Het ging donderdagavond in de vaste Kamercommissie Digitale Zaken zeker ook over de Digital Services Act (DSA), over adequaat toezicht en alternatieven voor de Amerikaanse sociale media-platformen. Maar de boventoon voerde de bescherming tegen de inmenging en beïnvloeding van buitenlandse actoren, die, zo sprak ook minister van Binnenlandse Zaken Heerma, onze democratische rechtsstaat ondermijnen. Een paar dagen voor het debat kwam er een brief van het kabinet met een aantal maatregelen.
‘Nationaal plan’ tegen inmenging verkiezingen komt er voorlopig niet
Misschien hadden we dit debat over sociale media en inmenging wel moeten voeren in samenwerking met Defensie, verzuchtte PRO-Kamerlid Kathmann op een gegeven moment. ‘We worden aangevallen. Er is sprake van gerichte planmatige aanvallen en dat betekent dat we een verdedigingsmechanisme moeten hebben.’
Detectiepilot
Het kabinet zet vooral in op detectie, onderzoek en structurele aanpak van Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI) - een term die ook in Europees verband wordt gebruikt. ‘Momenteel werkt het kabinet onder aanvoering van de minister van BZK aan wetgeving en de inrichting van een organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging gericht op ondermijning van de democratische rechtsstaat structureel kan detecteren,’ blijkt uit de Kamerbrief. Ook loopt er op dit moment al een FIMI-detectiepilot, ingericht rond de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart dit jaar.
Prima dat dit allemaal gebeurt, vindt Kathmann, maar volgens haar is er meer nodig. Ze pleit daarom voor een veel bredere en gecentraliseerde aanpak. ‘Pak gewoon al die aanbevelingen en opties die we hebben gekregen van al die onderzoekers en experts. Veeg die allemaal samen en maak een nationaal plan voor de verkiezingen.’ Over negen maanden vinden de verkiezingen voor de Provinciale Staten plaats. Kathmanns oproep: zorg dat je er klaar voor bent, bereid je voor, zodat we niet weer voor verrassingen komen te staan. Heerma liet aanvankelijk weten er niet zo veel voor te voelen, maar zegde later toe voor de zomer in te gaan op het verzoek tot een nationaal plan. En voor het einde van dit jaar komt er meer duidelijkheid over dat FIMI-detectieorgaan. Ook de wetgeving daaromtrent gaat voor het einde van dit jaar in consultatie, en zal medio volgend jaar bij de Kamer worden ingediend.
‘Veeg alle aanbevelingen van experts samen en maak een nationaal plan voor de verkiezingen.’
Barbara Kathmann (PRO)
Rol van sociale media-platformen
Ook de rol van de sociale mediaplatformen zelf werd in het debat tegen het licht gehouden. Het is hun algoritmebeleid dat buitenlandse beïnvloeding vaak mogelijk maakt, doordat berichten, niet zelden desinformatie, veelvuldig worden rondgepompt. ‘We hebben alweer 250 advertentiecampagnes gevonden die politieke boodschappen verspreiden die volgens Meta niet zijn toegestaan op hun platformen, maar vervolgens wel plaatsvinden’, zei onderzoeker Pieter van Boheemen in een rondetafelgesprek, krap twee weken voor de gemeenteraadsverkiezingen. Volgens zijn Stichting Post-X Society ligt het probleem niet alleen bij kwaadwillende gebruikers, maar ook bij de werking van platforms zelf, bijvoorbeeld via zogenoemde aanbevelingsalgoritmes. Daardoor komt de democratische rechtsstaat onder druk te staan.
Kathmann wil openheid van zaken. Transparantie dus. Wanneer gaan we dat eindelijk eens afdwingen, vroeg ze zich af. ‘Alle informatie die nodig is om buitenlandse beïnvloeding te stoppen, is er al bij die bedrijven.’ En zo wilde ze weten van staatssecretaris Aerdts (Digitale economie en Soevereiniteit): kunnen we, buiten de DSA en de Europese Commissie om, niet nationaal veel meer doen?
Voor Van den Berg (JA21) prevaleert de vrijheid van meningsuiting boven alles. Hij ziet de gevaren van buitenlandse beïnvloeding en inmenging, maar is ook bevreesd voor de gevaren van inperking. Die komen volgens hem al snel neer op censuur. ‘Daar moeten we uiterst voorzichtig mee zijn. Het idee dat politici afstand moeten nemen van X is zorgelijk.’ Van den Brink (CDA) wilde daarop van hem weten of hij helemaal geen problemen ziet bij buitenlandse inmenging en beïnvloeding tijdens bijvoorbeeld verkiezingen. ‘Van wie die afkomstig zijn weten we niet precies, maar die aanvallen zijn er.’ Het antwoord van Van den Berg: ‘Wij hebben zeker oog voor die statelijke actoren. De AIVD houdt dat ook in de gaten. Maar als het bijvoorbeeld gaat om X dan liggen de grenzen binnen de wettelijke kaders. En anders: vrijheid van meningsuiting.’
‘Het idee dat politici afstand moeten nemen van X is zorgelijk’
Daniel van den Berg (JA21)
In het debat schaarden ook DENK, Volt en D66 zich bij de partijen die het kabinet oproepen meer te doen tegen inmenging van buitenlandse actoren en de kwalijke rol die de Amerikaanse techbedrijven spelen rond verkiezingen. Voor Dassen (Volt) bijvoorbeeld is het probleem vooral dat op deze platformen middels algoritmen bepaalde meningen versterkt worden. ‘Daardoor doven andere meningen uit. Als je het dan hebt over vrijheid van meningsuiting, wordt een gedeelte van de samenleving niet meer gehoord,’ zei hij in debat met het JA21-Kamerlid.
VVD-Kamerlid Verkuijlen richtte zich vooral op de vele bedreigingen die worden geuit op sociale media. Volgens hem moeten we in gesprek met platformen. ‘De mensen die bedreigen moeten uit de anonimiteit of van die platformen af. Ik zoek naar die beschermende werking. En dat is eigenlijk een soort tik op de vingers.’
Met elkaar overhoop
FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen en Kathmann lagen gedurende het debat geregeld met elkaar overhoop. Het PRO-Kamerlid wierp hem voor de voeten desinformatie te verspreiden, bijvoorbeeld toen het ging over de verkiezingen in Roemenië. ‘Driekwart van wat er ter rechterzijde van mij vandaan komt, is onzin.’ De andere Kamerleden lieten het nagenoeg passeren – óók Van den Brink, oud-journalist en nu dus Kamerlid voor het CDA.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Onzin dat de Digital Services Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA) de bijl zetten aan de Vrije Meningsuiting! Europa bouwt op de Negatieve Vrijheid van Meningsuiting van Plato, Rousseau en Kant, Alleen zonder andermans bemoeienis zijn we vrij. (dus ook niet door X algoritmen). Vrijheid met verantwoordelijkheid dus. De US verkracht de positieve vrijheid ( ‘meester over jezelf zijn’) met een beroep op de First Amendment. Anything goes, alleen is een algorithme geen mens. De essentie van Isaiah Berlin's (en John Locke en John Stuart Mill) definitie van Positieve Vrijheid is dat mensen ergens WELBEWUST toe besluiten, maar dan moeten zij zich ook wel bewust zijn van het Dunning Kruger Effect en het gemak waarmee algoritmen emotie triggeren. DAAROM is Data Governance nodig! Juist vanwege onze Vrijheid van Meningsuiting. Een mening is nog geen argument. Uiteindelijk gaat dit debat over Soevereiniteit en Vertrouwen (Trust); om het recht om als vrije Staat en als vrije Burger vrije politieke en beleidskeuzes te kunnen maken, moeten we verifieerbaar kunnen vaststellen dat we de data waarop wij onze beslissingen baseren ook daadwerkelijk kunnen vertrouwen. Want als je niet meer weet of de realiteit wel echt is, hoe kun je dan een rationele Staat runnen? Als de ratio het verliest van emotie en verwarring, wat heb je dan nog? Een feit is daarom hooguit een verifieerbare claim op een intersubjectieve werkelijkheid. Wetenschap en daarmee datawetenschap is niet ‘ook maar een mening’ en geschiedenis doet er toe en dus: woorden doen ertoe en daarmee context (kun je uitstekend meten met graphs). Wie bepaalt of iets desinformatie is? Iedereen heeft toch recht op zijn eigen mening? Dat kun je gewoon meten! Waarmee we op het terrein van de cognitieve oorlogsvoering komen; een combinatie van technologie, informatie en psychologische methoden om de cognitieve capaciteiten en besluitvormingsprocessen van individuen of groepen te beïnvloeden, te verstoren of te ondermijnen, met als doel om strategische voordelen te behalen. Het is een vorm van oorlogsvoering die probeert om kwetsbaarheden in de menselijke cognitie, perceptie en begrip uit te buiten om doelen te bereiken die je niet altijd kunt bereiken met schieten, met traditionele kinetische militaire acties. Zeker met moderne large language models (LLM) en invloed graphs is het proces gewoon te automatiseren met bijvoorbeeld political botnets, die zich gedragen als mensen en in real time reageren op jouw statements. Het is een vorm van oorlogsvoering die zich richt op de geest van tegenstanders, burgers en van de eigen bevolking, om hun overtuigingen, attitudes, emoties en gedragingen te beheersen of te beïnvloeden. Het doel van cognitieve oorlogsvoering is ook niet alleen om wil of vermogen van tegenstanders om te vechten te verzwakken (zie de statements in alternatieve media over ‘sneuvelbereidheid’). Het doel is om de strategische omgeving vorm te geven op een manier die de doelstellingen van de agressor bevordert. Door verwarring te zaaien, door verkeerde informatie te verspreiden, door het vertrouwen in instellingen en in wetenschap te ondermijnen of door samenlevingen te polariseren, ontstaat een situatie van FUD (Fear, Uncertainty, Doubt). Een gepolariseerde samenleving, is een verwarde samenleving, is een besluiteloze samenleving, is een machteloze samenleving. Cognitieve oorlogvoering is deel van de hybride oorlogsvoering. Dat nationale plan is strategische noodzaak. Er zijn multidisciplinaire reacties nodig, zoals tegenmaatregelen via onderwijs, mediageletterdheid, cyberbeveiliging en compliance met regulering van informatie- en communicatie-technologieën. Data Governance is het tegengif tegen algoritmische manipulatie. Desinformatie bestaat doorgaans uit emotioneel geladen content, omdat emoties ons kritische denkvermogen kunnen omzeilen. Emotionele mensen zijn geneigd om impulsiever te reageren en die content sneller te delen. Deze dynamiek, versterkt door inzichten uit de psychologie en gedragseconomie, speelt een cruciale rol in hoe onze oordelen en besluitvorming worden beïnvloed. Wij vertrouwen op onze eigen mentale snelkoppelingen, of heuristieken, om complexe vraagstukken te vereenvoudigen, maar juist dit leidt tot systematische denkfouten of biases. Hoog tijd daarom om emotionele meningen niet langer gelijkwaardig te maken met argumenten. Iedereen heeft het recht om zich ‘gekwetst’ te voelen, maar emotie is geen argument. Perceptie is geen perspectief. Hier ligt de kans voor de Staat die fact-based reasoning voor elkaar krijgt. Hier ligt de kans om in te zetten op verifieerbare data kwaliteit en verifieerbare Trust Ankers. Dan nog blijft het ontzettend moeilijk om desinformatie te ontwapenen. Heuristieken (‘denkmodellen’) zijn nuttig voor snelle besluitvorming, maar kunnen tot fouten leiden. Mensen baseren hun beslissingen vaak op direct beschikbare informatie en niet op grondige analyse (beschikbaarheidsheuristiek). Mensen zijn geneigd om de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen te overschatten, op basis van hoe typisch ze lijken (waar rook is, is vuur) (representativiteitsheuristiek ). Mensen zijn geneigd om te veel te leunen op het eerste stuk informatie dat ze ontvangen. (ankerheuristiek – "We werken verder op dit vastgestelde document".)
Deze mentale snelwegen vertekenen ons oordeel en leiden tot irrationele conclusies. De Vrije Wil is niet zo vrij. Mensen denken niet binair. We zijn geneigd om informatie te zoeken of te interpreteren die onze bestaande overtuigingen bevestigt (bevestigingsbias) en aangezien het Internet voor alles wel een markt vindt, zul je ook zeker mede-gelovigen vinden. Dan is er de status-quo bias, die ons verandering doet schuwen. (don’t confuse me with reality, I already know the truth). De overconfidence bias zorgt dat wij het vertrouwen in onze eigen capaciteiten overschatten. (het Dunning-Kruger-effect). Juist mensen met beperkte kennis of competentie op een bepaald gebied, hebben de neiging om hun eigen vaardigheden te overschatten. Tegelijkertijd kunnen juist zij de mate van de competentie van anderen niet nauwkeurig inschatten. Zo komen alt media aan hun publiek en populisten aan hun klap- en stemvee. We zullen bewust moeten investeren in metacognitie, in het bewustzijn van onze eigen denkprocessen, om informatie kritisch te leren evalueren om de invloed van desinformatie te verminderen. Dit vereist dat wij verifieerbaar vertrouwen kunnen hebben in betrouwbare bronnen en de bereidheid gaan hebben om ons eigen begrip en overtuigingen voortdurend te toetsen. Technisch kan dit automatisch. In de 'post-truth' samenleving, waarin informatie-overload en aandacht manipulatie prevaleren, is een kritische houding essentieel om de rechtstaat te behouden. Door ons hierbij bewust te zijn van de heuristieken en biases die ons denken beïnvloeden, kunnen we beter gewapend zijn tegen de valkuilen van desinformatie en een meer geïnformeerde en rationele benadering van informatie- en nieuwswaarachtigheid hanteren. In een tijdperk waarin informatie en technologie essentiële pijlers van de maatschappij vormen, is een goed functionerende staat meer dan ooit afhankelijk van een solide fundament dat bestaat uit zes cruciale componenten: normen, organisatie, proces, informatie, applicatie en technologie. Deze componenten vormen samen het raamwerk dat niet alleen de efficiëntie en effectiviteit van de overheid bepaalt, maar ook hoe goed een Staat kan reageren op de snel veranderende eisen van een informatie maatschappij. Snel doen dus, dat nationale plan. Liefst wel door mensen die ook aantoonbaar weten waar ze het over hebben.