Of en waarom er gegniffeld werd toen Laurens Dassen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen over AI begon, kan ik op basis van dit filmpje niet vaststellen (en dit soort snippets op sociale media doen het politieke debat geen goed).
Maar als ons parlement daadwerkelijk lacht om iemand die het belang van AI naar voren brengt, dan getuigt dat van onnozelheid.
AI is van grote impact op onze manier denken, schrijven, werken en onderzoeken.
AI maakt het mogelijk om complexe (informatie)vraagstukken op te lossen.
AI bepaalt het concurrentievermogen van bedrijven en landen.
AI verandert de mondiale machtsverhoudingen in hoog tempo (met Europa als grote verliezer).
AI-agents vallen op gecoördineerde en geraffineerde wijze organisaties aan.
AI-infrastructuur heeft grote impact op de leefkwaliteit van de aarde.
AI raakt direct aan onze autonomie, democratie, economie, energie en ecologie.
Kortom waarde Kamerleden: neem AI bloedserieus voor het lachen ons vergaat.
Lachen om AI is om te huilen zo dom
'Ik ben geen AI-doemdenker, maar als de Tweede Kamer de dreiging van AI weg blijft lachen, baart me dat wel zorgen. Grote zorgen...' schreef Tweede Kamerlid Dassen (Volt) naar aanleiding van het gelach tijdens zijn bijdrage over AI aan de Algemene Politieke Beschouwingen. Voormalig Kamerlid Kees Verhoeven (D66) deelt die zorgen.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Kees Verhoeven heeft gelijk: wie lacht om AI als onderwerp, lacht om de verkeerde dingen. Maar ik heb de initiatiefnota van de heer Dassen de afgelopen weken van kaft tot kaft doorgenomen, en de vraag is of het gelach om het onderwerp ging of om de manier waarop het werd gebracht.
De nota telt (minstens) 109 taalfouten in 35 pagina's, ruim drie per bladzijde — in een stuk over de technologie die deze fouten in een half uur had gevonden. Van de 70 voetnoten kloppen er 13 niet. Vijfentwintig beweringen worden als feit gebracht maar zijn dat niet: het stroomverbruik van AI in de VS wordt hoger opgegeven dan dat van alle datacenters samen, ASML wordt gevraagd iets in chips te bouwen terwijl ASML geen chips maakt, en een Amerikaans exportverbod dat als dragend argument dient, was vijf dagen na indiening al weer ingetrokken. Drieëntwintig politieke overtuigingen — over "AI-prinsen", over big tech dat "aast op totale macht" — worden gepresenteerd als vaststaande feiten. En GPT-NL, het Nederlandse publieke taalmodel waar behoorlijk wat belastinggeld in zit, komt in een nota over digitale soevereiniteit niet één keer voor.
Dat is jammer, want van de zeventien voorstellen zijn er acht de moeite waard. Een stresstest bij DNB, verificatie in de chipketen, digitale expertise voor Kamer en rechter, meedoen aan Europese rekenkracht: daar valt over te praten. Maar ze zitten begraven onder negen andere die al bestaan, juridisch niet kunnen of geen grondslag hebben — en onder een toon die meer op een pamflet lijkt dan op een Kamerstuk.
De heer Verhoeven schrijft: neem AI bloedserieus. Precies. Dat begint bij een nota die zichzelf serieus neemt. Wie de Kamer wil overtuigen dat AI geen grap is, moet niet met een stuk komen waar de Kamer om moet lachen. Het onderwerp verdient beter — en Volts eigen tien uitgangspunten uit 2023 waren daar, korter en positiever, al een beter begin voor.