Overslaan en naar de inhoud gaan
(advertentie)

Noord-Holland wil meer datacenters, maar gebruikt de verkeerde data

datacenter AMS 13 en AMS 14 in Middenmeer, gemeente Hollands Kroon
datacenter AMS 13 en AMS 14 in Middenmeer, gemeente Hollands Kroon - Shutterstock

De provincie Noord-Holland stelt dat de vraag naar datacenters groeit en dat de provincie daarin moet meegaan. Meer digitale toepassingen en AI zouden meer opslag, rekenkracht en verbindingen vereisen. Maar waaruit bestaat die vraag eigenlijk?

Als je over de A7 naar de Afsluitdijk rijdt en vlak voor Den Oever de bochten uit rijdt, zie je ze staan. De dozen van Microsoft in de polder bij Middenmeer, in de Kop van Noord-Holland, zo groot dat hun stroomverbruik vergelijkbaar is met dat van een middelgrote stad. In 2021, in een periode waarin drinkwaterbedrijf PWN inwoners opriep korter te douchen en geen zwembadjes te vullen, verbruikten ze 84 miljoen liter drinkwater voor koeling, terwijl de gemeente omwonenden had voorgehouden dat het 12 tot 20 miljoen liter zou zijn. Dat onthulde het Noordhollands Dagblad in 2022 op basis van opgevraagde overheidsdocumenten.

De provincie Noord-Holland wil nog meer datacenters, zo las ik in de krant vandaag. Gedeputeerde Esther Rommel (VVD) presenteerde de herziene Datacenterstrategie 2025-2027 en kondigde aan dat uitbreiding ook buiten de drie bestaande clusters Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon in uitzonderlijke gevallen mogelijk gaat worden, zij het onder strikte voorwaarden. Haar logica hierachter is dat de vraag naar datacenters groeit en dus dat de provincie daarin moet meegaan. Maar waaruit die vraag precies bestaat, of die wel structureel is of wellicht deels vermijdbaar, staat nergens in de strategie.

Wat er echt in die dozen wordt opgeslagen

Het provinciale argument is dat meer digitale toepassingen en AI meer opslag, rekenkracht en verbindingen vereisen. Maar waaruit bestaat die vraag eigenlijk?

Veritas, een leverancier van software voor opslag en back-up die daardoor precies weet wat zijn klanten in hun datacenters laden, bracht in zijn Databerg-onderzoek de verhouding in kaart voor de EMEA-regio. Hoewel dat leveranciersonderzoek uit 2015 stamt, bevestigen recentere bronnen het beeld consistent: gemiddeld 14 procent van wat een organisatie opslaat is zakelijk kritisch en 54 procent is dark data, bestanden die ooit zijn aangemaakt en sindsdien nooit meer zijn geopend. De rest is overbodig, verouderd of triviaal. Voor Nederlandse organisaties liggen de verhoudingen nog ongunstiger: hier is slechts 11 procent bedrijfskritisch. Dit punt mist in vrijwel alle stukken over datacenters.

De groeiende vraag naar opslagcapaciteit weerspiegelt voor een groot deel geen groeiende informatiebehoefte, maar een groeiend gebrek aan informatiediscipline.

Dit zijn geen vage statistieken. Een PowerPoint van dertig megabyte die naar twintig collega's gaat voor een vergadering is al meteen zeshonderd megabyte op de mailservers. Vervolgens maakt iemand een v2 en stuurt die opnieuw rond, daarna v3, en uiteindelijk de FINAL_v2_AB. Het bestand reist mee in elke reply-thread, staat in dertig Sent-folders, wordt door OneDrive naar elke laptop gesynchroniseerd en belandt in een SharePoint-bibliotheek die geen automatische deduplicatie kent. De Microsoft-cloud maakt bovendien drie tot zes redundante kopieën van elk bestand. Eén presentatie kan zo in honderden exemplaren bestaan voordat er een week voorbij is.

De groeiende vraag naar opslagcapaciteit weerspiegelt dus voor een groot deel geen groeiende informatiebehoefte, maar een groeiend gebrek aan informatiediscipline. Organisaties slaan meer op omdat het makkelijk is, niet omdat het nodig is. Het is een feit dat in een provinciale strategie niet mag ontbreken.

 Wat de provincie lijkt te missen over AI

Rommel wijst nadrukkelijk op de groei van kunstmatige intelligentie als aanjager van de vraag naar rekenkracht. Dat klopt in algemene zin, maar als beleidsgrondslag is het onvoldoende uitgewerkt.

De datacenters in de polder draaien voor een groot deel op het onophoudelijk bevragen van AI op de archieven van organisaties. Daar draait de rekening niet op de chip, maar op de data. Tachtig procent van alle organisatiedata is ongestructureerd, in bestandsformaten gebouwd voor printers en niet voor machines. Een model dat door die ruis heen moet redeneren verbruikt aanzienlijk meer rekenkracht dan een model dat werkt met machineleesbare informatie.

Wie zijn informatie op orde brengt, vermindert de vraag naar rekenkracht in plaats van hem te vergroten

Tegelijkertijd zet de sector zelf in toenemende mate in op kleinere, efficiëntere modellen die lokaal op een apparaat draaien in plaats van via een datacenter. Die ontwikkeling versterkt het argument: wie zijn informatie op orde brengt, vermindert de vraag naar rekenkracht in plaats van hem te vergroten. Wie dat nalaat, koopt capaciteit als oplossing voor een informatiehuishoudingsprobleem. En de provincie die deze capaciteit accommodeert zonder die vraag te stellen, financiert dat probleem mee en legt beslag op kostbare schaarse ruimte, stroom en water.

Zijn meer datacenters in een vol stroomnet wel een goed idee?

Terwijl een woningbouwproject of een zorginstelling soms jaren op een zwaardere netaansluiting wacht, slurpt een datacenter in één keer een fors deel van de beschikbare capaciteit op. Rommel erkent dat netcongestie een acuut probleem is. Maar het net is vol en nieuwe datacenters concurreren om dezelfde schaarse stroom als woningbouw, industrie en zorginstellingen. En omdat de schaarste hoger is dan ooit, dient het debat over het verdelen ervan nauwkeurig en eerlijk gevoerd te worden.

De 2,5 miljard euro aan jaarlijkse economische meerwaarde die de gedeputeerde als rechtvaardiging aanvoert, is afkomstig uit de Staat van de Digitale Infrastructuur van het ministerie van Economische Zaken. De doorberekening naar Noord-Holland specifiek is in de provinciale strategie niet inzichtelijk gemaakt. Evenmin maakt de strategie inzichtelijk hoeveel van die meerwaarde via Nederlandse vennootschapsbelasting terugvloeit. De winst op de diensten die de centra mogelijk maken wordt verantwoord bij de Europese hoofdkantoren van Microsoft, Google en Amazon, die in Ierland zijn gevestigd, een jurisdictie die bekend staat om zijn lage vennootschapsbelasting. Het kapitaal dat hier wordt gegenereerd via grond, stroom en water, wordt elders belast.

Er is nog een dimensie die de strategie volledig negeert. Zodra datacenters worden geëxploiteerd door Amerikaanse bedrijven als Microsoft, Google en Amazon, valt de data die erop staat juridisch onder het bereik van de Amerikaanse overheid, via de CLOUD Act en FISA Section 702. Dat geldt ongeacht of de servers in Middenmeer of Amsterdam staan. Nederland levert dus niet alleen grond, stroom en water, maar geeft ook een deel van de juridische controle over overheidsinformatie weg aan een jurisdictie buiten de EU. Dat staat haaks op de digitale autonomie die het kabinet in het regeerakkoord van 2026 als leidend principe heeft vastgelegd.

Of Noord-Holland daar ruimte, energie en water voor vrijmaakt terwijl andere sectoren op het net wachten is een politieke keuze. De strategie presenteert die keuze als een noodzakelijkheid die volgt uit marktontwikkelingen. Dat zijn fundamenteel verschillende dingen.

 Gedeputeerde Staten moet op deze punten dieper doorvragen

Een provincie die haar rol als digitaal knooppunt serieus neemt, zou moeten beginnen met de vraag welk deel van de groeivraag structureel is en welk deel symptomatisch. Er zijn instrumenten denkbaar die organisaties stimuleren hun informatiehuishouding op orde te brengen voordat ze meer opslagcapaciteit claimen. Zou betere machineleesbaarheid van overheidsinformatie de vraag naar rekenkracht verminderen in plaats van vergroten?

Het openingscijfer in dit stuk is illustratief. Microsoft stelde na publicatie dat het waterverbruik van 84 miljoen liter in 2021 deels de bouwfase betrof en dat het operationele verbruik lager ligt. Maar hoe het precies zit weet niemand. Het is niet te verifiëren. En daar zit precies het probleem.

De polder bij Middenmeer staat vol met kopieën van documenten die niemand leest. Dat is zonde van het water, de stroom en het grondgebruik.

De provincie meet hoe efficiënt een datacenter zijn energie gebruikt. Dat is op zich nuttig. Maar een datacenter kan technisch efficiënt zijn terwijl het voornamelijk bestaat om kopieën en ruis op te slaan die organisaties zelf niet meer de moeite nemen om die data preventief te saneren. Die polder bij Middenmeer werd in de jaren dertig drooggelegd nadat de Eerste Wereldoorlog Nederland had geleerd dat het zijn eigen voedsel moest kunnen verbouwen. Nu staat hij vol met kopieën van documenten die niemand leest. Dat is zonde van het water, de stroom en het grondgebruik.

Zolang de informatiehuishouding van de gebruikers van datacenters niet op de agenda staat, is uitbreiding van het datacenteraanbod geen strategie maar blind bijbouwen op grond van niet-gecheckte informatie.

De auteur is technologiefilosoof en auteur van Informatieautonomie (Van Duuren Media, 2026). Hij schreef eerder voor iBestuur over de data-explosie die niet bestaat en datacenters die minder stroom hoeven te verbruiken.

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Stijn Grove | 6 juli 2026, 12:57

Dit stuk is feitelijk niet correct. Het haalt twee dingen door elkaar halen (opslagprobleem vs. computeprobleem) en verbindt er vervolgens een conclusie over de noodzaak van nieuwe datacenters aan, ongeacht welk type.
Het kernprobleem van dit stuk zit in de logische sprong die het maakt: het presenteert een opslagprobleem als verklaring voor een stroom- en waterprobleem. Dark data en overtollige kopieën kosten schijfruimte, maar liggen grotendeels stil, ze draaien niet, ze verbruiken nauwelijks compute, de rekenkracht van de processor.
Het stroom- en (intern) water gebruikende deel van in dit geval hyperscale datacenters zoals Middenmeer komt vrijwel volledig uit actieve rekenkracht: AI-training, inferentie en cloud verwerking voor haar gebruikers. Dat blijft even groot ongeacht hoe opgeruimd “een SharePoint-omgeving” is. Het argument "meer datadiscipline = minder datacenters nodig" klinkt aantrekkelijk, maar verwart twee verschillende categorieën probleem en trekt daaruit een beleidsconclusie die niet volgt uit de aangehaalde cijfers.
Bovendien is het openingscijfer inmiddels achterhaald: sinds september 2025 gebruikt het complex en de Agriport omgeving de "Waterbank", die regenwater opvangt en ondergronds opslaat om leidingwatergebruik te beperken, een concrete verbetering die het artikel niet meeneemt in zijn framing van het waterverbruik uit 2021 en die de impact lokaal vrijwel minimaliseert.

Martijn Aslander | 6 juli 2026, 18:05

Dank Stijn! Altijd fijn om met iemand uit de sector inhoudelijk uit te wisselen.
Gedeputeerde Rommel (leuke achternaam gezien mijn punt) wijst op de groei van kunstmatige intelligentie als aanjager van de vraag naar rekenkracht. Dat klopt wel in algemene zin, maar als beleidsgrondslag is het onvoldoende uitgewerkt en onderbouwd.
Het klopt dat dark data met stilstaande bestanden verbruiken nauwelijks rekenkracht gebruiken, maar dat is maar één element van mijn betoog. De wereld staat niet stil. Organisaties lossen in toenemende mate AI los op hun eigen archief, op zoekfuncties, samenvattingen en analyses.
Op het moment dat een model door tientallen jaren ongestructureerde e-mails, rapporten en presentaties heen moet redeneren, telt die ruis ineens wél mee in je stroomgebruik. Een model dat werkt op machineleesbare, goed gestructureerde informatie heeft voor dezelfde taak aanzienlijk minder rekenkracht nodig dan een model dat door digitale rommel heen moet ploegen.
De AI-sector zet zelf in toenemende mate in op kleinere, efficiëntere modellen die lokaal op een apparaat draaien in plaats van via een datacenter. Die ontwikkeling versterkt het argument: wie zijn informatie op orde brengt, vermindert de toekomstige vraag naar rekenkracht in plaats van hem te vergroten. Doe je dat niet, dan koop je capaciteit als oplossing voor een informatiehuishoudingsprobleem en legt je beslag op kostbare schaarse ruimte, stroom en water.
Dat de sector voor het watergebruik forse verbeteringen gemaakt heeft, juich ik uiteraard toe. Een deel van de functie van mijn betoog is het wakker schudden van statenleden die niet voldoende zijn geïnformeerd over alle dimensies rondom datacenters. En dat lijkt me ook in jullie belang.

Vincent Hoek | 6 juli 2026, 14:01

Nederland zou sowieso de structurele vs. symptomatische vraag naar datacenters moeten herzien, met snoeiharde focus op Data Governance en met constructieve bevordering van machineleesbare data en efficiënte verwerkingsmodellen. We zouden dan ook de economische voordelen van datacenters veel duidelijker moeten kwalificeren, inclusief de belastingstromen en de juridische en andere compliance controle over data. De samenleving evolueert net zo goed richting tokenized Smart Grids, richting Zero Trust Data Federation, richting het brengen van het algoritme naar de data in plaats van de data naar het algoritme. Wat is eigenlijk het daadwerkelijke verbruik van water en energie door datacenters om een volledige milieuevaluatie mogelijk te maken? Waar liggen de mogelijkheden voor Nederlandse innovaties hier? Direct-to-Chip Koeling? (hierbij wordt vloeistof direct over de warmste onderdelen van de servers gepompt, zoals de CPU en GPU), immersion koeling, waarbij servers worden ondergedompeld in een thermisch geleidende, niet-geleidende vloeistof? Adiabatische Koeling? Maakt gebruik van de natuurlijke verdamping van water om lucht te koelen en gebruikt minder elektriciteit? Vrije koeling? (niet voor niets staan grote datacentra in Ierland en Nederland, het is hier doorgaans niet zo warm) of geothermische koeling? (via buizensystemen de warmte naar de bodem verplaatsen en daar afgeven, wat we in de winter weer kunnen hergebruiken). Aquatische koeling, waarbij water uit nabijgelegen waterlichamen wordt gebruikt om warmte van het datacenter af te voeren? Noord-Holland ligt langs het Ijsselmeer ... even meten of de beestjes die impact op lokale ecosystemen ook zo leuk vinden. Dan is er nog zoiets als thermische energieopslag waarbij de gegenereerde warmte wordt opgeslagen in thermische batterijen en 's nachts worden afgegeven wanneer de vraag naar koeling lager is. Wat verstaan we onder 'energie intensief?' Juist in Nederland bruist het van de slimme energie concepten (https://powerofthemany.org/). Maak er een business van!
Tel daarbij de inefficiënties binnen legacy organisaties die wel praten over AI en over energie footprints en over compliance, maar zelden in onderling verband.
Elluk nadeel heb ze foordeel.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

(advertentie)

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in