Dit blijkt uit het CBS-dashboard ‘Kenmerken gebruikers DigiD’, dat inzicht geeft in het DigiD-bezit en het feitelijke inloggen in 2024. De uitkomsten onderstrepen dat verdere digitalisering van publieke dienstverlening niet alleen een technische opgave is, maar ook een inclusievraagstuk.
Leeftijd en opleiding kleuren gebruik van sterker DigiD
Een hoger betrouwbaarheidsniveau van DigiD versterkt de digitale veiligheid van burgers, maar pas wanneer zij het middel ook daadwerkelijk kunnen en willen gebruiken. Recente CBS-cijfers maken zichtbaar dat ouderen en lageropgeleiden relatief minder vaak een DigiD-inlogmiddel gebruikenmet een hoger betrouwbaarheidsniveau.
Bij DigiD maakt het gekozen inlogmiddel verschil. Wie inlogt met de DigiD-app en een eenmalige ID-check heeft uitgevoerd, gebruikt een middel op betrouwbaarheidsniveau substantieel. Dat biedt meer zekerheid over de identiteit van de gebruiker dan inloggen met alleen een gebruikersnaam en wachtwoord, of met een aanvullende sms-controle. Overheidsorganisaties kunnen, afhankelijk van het risico van de dienst, een passend minimumniveau vereisen.
Duidelijk leeftijdspatroon
Het meest zichtbare verschil zit bij leeftijd. In 2024 gebruikte 46,6 procent van de 18- tot 25-jarigen de DigiD-app met eenmalige ID-check. Bij 45- tot 55-jarigen was dat 45,0 procent. Daarna neemt het aandeel snel af: 38,3 procent onder 55- tot 65-jarigen, 27,1 procent onder 65- tot 80-jarigen en 12,8 procent onder mensen van 80 jaar en ouder.
Het CBS publiceerde onlangs ook de cijfers over het bezit van een inlogmiddel (cijfers eind maart 2026). Hoe hier zie je flinke verschillen naar leeftijd. Bij het hoogste betrouwbaarheidsniveau (substantieel) zijn ouderen boven de 65 jaar met 17 procent sterk ondervertegenwoordigd. Bij het basisniveau zijn 65-plussers met 64 procent oververtegenwoordigd.
Het inloggen met gebruikersnaam, wachtwoord en sms neemt onder oudere gebruikers wel toe. Die route werd gebruikt door 21 procent van de 18- tot 25-jarigen, tegenover 42 procent van de 65- tot 80-jarigen en 56 procent van de 80-plussers. Alleen inloggen met gebruikersnaam en wachtwoord komt in alle leeftijdsgroepen beperkt voor, maar ligt met 3,5 procent relatief het hoogst onder 80-plussers.
Dit patroon betekent niet dat ouderen geen DigiD gebruiken, maar minder vaak kiezen voor een app met ID-check. Juist wanneer meer digitale overheids- en zorgdiensten een substantieel niveau gaan vragen, kan dat verschil praktisch relevant worden.
Opleiding als tweede scheidslijn
Opleidingsniveau hangt eveneens samen met DigiD-gebruik en de gekozen inlogmethode. Het CBS-dashboard maakt zichtbaar hoe DigiD-bezit en het gebruik van verschillende inlogmiddelen uiteenlopen tussen mensen met een laag, middelbaar en hoog onderwijsniveau. Daarmee is het mogelijk na te gaan of groepen niet alleen verschillen in het hebben van een DigiD, maar ook in het gebruik van een middel met een hoger betrouwbaarheidsniveau, zoals de DigiD-app met een eenmalige ID-check of DigiD Hoog.
Eerder onderzoek naar DigiD in de zorg wees al in dezelfde richting: laagopgeleiden en mensen van 55 jaar en ouder bleven achter bij het gebruik van DigiD op ten minste substantieel niveau.
Voorkom een nieuwe drempel
Voor de overheid ligt hier een flinke uitdaging. De invoering van hogere betrouwbaarheidsniveaus kan noodzakelijk zijn voor privacy en fraudepreventie, maar mag niet onbedoeld een nieuwe toegangsdrempel creëren. Informatiecampagnes alleen zullen vermoedelijk niet genoeg zijn.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.