Verzanden in vinkjes

door: Larissa Zegveld, 8 augustus 2017

Soms komt goedbedoeld beleid uiteindelijk terecht als een vinkje in een systeem. Zo gaat het bij de taaleis in het sociaal domein. Dat is ontzettend jammer en onnodig, want het is te voorkomen als beleid en uitvoering wél op elkaar aansluiten.

Sinds juni ben ik algemeen directeur van Wigo4it. Deze organisatie ontwikkelt voorzieningen voor werk, inkomen en zorg voor de vier grote gemeenten en staat daarmee middenin de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Ik heb bewust deze stap naar de uitvoering gemaakt, omdat ik vind dat uitvoering en beleid veel meer in balans moeten komen. Er is ontzettend veel kennis en ervaring in de uitvoering en dat kan helpen om beleid effectiever te maken.

In ons werk zijn de impact van wijzigingen in wet- en regelgeving direct voelbaar. Veranderingen worden vertaald in het systeem dat gemeenten ondersteunt bij bijvoorbeeld het verstrekken van uitkeringen, zodat de mensen aan de balie zeker weten dat wat het systeem voor ze uitrekent accuraat en up-to-date is. Mij is in de afgelopen maanden opgevallen dat de mensen in onze organisatie betrokken en deskundig zijn. Ze denken creatief mee over waar gemeenten in het sociaal domein behoefte aan hebben, zodat gemeenten uitkeringen rechtmatig en op tijd kunnen verlenen. Wat ook opvalt is dat hier letterlijk zichtbaar wordt hoe wet- en regelgeving, de wereld van het beleid, wordt vertaald naar de wereld van de uitvoering. Die vertaling blijkt soms onnodig ingewikkeld en zelfs onlogisch.

Een voorbeeld: mensen die een bijstandsuitkering aanvragen bij de gemeente, moeten voldoende Nederlands (niveau 1F) spreken. De zogeheten taaleis. Politiek en beleidsmatig gezien is dat een redelijke en begrijpelijke eis, want je wilt dat mensen uiteindelijk een baan vinden en zelfredzaam worden. Die kans is groter als mensen Nederlands spreken. Maar wat gebeurt er vervolgens in de uitvoering? Gemeenten breken zich het hoofd over hoe zij de burgers kunnen ondersteunen die niet aan het niveau voldoen en kansarm zijn als het gaat om hun leerniveau.

De wet stelt dat burgers die bijstand aanvragen en de taaltoets niet halen, binnen vier weken een opleiding moeten volgen om hun Nederlands te verbeteren. In de praktijk is dat lastig te realiseren omdat deze doelgroep daar, wegens diverse redenen, lang niet altijd toe in staat is. In veel gemeenten is het nu zo vertaald dat de professional vinkjes in het systeem zet waarmee wordt aangegeven of de burger voldoet aan de taaleis en zo niet, dat deze een taalcursus gaat volgen of dat er andere maatregelen worden genomen. Een op zich vanuit de politiek redelijk en begrijpelijk streven, verzandt op deze manier in vinkjes in een systeem.

Dat vind ik echt ontzettend zonde. Zonde van alle tijd en energie die gemeenten erin steken om dit beleid goed uit te voeren. De conclusie is dat het in de praktijk lastig uitvoerbaar is. Vervelend voor de burger die vaak complexe problemen heeft, wat het leren van een taal bemoeilijkt. Ik vind het ook zonde van de energie die er vanuit beleid is ingestoken om dit zo te formuleren. Als uitvoering en beleid veel meer met elkaar in verbinding staan, dan kunnen we dit soort situaties voorkomen. Dan kunnen we samen bedenken wat nodig is voor mensen met een beperkte mate van taalbeheersing, zodat de ambities vanuit politiek en beleid wel uitvoerbaar worden. En hoe ICT daarbij kan ondersteunen. Voor die verbinding tussen beleid en uitvoering ga ik mij de komende tijd met hart en ziel inzetten.

Larissa Zegveld is algemeen directeur van Wigo4it

tags: , ,

- - - - -

De met een * gemarkeerde velden zijn verplicht. U ziet eerst een voorbeeld en daarna kunt u uw bijdrage definitief plaatsen. Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond. Reacties zonder achternaam worden verwijderd. Anoniem reageren alleen in uitzonderlijke gevallen in overleg met de redactie.