Van pureesoep naar heldere bouillon

door: Dirk-Jan de Bruijn, 1 juni 2017

Was afgelopen week te gast in de studio’s van BNR nieuwsradio om onder de bezielende leiding van Herbert Blankensteijn een bijdrage te mogen leveren aan een discussie over digitalisering van transport. Altijd spannend natuurlijk zo’n life interview, niet in de laatste plaats vanwege alle hulpsinterklazen – met goed bedoelde adviezen. Maar zo’n moment helpt je altijd om je gedachtes weer eens te ordenen: what’s going on?

Als simpele bedrijfseconoom kijk ik dan vooral naar de wijze waarop we het georganiseerd krijgen. Vanuit een wat groter plaatje. Dan zie je dat tal van traditionele grenzen en klassieke kokers vervagen als gevolg van die tsunami aan technology push. En die verbleking vindt as we speak plaats op drie verschillende fronten:

1) De grenzen tussen publiek en privaat: niemand kan het alleen. Implementeren van smart mobility betekent investeren in horizontale samenwerkingsverbanden. Met goed ontwikkelde koppelvlakken tussen de 4O’s: overheden (mind you: ons land kent maar liefst 400 wegbeheerders, maar ook de koppeling met initiatieven in andere EU-landen), ondernemers (marktpartijen, vanuit meerdere segmenten), onderwijsinstellingen (hogescholen, universiteiten, consultancy-aanbieders) en omgeving (gebruikersacceptatie, privacyaspecten, gevolgen voor de arbeidsverhoudingen, etc.).

Géén top-down benadering (het klassieke sturen), maar netwerkgeoriënteerd slagvaardige verbindingen smeden. Waarbij wij als overheid meer regie en coördinatie op ons moeten nemen om partijen te verenigen.

2) De grenzen tussen de afzonderlijke segmenten van mobiliteit. Smart mobility betekent dat wegkant en in-carkant versmelten. Dus de wereld van verkeersmanagement, de wereld van infrastructuur, de wereld van de oem’s en tier/ones én de wereld van de telecom gaan op in één geïntegreerd systeem. Met onderlinge afhankelijkheden en interacties gericht op de realisatie van nieuwe oplossingen.

3) De grenzen binnen afzonderlijk georganiseerde onderdelen. Smart mobility moet snel gaan leveren: de technology push maakt dat de spullenboel aan connected en automated driving over een jaar of drie hier op de stoep staan. Wat om een fors kortere time to market vraagt.

En dat dwingt ons om de conventionele scheidslijnen om te komen tot innovaties (alles netjes in serie geschakeld, achter elkaar georganiseerd, gedomineerd door een R&D saus, een maximale zorgvuldigheid uitstralend) op te rekken en anders in te richten. Parallel van opzet, voorzien van een gezonde wisselwerking tussen denken en doen, gedomineerd door testen en experimenteren in de dagelijkse praktijk.

In feite niets anders dan wat we in de softwarewereld als agile of scrum betitelen: kleine stapjes zetten, daarvan leren en dan weer op naar de volgende stap. Kort op de bal.

Concrete case voor 2020 uitwerken

En dan hebben we het niet eens over wijze waarop duurzaamheid smart mobility een geweldige boost kan geven. Of de toenemende interactie tussen de verschillende vervoersmodaliteiten.

Je hoeft dus geen profeet te zijn om te voorspellen dat al die versmeltende systemen leiden tot aanzienlijk meer pureesoep. Terechte vraag hoe je daar heldere bouillon van kunt maken. In mijn beleving is daar één recept voor: maak werk van de concretisering van die stip op de horizon. Wat er straks staat – als het af is. Als helder én inspirerend gemeenschappelijk doel – waar iedereen met plezier aan werkt.

In truckplatooning gaan we om die reden ook een valuecase uitwerken van een operationele situatie in 2020.

  • Welke kwantitatieve en kwalitatieve waarde wordt er gecreëerd als we in 2020 dagelijks met 100 platoons vanuit de Rotterdamse haven vertrekken voor het vervoer van al die containers naar het achterland?
  • Hoe ziet dat er dan op systeemniveau uit – vooral om zo te voorkomen dat iedere stakeholder (denk aan wegbeheerder, vervoerder, verlader, oem, verzekeraar) in z’n eigen wereldje blijft suboptimaliseren?

Dát vraagt dus om een integrale benadering op paraplu niveau – om zo te laten zien welke benefits er kunnen ontstaan als alle spelers over hun eigen schaduw stappen. Als iedereen z’n eigen koker overstijgt.

Want laten we wel zijn: als iedere deelnemer blijft doen wat tie al deed, in de bekende ‘as is’ mode, realiseren we natuurlijk nooit een doorbraak in de barrières die deze vernieuwing in de weg staan. Immers: niemand kan het alleen!

Of dat nieuw is? Dacht het niet. Was het niet de grote Stephen Covey die ons eind jaren tachtig al leerde: ‘start with the end in mind’. Uiteraard is het ingewikkeld om in de toekomst te kijken, maar het is algemeen bekend dat de tegenwind die de vlieger doet stijgen.

Zoals good old Henri Ford het zo pakkend kon zeggen: ‘when everything seems to be going against you, remember that the airplane takes off against the wind, not with it’.

Dirk-Jan de Bruijn is directeur Innovatiecentrale – waar nieuwe smart mobility applicaties real life worden getest – zowel in een living lab als op de openbare weg.

tags: ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.