dat het ontbreken van internet en de juiste apparaten kan leiden tot ongelijkheid. Dat blijkt ook uit het onderzoek: deelnemers ervaren stress en afhankelijkheid van anderen voor basiszaken als administratie, werk zoeken en contact met instanties. Er heerst veel schaamte over het niet kunnen meedoen.
Alice, een van de deelnemers van de proeftuin, vertelt: ‘Ik moest elke dag op zoek naar gratis wifi om mijn administratie bij te houden. Nu ik thuis internet heb, hoef ik niet meer te stressen over betalingen en belangrijke brieven.’
Niet in de kou
Moeten de deelnemers na de pilot het weer zonder internet stellen? In een eerder interview met Binnenlands Bestuur zei Wietske Kamsma, programmamanager van de Alliantie Digitaal Samenleven: ‘We hebben de toezegging van de telecomsector dat ze willen opschalen. Het doel is om dit mogelijk te maken. Maar het is een pilot, dus het kan ook blijken dat het niet zinvol is. Als het aanbod niet blijft bestaan, zorgen we dat de deelnemers een alternatief aanbod krijgen, zodat ze niet in de kou komen te staan.’
Internet, laptop en digitale vaardigheden zijn basisbehoeften in onze samenleving, laat het onderzoek zien. De onderzoekers stellen dat de proeftuin heeft aangetoond dat een mix van centrale en decentrale oplossingen, met nadruk op warme doorverwijzing, essentieel is.
Hoe gaan overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties de opgave samen op een goede manier aan? Het onderzoek onderscheidt drie thema’s:
- ‘Het Weeskind’: Samenwerking tussen verschillende stakeholders en gezamenlijk maatschappelijk leiderschap binnen deze stakeholders is cruciaal voor succes.
- ‘Kafka’: Regels en marktomstandigheden zijn een belangrijk aandachtspunt bij de implementatie van een internetverbinding voor kwetsbare groepen. Zonder duidelijke keuzes en samenwerking blijft een werkbare oplossing uit.
- ‘Verbinden’: Lokale netwerken moeten beter samenwerken om versnippering te voorkomen.
Professor Alexander van Deursen van Universiteit Twente, die het onderzoek leidde, pleit voor een structureel programma: ‘Digitale inclusie vereist samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties en telecombedrijven. Internet en digitale apparaten zouden basisvoorzieningen binnen overheidsbeleid moeten zijn.’
Internet betaalbaar maken
En nu? In maart werd een motie van Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) aangenomen in de Tweede Kamer over het aanbieden van betaalbaar internet aan de armste huishoudens. Naar aanleiding daarvan gaat het ministerie van Economische Zaken in gesprek met de telecombedrijven, toezichthouders, gemeenten en maatschappelijke organisaties over het vraagstuk hoe internet betaalbaarder kan worden voor de armste huishoudens.
Lees ook: