Afgelopen week was ik in Brussel te gast bij twee high-level conferenties over de digitale strategie van Europa. Het ging om de Tech, AI and Digital Summit en de Digital Masters 2025. Op beide conferenties waren prominente vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Europese Commissie, het bedrijfsleven en landelijke overheden, met name uit Estland. Een aantal van hen had daarvoor de AI Top in Prijs bezocht, de Veiligheidsconferentie in München of het WEF in Davos. Sommige waren zelfs op alle drie te gast geweest.
Europese digitale strategie lijkt geopolitiek slagveld te worden
Normaal worden tijdens high-level conferenties over de digitale strategie van Europa enthousiaste vergezichten geschetst en plannen die ervoor gaan zorgen dat deze werkelijkheid worden. De afgelopen weken leken de bijeenkomsten doorspekt van een somber realiteitsbesef. Daarin waren twee rode draden te herkennen: innovatie gaat te traag en onze afhankelijkheid van Amerikaanse technologie te groot.
Twee rode draden
In de eerste plaats verloopt de digitale innovatie in Europa veel te traag, een constatering die na het rapport van Draghi niet echt verrast.
In de tweede plaats wordt de grote Europese afhankelijkheid van Amerikaanse technologie steeds meer gezien als een groot risico, sinds de regering Trump heeft laten blijken er niet voor terug te deinzen om tech bedrijven als politieke wapens in te zetten.
Samen vormt dit een complexe uitdaging voor Europa: hoe kunnen de ambities om digitaal soeverein te worden parallel lopen met de ambitie om digitaal sneller te innoveren?
Scale en speed ontbreken
De digitale strategie van Europa moet de komende jaren tot een forse impuls op het gebied van innovatie leiden. Wat ontbreekt zijn scale en speed, volgens Digitale Europe, de vooraanstaande branche-organisatie van Europese IT-bedrijven. En de belangrijkste oorzaken daarvan zijn een versnipperde markt, gebrek aan (durf)kapitaal, talent dat te vaak Europa verlaat, en de overdaad aan regelgeving.
Wat dat laatste betreft werd flink afgegeven op alle verplichtingen die het digital acquis met zich meebrengt dat de laatste jaren is uitgebracht (voornamelijk bestaande uit de GDPR, de AI Act, de Data Act, de Data Governance Act, De Digital Services Act, the Digital Market Act). Op de conferenties waren de nodige bedrijven te horen dat dit acquis inmiddels meer op een jigsaw-puzzel aan het lijken is waar men hordes juristen voor moet inhuren om enigszins compliant te kunnen optreden.
Rapportageverplichtingen
Belangrijke steen des aanstoots zijn de rapportageverplichtingen voor bedrijven in de AI Act. Ook werd duidelijk dat de intrekking van het voorstel van de AI Liability Act (die productaansprakelijkheid regelt) een eerste stap is om de burocratische teugels op het gebied van digitale innovatie iets te laten vieren. Hoewel sommigen hierin een knieval richting Amerikaanse Big Tech zien, past het binnen een breder streven om tot versimpeling van regelgeving over te gaan en waaraan de Commissie tegemoet wil komen door zogenoemde Omnibus Pakketten.
Als Europa haar digitale zaken niet voor elkaar krijgt verworden we tot een kolonie van de VS of van China.
CDO van de LIDL
Voor sommigen is ook een meer fundamentele vraag op zijn plaats: hoe verhoudt digitale innovatie zich tot de risicomijdende opstelling van de EU en alle regelgeving die daarvan het gevolg is? Is er niet vooral een andere mindset nodig als het gaat om digitale innovatie?
Andere mindset
Een andere mindset is zeker nodig als het gaat om de afhankelijkheid van Amerikaanse technologie en bedrijven. Indrukwekkend was in dit opzicht het betoog van de CDO van de LIDL (onderdeel van de Schwarz-groep). Hij waarschuwde voor de digitale afhankelijkheid van de VS. Die afhankelijkheid betreft niet alleen de opslag van data in de Amerikaanse hyperscalers, maar ook de softwarelicenties (“onderhandelen is geen discussie maar een dictaat”), de Large Language Models die nodig zijn voor AI etc. “Als Europa haar digitale zaken niet voor elkaar krijgt verworden we tot een kolonie van de VS of van China”, was zijn conclusie. Overigens beschikt de LIDL over haar eigen cloud, die samen met andere alternatieve digitale diensten die in Europa worden aangeboden wellicht al mogelijkheden bieden om de afhankelijkheid af te bouwen. Die afbouw zal kostbaar en pijnlijk zijn, zoals ook bleek tijdens de discussie in de Tweede Kamer met experts over dit onderwerp, maar schept ook weer kansen voor de eigen Europese IT-bedrijven.
Censuur
Europese politici en beleidsmakers lijken iets gematigder. Ze vrezen vooral een botsing tussen de VS en de EU als het gaat om de Digital Services Act. Deze stelt regels ten aanzien van fake news en hate speech. Sociale media platforms uit de VS verzetten zich niet alleen tegen deze spelregels, ze overtreden ze actief, zoals Musk recent op X. Onder het motto dat dit “censuur” zou zijn willen de platforms hun “free speech” model vrijelijk kunnen uitventen in Europa. Politici en beleidsmakers lijken de Trans-Atlantische samenwerking liever niet verder onder druk te willen zetten, uit angst voor verlies van de huidige dienstverlening (stel je eens voor dat Microsoft zijn diensten uitzet voor het Internationaal Strafhof, of de Nederlandse overheid?) en de uitwisseling van data (o.a. voor AI training).
Digitale soevereiniteit
De vraag is of Europa de confrontatie met de Amerikaanse Big Tech bedrijven op den duur kan ontlopen. Digitale soevereiniteit heeft zijn prijs, maar op de lange termijn ook zijn voordelen. Om de CDO van de LIDL te citeren: excuses maken de dag van vandaag gemakkelijk, maar de toekomst moeilijk. Harde keuzes maken de dag van vandaag moeilijk, maar de toekomst gemakkelijk
Lees ook:
- Experts slaan alarm over digitale soevereiniteit: ‘We zijn niet meer in control’ - iBestuur
- Actie nodig om de digitale soevereiniteit van Nederland en Europa te versterken - iBestuur
- Big Tech aanpakken betekent in de VS iets anders dan in Europa - iBestuur
- Big Tech als publiek belang vraagt om publieke waarborgen - iBestuur

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Niet onderschatten wat allang mogelijk is en ook gebeurt. Als je nu DAVOS bekijkt, kun je er vrij zeker van zijn dat politieke en social bots real-time AI sentimentanalyse van publieke reacties tijdens debatten en politici direct adviseren over toon en boodschap. De wereld is al zoveel verder dan je uit oud denken zou afleiden. Juist Europa blinkt uit in ethische AI en regelgeving, waar de VS vooral snelheid en schaal nastreeft. Door die focus op vertrouwen en inclusiviteit kan het innovatie versnellen zonder de balans tussen ethiek en efficiëntie te verliezen. Juist dit biedt een unieke kans om digitale autonomie te bereiken. Dus vooruit denken, niet achteraf dichttimmeren.
De tijd is voorbij dat de notaris achteraf komt; en de auditor achteraf komt; en de beveiliger achteraf komt. We leven in de tijd dat je VOORAF moet weten wat je wilt.
Dus VOORAF bepaal je de policy instructies van je cloud en VOORAF bepaal je in je Genesis block wat een blockchain moet doen. Dankzij de Legal Engineering waarmee je de spelregels (policy) vooraf meegeeft - dus ook de ethiek, wat ook maar gewoon een normenkader is - kun je de autonomie vooraf zekeren. Niet voor niets zet de EU in op DataSpaces, Trust Anchors en verifiable credentials, want die vormen de kern van een nieuw digitaal ecosysteem waarin vertrouwen niet alleen wordt gegarandeerd, maar ook versterkt. Als je iets terecht (want verifieerbaar) beter kunt vertrouwen, dan durf je meer risico te nemen en als je meer risico neemt kun je beter innoveren.
De EU is niet slecht in innoveren (de Duitse verbeteringen al gezien de laatste maanden?) we zijn slecht in valoriseren van die concepten in harde business. Dankzij de Europese standaarden voor ethische AI en regelgeving en dankzij Trust Anchors kunnen partijen elkaar verifiëren zonder afhankelijk te zijn van centrale autoriteiten. Dus ook zonder centrale platforms! Daarom hebben die Big Tech zo de pest in , terwijl verifiable credentials gebruikers controle geven over hun data.