zoeken binnen de website

Informeren, zodat burgers zelf aan de slag gaan

door: Marieke Vos | 2 juli 2015

“De kracht van informatie betekent voor mij: onze inwoners zo goed informeren dat ze zelf aan de slag kunnen,” zegt Marjolein Steffens, wethouder in Haarlemmermeer. Daarvoor heeft de gemeente een palet aan mogelijkheden. Inclusief het voor de camera zetten van haar eigen medewerkers.

Marjolein Steffens: “Het mooie was dat toen iedereen eenmaal goed in gesprek was, eigenlijk niemand meer alleen naar de gemeente keek.”

Steffens is wethouder Fysieke Leefomgeving, Dienstverlening en Participatie en lid van de VNG-commissie Dienstverlening en Informatiebeleid. Zij ziet het delen van informatie als een krachtig instrument om participatie vorm te geven. “Eigenlijk noem ik het liever geen participatie, want dat woord is sleets geworden. Het gaat mij erom dat burgers invloed hebben op hun eigen leefomgeving en actief deelnemen aan het verbeteren daarvan.” Dat gebeurt in Haarlemmermeer volop, vertelt ze. Dat was niet zo in de periode 2002 – 2005 toen ze ook wethouder was. “Toen was de wereld echt anders. De tijd was nog niet rijp voor samenwerking, bestuurlijk niet maar ook niet in de samenleving. Nu zijn burgers veel zelfbewuster, ze zetten zich in voor hun eigen wijk en ze willen samen met de overheid iets bereiken. De overheid zelf is daar ook klaar voor. Dat komt nu bij elkaar.”
Het delen van informatie is voor Steffens tweerichtingsverkeer, het gaat om zenden en ontvangen. Dat gebeurt op allerlei manieren: van (digitale) enquêtes tot bezoeken aan de dorpen – het college is na zijn aantreden negen maanden langs alle 26 kernen en dorpen gegaan om met inwoners te praten en te horen wat er speelt. Dat leidde tot een plan van aanpak voor participatie, waarin inwoners nadrukkelijk bij het maken van beleid worden betrokken.

Niet klagen, maar informeren

De wethouder geeft een aantal voorbeelden van hoe inwoners in Haarlemmermeer in beweging kwamen en welke rol de gemeente daarbij speelde. Zo heeft de gemeente haar inwoners heel actief geïnformeerd over de decentralisaties in het sociaal domein. “Je kunt als gemeente gaan klagen dat je te weinig geld hebt voor deze nieuwe taken of je kunt het als een kans zien om inwoners en ondernemers de ruimte te geven om meer zelf te organiseren. Wij kozen voor het laatste en hebben als gemeente heel intensief de informatie gedeeld die wij hadden, zodat men wist wat eraan zat te komen. We hebben allerlei bijeenkomsten georganiseerd in de dorpen en kernen en daar kwamen heel veel mensen op af. Vervolgens sloten ondernemers en zorgorganisaties aan. Dit proces van informatie delen werd de basis voor de gemeenteraad om te bepalen hoe we omgaan met deze transitie. En het leidde ertoe dat inwoners, ondernemers en het maatschappelijk middenveld met elkaar in gesprek gingen hoe ze lokaal zelf dingen konden oppakken. Er is daardoor van alles ontstaan, in netwerken van vrijwilligers en zorgorganisaties. Dat was niet op deze manier gebeurd als wij niet vanaf het begin informatie hadden gedeeld en partijen bij elkaar hadden gebracht.”

Tennisclub en vastgoedeigenaar vinden elkaar

Een ander voorbeeld is de herinrichting van het gebied tussen het station van Hoofddorp en het centrum, het ‘open proces Hoofddorp-Centraal’. Een groot gebied met heel veel partijen met uiteenlopende belangen. “Hier wordt al vijftien jaar over gesproken, er zijn talloze dure plannen voor gemaakt en elk plan werd afgeschoten. Wij hebben alle plannen in de papiervernietiger gegooid, zijn bij nul begonnen en in exact één jaar zijn we van een bijzonder negatieve sfeer naar een positieve stemming gegroeid, doordat we alle betrokkenen in een open proces informatie hebben laten uitwisselen. Recreanten, projectontwikkelaars, de kinderboerderij, de tennisvereniging…. We hebben ze allemaal aan tafels laten bespreken welk belang zij hebben en welke waarde zij zien in dat gebied. Ze hebben samen besloten welke waarden ze delen, wat ze willen behouden en kunnen veranderen. Zo kwam de tennisclub in gesprek met de kinderboerderij en een projectontwikkelaar en hebben ze samen bedacht dat ze het park iets aanpassen en dat er horeca kan komen waar ook mensen uit omliggende bedrijven kunnen lunchen.”

De partijen schreven samen het Advies van Buiten, de basis voor de aanpak van dit gebied in de komende jaren. “We gaan nu alle activiteiten in kaart brengen en laten ontwikkelen. Wat valt onder de noemer ‘de basis op orde’, zoals het maken van logische paden tussen het station en het centrum, doen wij. De rest doen partijen samen.” Het is een goed voorbeeld van de nieuwe rol van de gemeente, zegt Steffens. “Hier komen informatie en participatie bij elkaar. Wij hebben mensen bij elkaar gebracht, voor gespreksleiders gezorgd die de gelijkwaardigheid in de gesprekken bewaakten. Dat was heel belangrijk, want allerlei mensen zaten aan tafel: van de projectontwikkelaar tot de natuurliefhebber die graag zijn boterhammetje in het park eet. Het mooie was dat toen iedereen eenmaal goed in gesprek was, eigenlijk niemand meer alleen naar de gemeente keek. Ze gaan het vooral samen doen.”

Menukaart voor participatie

Voor de gemeente is deze manier van werken nieuw. Intern is er dan ook het nodige te doen, vertelt ze. Zo is er een ‘menukaart’ gemaakt met alle smaken van participatie, waar medewerkers uit kunnen kiezen. Zoals het organiseren van een rondetafelbijeenkomst of een digitale enquête. “Wat je kiest is maatwerk, afhankelijk van de doelgroep waarmee je te maken hebt. We werken hier nu vijf maanden mee en dat gaat best goed. We draaien een aantal pilots in dorpen en wijken, om te zien hoe het werkt. Die ervaringen gebruiken we in onze ParticipatieAcademie. Dat is geen instituut, maar een manier van werken waarin we ervaringen delen en van elkaar leren. Het is ook een manier om ervoor te zorgen dat deze manier van werken in het DNA komt van onze organisatie. Want sommige onderdelen zijn het helemaal niet gewend om samen met inwoners beleid te formuleren.” De gemeente werkt intern met “ambassadeurs”, volgens Steffens “enthousiastelingen die vertellen waarom dit zo’n verrijking is van je werk”. Verder is het een kwestie van veel doen en leren, zegt ze. “Als je leert, dan faal je ook. Daarom hebben we hier de duidelijke afspraak dat falen mag, dat het erbij hoort.” Een mooi voorbeeld van een andere manier van informatie delen is de aanpak die de gemeente koos in Zwanenburg.

In 2014 stond dit dorp door hevige regenval onder water. “Het was meteen duidelijk dat we daar iets moeten doen om dit in de toekomst te voorkomen. Maar hoe ga je een heel dorp uitleggen wat er nodig is? We hebben onze twee techneuten, die de situatie in het dorp met burgers in kaart brachten, voor de camera laten vertellen waarom het verkeerd ging, wat de gemeente gaat doen en hoe we er samen met de inwoners voor kunnen zorgen dat dit niet opnieuw gebeurt. Met dat filmpje hebben we de gemeenteraad snel kunnen informeren, wat belangrijk was omdat ze in korte tijd een lastig besluit moesten nemen, namelijk een investering van miljoenen in onder meer het riool. In het dorp zelf kweekte het filmpje veel goodwill, omdat heel helder wordt uitgelegd wat we er aan gaan doen en wat mensen zelf kunnen doen. Deze communicatie is puur informatieverstrekking, maar wel anders dan gebruikelijk en het bleek heel effectief. Ook dat is de kracht van informatie.”

De kracht van informatie

Informatie was en is dè grondstof voor de overheid. Het hebben van de juiste informatie is van essentieel belang voor het maken van adequaat beleid en effectieve uitvoering. In onze huidige informatiesamenleving is meer informatie voorhanden dan ooit. Dat biedt kansen en uitdagingen en heeft een forse impact op organisaties. In deze serie interviews komen burgemeesters, wethouders en gemeentesecretarissen aan het woord over de kracht van informatie en de impact daarvan op de rol van de overheid, de organisatie, hun medewerkers en hun werk. De serie is geschreven in opdracht van KING, onderdeel van VNG.

tags: , ,

Reactieformulier

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie. U kunt bij de vormgeving van uw reactie gebruik maken van textile en er is beperkt gebruik van html mogelijk.