Nederland wil minder afhankelijk worden van Amerikaanse cloud- en AI-bedrijven, maar de aanpak van het kabinet blijft vooralsnog sterk Europees en verkennend. Dat blijkt uit het debat over het rapport van voormalig ASML-topman Peter Wennink. De minister van EZ wijst op AI-fabrieken, toekomstige AI-gigafabrieken en Europese supercomputerprogramma’s, maar biedt geen openingen naar een Nederlandse bouwopgave, financiering of toegang tot rekenkracht voor Nederlandse AI-bedrijven
Kabinet zet in op Europese AI-rekenkracht
De minister van Economische Zaken wil de Europese AI-infrastructuur uitbreiden en onderzoekt hoe vergunningverlening voor datacenters kan bijdragen aan meer Europees-autonome capaciteit. Harde toezeggingen over uitbreiding van rekenkracht, soevereine datacenters of publieke inkoop van AI-capaciteit ontbreken vooralsnog.
Het kabinet wil de ‘digitale open strategische autonomie’ van Nederland en de Europese Unie versterken. De route loopt volgens de minister via Europese samenwerking.
Europese route via AI-fabrieken
De uitbreiding van rekenkracht moet onder meer gestalte krijgen via AI-fabrieken, AI-gigafabrieken en de voorgestelde Europese Cloud and AI Development Act. Ook verwijst de minister naar EuroHPC, het Europese publiek-private samenwerkingsverband voor supercomputing, quantumcomputing en AI-infrastructuur.
Het kabinet is niet van plan niet-Europese cloud- en datacenterbedrijven van de Nederlandse markt te weren
Via EuroHPC wordt volgens de minister de beschikbare AI-rekenkracht opgeschaald en toegankelijk gemaakt voor bedrijven, kennisinstellingen en andere Europese gebruikers. Nederlandse partijen zouden via die regelingen toegang moeten krijgen tot capaciteit die bij toekomstige AI-gigafabrieken wordt ingekocht. De AI-fabriek in Groningen is daarbij een onderdeel van het Europese netwerk.
Geen uitsluiting hyperscalers
De minister erkent dat Europese cloud- en rekeninfrastructuur sterk wordt gedomineerd door Amerikaanse hyperscalers. Geopolitieke ontwikkelingen maken duidelijk dat Europa autonomer moet worden. Voor Europese ondernemingen kan de beperkte toegang tot hoogwaardige rekenkracht daardoor een serieus knelpunt vormen. Maar het kabinet is niet van plan niet-Europese cloud- en datacenterbedrijven van de Nederlandse markt te weren. De aanwezigheid van die ondernemingen kan volgens haar juist bijdragen aan de economie en de digitale infrastructuur.
Voor Kamerlid Laurens Dassen (Volt) gaat die benadering niet ver genoeg. Hij wees erop dat Europese AI-bedrijven, waaronder Mistral, vrezen dat de huidige inrichting van toegang tot rekenkracht vooral grote Amerikaanse bedrijven bevoordeelt. Volgens Dassen zou de overheid actiever moeten zorgen dat Europese ondernemingen kunnen opschalen, bijvoorbeeld door capaciteit in te kopen of toegang daartoe te garanderen.
De minister erkent de urgentie, maar wijst erop dat Europa niet op gelijke schaal kan concurreren met de investeringen in andere delen van de wereld. Nederland moet zich volgens haar beter beschermen, afspraken maken en zich concentreren op niches waarin het onderscheidend kan zijn.
Verkenning soevereine datacenters
In lijn met de motie-El Boujdaini verkent het kabinet of en hoe vergunningverlening kan worden ingezet om de groei van Europees-autonome datacentercapaciteit te stimuleren. De uitkomsten worden opgenomen in een geïntegreerde nationale aanpak voor datacenters, die volgens de minister in het najaar naar de Kamer wordt gestuurd. De formulering is echter voorzichtig. Het kabinet onderzoekt nog óf vergunningverlening een geschikt instrument is en hoe dat dan zou moeten werken.
De vraag is bovendien hoe ‘Europees-autonoom’ precies wordt gedefinieerd. Gaat het om Europees eigendom, Europese zeggenschap, een Europese juridische entiteit, bescherming tegen extraterritoriale wetgeving of controle over de onderliggende cloud- en AI-stack? De aangekondigde datacenteraanpak zal moeten uitwijzen of het kabinet daar toetsbare criteria aan verbindt.
In het eerste kwartaal van 2027 volgen scenario’s voor de rekencapaciteit die Nederland nodig heeft om strategisch positie te kiezen op AI
Scenario’s pas in 2027
Een andere toezegging betreft de toekomstige Nederlandse behoefte aan rekenkracht en fysieke ruimte. Naar aanleiding van een motie van Kamerlid Barbara Kathmann is het kabinet van plan in het eerste kwartaal van 2027 scenario’s op te stellen voor de ruimte en compute die Nederland nodig heeft om strategisch positie te kiezen op AI. Dit kan een belangrijke basis leggen voor toekomstige keuzes over elektriciteitsinfrastructuur, datacenters, AI-fabrieken, publieke inkoop en toegang voor bedrijven en wetenschap.
Innovatiebeleid
Naast infrastructuur ging de de minister in op innovatiebeleid. Digitalisering en AI behoren tot de vier domeinen waarin het kabinet wil investeren. Daarbij worden de nationale investeringsinstelling, het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie en het Nationaal Groeifonds genoemd als mogelijke instrumenten. Over concrete AI-budgetten of infrastructuurprojecten volgt volgens de minister pas na Prinsjesdag meer duidelijkheid.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.