Aanleiding is een reportage van Nieuwsuur, waarin deskundigen waarschuwen voor de gevolgen van de AI-brillen van Meta. Volgens privacyjurist Charlotte Meindersma is bovendien onduidelijk wie uiteindelijk toegang heeft tot de opgenomen beelden. 'Alles gaat naar Meta', zegt zij. 'Ook als je binnen je eigen huis iets filmt wat je normaal misschien alleen met vrienden of familie zou delen. Als je dat niet bewust op Instagram of Facebook deelt, ligt het nu toch bij Meta.'
Privacyzorgen over AI-camerabrillen nemen toe
De opkomst van AI-camerabrillen zorgt voor groeiende zorgen bij privacytoezichthouders, juristen en organisatoren van evenementen. Waar de slimme brillen ongemerkt foto's, video's en gesprekken kunnen vastleggen, waarschuwen experts dat de technologie niet alleen de privacy onder druk zet, maar ook nieuwe risico's oplevert voor overheidsorganisaties.
Europese toezichthouders bezorgd
De zorgen leven breder in Europa. De Franse privacytoezichthouder CNIL waarschuwde eerderdat camerabrillen kunnen leiden tot grootschalige surveillance in de openbare ruimte. Volgens de toezichthouder bestaat het risico dat mensen hun gedrag aanpassen of zichzelf censureren wanneer zij niet meer weten of zij worden gefilmd.
Ook de Duitse privacytoezichthouder van Hamburg liet onlangs weten dat een verbod op camerabrillen in Duitsland tot de mogelijkheden behoort, zo meldt Security.nl Daarnaast onderzoekt de European Data Protection Board (EDPB), het samenwerkingsverband van Europese privacytoezichthouders, de maatschappelijke acceptatie van camerabrillen en de gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens.
Nieuwe uitdaging voor de overheid
Voor overheidsorganisaties raakt de discussie aan meer dan alleen privacy. AI-camerabrillen kunnen ongemerkt gesprekken opnemen aan publieksbalies, tijdens Wmo- of jeugdzorggesprekken of in vergaderingen. Ook vertrouwelijke documenten, computerschermen of whiteboards kunnen ongemerkt worden vastgelegd.
Daarmee ontstaat een nieuw informatiebeveiligingsvraagstuk. Veel organisaties hebben inmiddels beleid voor smartphones, usb-sticks en thuiswerken, maar specifieke richtlijnen voor draagbare AI-apparatuur ontbreken vaak nog. Dat roept de vraag op of bestaande beveiligings- en privacymaatregelen nog voldoende zijn nu camera's steeds kleiner, slimmer en minder zichtbaar worden.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
AI-brillen zijn niet alleen “een bril met een camera”, maar ze zijn opnameapparaat, microfoon, AI-assistent, biometrisch device, cloudsensor en wearable computer. Ze kunnen informatie vastleggen op plekken waar dat sociaal, juridisch of organisatorisch niet de bedoeling is, maar veiligheidskundig kun je die risico's zoneren. In publieke zones, zoals entrees, wachtruimtes en loketten, is het grootste risico dat mensen ongemerkt worden gefilmd of opgenomen. Bezoekers, medewerkers, documenten op balies en schermen kunnen in beeld komen zonder dat iemand daar bewust toestemming voor geeft. Het probleem is hier vooral onduidelijkheid: mensen herkennen niet altijd dat de bril opneemt en medewerkers weten niet altijd wanneer ze moeten ingrijpen.
In beperkte werkzones daarentegen, zoals kantoorvloeren, spreekkamers en projectruimtes, wordt het risico concreter. Een AI-bril kan whiteboards, laptopschermen, documenten, gespreksonderwerpen of klantinformatie vastleggen en ook een niet kwaadwillende drager kan - al dan niet bewust - informatie automatisch verwerken, opslaan of doorsturen naar een cloudomgeving. Het echte risico is dus dat gewone werkinformatie ongemerkt verandert in externe data. In vertrouwelijke zones, zoals HR-gesprekken, juridische besprekingen, bestuursvergaderingen of aanbestedingsoverleggen, wordt de impact veel groter. Hier kan één opname leiden tot verlies van persoonsgegevens, bedrijfsgeheimen, strategie, juridische posities of onderhandelingsinformatie. Het risico is niet alleen dat iemand filmt, maar dat audio, beeld en context door AI kunnen worden samengevat, doorzoekbaar gemaakt of later opnieuw gebruikt. In clean-room zones, zoals SOC’s, serverruimtes, crisisruimtes of streng beveiligde projectkamers, vormen AI-brillen natuurlijk een direct beveiligingsrisico. Ze kunnen wachtwoorden, dashboards, netwerkgegevens, incidentinformatie, architectuurtekeningen of kwetsbaarheden vastleggen. In deze zones is het probleem niet privacy alleen, maar ook operationele veiligheid en continuïteit. Een kleine opname kan al genoeg zijn om een groter beveiligingsincident mogelijk te maken. Dan is er het risico van de digitale koppelzone, bijvoorbeeld via smartphones, companion-apps, wifi, bluetooth, cloudaccounts en beheerde laptops. Hier zit het risico in de verbinding tussen de bril en andere systemen. De bril zelf is fysiek zichtbaar, maar de datastroom erachter niet. De convergence raakt dus zowel de fysieke, logische als relationele werkelijkheid. Nu kunnen opnames via apps worden gesynchroniseerd, geüpload, geanalyseerd of gecombineerd met andere gegevens. Het echte risico is daarom vooral dat de bril onderdeel wordt van een netwerk, waarop de organisatie onvoldoende grip heeft. Dat wordt extra lastig in sociale interactiezones, zoals klantgesprekken, interviews, leveranciersoverleg en events. Hier zit het risico vooral in vertrouwen en manipulatie. Mensen gedragen zich nou eenmaal anders als ze worden opgenomen, maar bij AI-brillen is niet echt duidelijk of dat al dan niet gebeurt. Je kunt ook 'oortjes' in hebben, maar het geluid niet aan hebben staan. Daarnaast kan de AI live ondersteunen met herkenning, suggesties, vertaling of samenvatting. Nu onstaat een asymmetrie: de drager heeft echt veel meer informatie, geheugen en analyse capaciteit dan de gesprekspartner. Hoe je daar een hele samenleving mee kunt runnen staat mooi beschreven in de klassieke twee boeken "Daemon" en "Freedom TM" van Daniel Suarez uit 2006. Aanrader. In de data governance-zone ontstaat het meest fundamentele risico. AI-brillen maken beeld, stem, gedrag, locatie, biometrie en context tot data. De vraag wordt nu: wie bezit die data, wie mag die verwerken, waar wordt die opgeslagen, hoe lang blijft die bestaan en waarvoor wordt die later gebruikt? Dit raakt aan AVG, AI Act, arbeidsrecht, contracten, intellectueel eigendom en digitale identiteit. Samengevat gaat het dus niet over AI brillen, maar over het vervagen van de grens tussen kijken en opnemen, tussen aanwezig zijn en data verzamelen en tussen een gesprek voeren en een AI-systeem voeden. Daarom moet elke organisatie niet alleen de bril zelf zien te reguleren, maar vooral de context waarin die bril zich bevindt en dan is het ineens te doen: als de bril zich in deze zone of situatie is, dan geldt deze maatregel die we zus en zo enforcen. Je neemt ook geen SmartPhone mee de sauna in. Aan het eind van de rit is dit natuurlijk een Data Governance vraagstuk: het gaat om de impliciete én expliciete vraag wie nou eigenaar is van persoonlijke, biologische, bedrijfs- en gedragsdata en wie daar toegang toe mag krijgen en dat is zonder meer oplosbaar. Er is geen excuus om data onvoldoende te beschermen. Ethisch gaat dit over zorgplicht, nalatigheid en aansprakelijkheid. Alleen dan vanuit de context van tech convergence en daar hoort dus ook risico innovatie bij. Daar hebben verschillende mensen dan weer verschillende ideeen bij. (https://en.wikipedia.org/wiki/TESCREAL) Je zou kunnen stellen dat een AI bril onderdeel is van een transhumanistisch wereldbeeld, maar dat ontslaat niet van doordachte zonering van risico en daar innovatief over blijven nadenken.
Is dit nou echt een nieuw fenomeen? Ja, die brillen wel, maar de wereld hangt inmiddels vol met camera’s. Gezichtsherkenning in de openbare ruimte wordt tegenwoordig zonder gêne geopperd in de Tweede Kamer, door dezelfde partijen die hun mond vol hebben wanneer China zoiets doet. We leven in een wereld waarin zo ongeveer iedereen een camera in z’n broekzak heeft en steeds meer huishoudens een deurbelcamera op straat gericht hebben, wat formeel nog altijd niet is toegestaan maar waar niet op wordt gehandhaafd. Sterker nog, je kunt de politie zonder enige terughoudendheid laten weten dat je er een hebt, want voor opsporingsdoeleinden komt het maar al te goed uit. De burger begaat de overtreding, en het bewijs is rechtmatig wanneer op die manier een dader in beeld komt, wat vervolgens grond kan zijn voor verdere opsporingsbevoegdheden jegens die persoon. Je kunt hier van alles van vinden, maar een beetje vreemd blijft het wel.
En zijn we die foto met “functie elders” over Pieter Omtzigt soms alweer vergeten? Dat was geen smart glass, dat was een gewone telelens.