Overslaan en naar de inhoud gaan
(advertentie)

Het grote dilemma van gezondheidsdata delen

Oudere arts met stethoscoop bekijkt holografische grafieken en datavisualisaties
De kernvraag is wie toegang heeft en wie daar controle over uitoefent - Shutterstock

Vrijwel niemand is tégen betere uitwisseling van gezondheidsdata. Het echte conflict rond de European Health Data Space (EHDS) gaat over wie toegang krijgt, wie daarover beslist en welke waarborgen nodig zijn om privacy, cybersecurity en het medisch beroepsgeheim te beschermen.

De kloof tussen voor- en tegenstanders van het delen van gezondheidsdata lijkt kleiner dan het publieke debat soms doet vermoeden. Over het doel – betere zorg, beter onderzoek en meer regie voor patiënten – bestaat weinig verschil van mening. De discussie gaat vooral over de voorwaarden waaronder gezondheidsgegevens worden gedeeld.

Inzage in eigen dossier

Antoinette Vlieger is als jurist gespecialiseerd in Europees gezondheidsdatarecht en houdt zich intensief bezig met de EHDS. Voor haar begint de discussie bij de vraag waarom patiënten niet gemakkelijk over hun eigen medisch dossier kunnen beschikken. Volgens haar loopt Nederland op het gebied van digitale gezondheidszorg achter. Patiënten kunnen vaak niet eenvoudig terugvinden welke medische beslissingen zijn genomen en op basis van welke informatie.

Ze spreekt uit eigen ervaring. Voor een second opinion vroeg zij haar medisch dossier op: ‘Het heeft me maanden gekost.’ Zelfs daarna ontbrak nog informatie. Voor Vlieger laat dat zien dat het formele recht op inzage niet genoeg is. Patiënten moeten hun gegevens ook daadwerkelijk snel en volledig kunnen krijgen.

De kernvraag is niet alleen of patiënten toegang krijgen, maar ook wie daarnaast toegang heeft en wie daar controle over uitoefent.’

Platform Burgerrechten

Privacyorganisaties betwisten niet dat dit nodig is. Platform Burgerrechten benadrukt dat niemand tegen inzage in het eigen dossier is. Dat recht bestaat al onder de AVG en de WGBO. Volgens de organisatie is het probleem vooral dat bestaande rechten gebrekkig worden uitgevoerd. De kernvraag is daarom niet alleen of patiënten toegang krijgen, maar ook wie daarnaast toegang heeft en wie daar controle over uitoefent.

Antoinette Vlieger
Antoinette Vlieger
© Eigen foto

Patiëntveiligheid en onderzoek

Vlieger wijst daarnaast op de patiëntveiligheid. Wanneer essentiële medische informatie niet beschikbaar is, weten artsen soms niet welke medicijnen iemand gebruikt of welke aandoeningen een patiënt heeft. Dat kan leiden tot verkeerde behandelingen of gevaarlijke situaties. Betere gegevensuitwisseling kan volgens haar fouten voorkomen en de kwaliteit van zorg verbeteren.

‘Als onderzoek achterwege blijft omdat gezondheidsdata niet mogen worden gebruikt, kunnen onnodig mensen overlijden.’

Antoinette Vlieger

Ook voor wetenschappelijk onderzoek biedt betere toegang tot zorgdata kansen. Die gegevens kunnen helpen bij onderzoek naar ziekten, behandelingen en betere zorg. Vlieger plaatst daar ook een ethische vraag bij. Als onderzoek achterwege blijft omdat gezondheidsdata niet mogen worden gebruikt, kunnen volgens haar later onnodig mensen overlijden. In haar ogen moet het debat daarom niet alleen gaan over de risico’s van gegevensgebruik, maar ook over de mogelijke schade van het níét gebruiken van gegevens.

Ze wijst daarbij op de coronapandemie, toen onderzoekers volgens haar regelmatig klaagden dat zij onvoldoende toegang hadden tot gegevens om het overheidsbeleid onafhankelijk te controleren. De EHDS kan daarin verandering brengen. ‘Door een vergunning te creëren waarmee je die data kunt aanvragen, creëer je een indirect recht op data. Daarmee kunnen we dus gewoon ons eigen ministerie van VWS gaan controleren.’ Ook buiten crisissituaties kan bredere toegang tot gezondheidsdata volgens haar helpen om beleid en de kwaliteit van zorg kritisch te onderzoeken. Data kunnen patronen zichtbaar maken die nu grotendeels buiten beeld blijven.

Privacy en cybersecurity

Vlieger vindt dat privacy en cybersecurity in het debat te vaak door elkaar lopen. Niemand wil dat medische gegevens op straat belanden, maar verantwoord gegevensgebruik en gebrekkige beveiliging zijn volgens haar verschillende problemen. Een datalek ontstaat doordat de beveiliging niet op orde is, niet uitsluitend doordat gegevens worden gebruikt.

Ook de huidige situatie is volgens haar niet vanzelfsprekend veilig. Gezondheidsgegevens liggen verspreid opgeslagen bij veel zorgaanbieders, waaronder kleine organisaties met beperkte ICT-kennis. De EHDS kan die versnipperde situatie volgens haar verbeteren door Europese eisen te stellen aan systemen, uitwisseling en beveiligde onderzoeksomgevingen.

Privacy First en Platform Burgerrechten zien privacy en cybersecurity juist als nauw verweven. De schaal en architectuur van een systeem bepalen volgens hen hoe aantrekkelijk het voor aanvallers is en hoe groot de gevolgen van een incident kunnen zijn. Een Europese infrastructuur met veel toegangspunten kan het aanvalsoppervlak vergroten.

Privacy First vreest bovendien een ‘single point of failure’. Hoewel medische gegevens bij zorgverleners opgeslagen blijven, wordt de toegang volgens de organisatie in belangrijke mate centraal georganiseerd. Problemen met een centraal onderdeel kunnen daardoor gevolgen hebben voor een groot netwerk.

De organisatie wijst op alternatieven, zoals decentrale systemen waarin patiënten meer regie houden. Ook bestaan volgens haar technieken waarmee onderzoek kan worden gedaan zonder medische gegevens breed te ontsluiten. Daarmee staan twee visies tegenover elkaar: Europese standaardisering kan een versnipperd landschap veiliger maken, maar een grootschalige infrastructuur kan ook nieuwe risico’s creëren.

KNMG bezorgd over toezicht

Artsenfederatie KNMG verzet zich niet tegen betere elektronische gegevensuitwisseling. De federatie ziet zelfs een voordeel in de Wet op het gezondheidsinformatiestelsel (Wet GIS), waarmee Nederland de EHDS implementeert. Na jaren van afzonderlijke beleids- en wetgevingstrajecten kan één overzichtelijk wettelijk kader ontstaan. Dat kan zorgverleners en beleidsmakers helpen om de regels naar de praktijk te vertalen.

Toch heeft de KNMG kritiek op de inrichting van het toezicht. Met de Wet GIS wordt de Gezondheidsdata Autoriteit (GDA) opgericht. De federatie vindt het positief dat burgers, zorgverleners en onderzoekers bij één herkenbare instantie terechtkunnen. Maar kan deze wel voldoende onafhankelijk opereren?

‘Of de EHDS patiënten meer controle geeft of juist minder, hangt af van hoe de regels en systemen straks worden ingericht.’ 

Antoinette Vlieger

Daarnaast gaan drie instanties toezicht houden op elektronische gegevensuitwisseling in de zorg: de GDA, de Autoriteit Persoonsgegevens en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Hoe gaan die de taken verdelen en samenwerken? Hoe worden bevoegdheden verdeeld? Onduidelijkheid hierover kan rechtstreeks doorwerken in het dagelijks werk van artsen.

De KNMG wil dat zorgverleners mee blijven praten als de overheid bepaalt welke gezondheidsgegevens verplicht digitaal moeten worden uitgewisseld. Die werkwijze bestaat al: nieuwe soorten gegevens en kwaliteitseisen worden nu al samen met het beroepsveld vastgesteld. De federatie wil dat dit zo blijft als deze regels worden opgenomen in de Wet elektronische gegevensuitwisseling.

Van opt-in naar opt-out

Het belangrijkste twistpunt is de overgang van opt-in naar opt-out. Nu moeten patiënten bij bepaalde vormen van gegevensuitwisseling vooraf toestemming geven. Onder de EHDS wordt het uitgangspunt dat gegevens beschikbaar zijn, tenzij iemand bezwaar maakt. Volgens EHDS-jurist Antoinette Vlieger is die mogelijkheid tot bezwaar nadrukkelijk in de Europese regels opgenomen en worden patiëntenorganisaties betrokken bij de verdere uitwerking.

Artsenfederatie KNMG en Platform Burgerrechten vrezen echter dat patiënten en artsen hierdoor minder zeggenschap krijgen. Zij wijzen erop dat een arts normaal gesproken moet kunnen beoordelen of het delen van medische informatie is toegestaan en of de ontvanger daadwerkelijk betrokken is bij de behandeling. Hun kritiek is dus niet dat gegevens nooit mogen worden gedeeld, maar dat de nieuwe opzet voldoende controle moet bieden en het medisch beroepsgeheim moet beschermen.

Europese standaarden en marktmacht

Vlieger plaatst de EHDS ook in het bredere vraagstuk van de Europese markt voor zorg-ICT. Een klein aantal leveranciers van elektronische patiëntendossiers heeft daar veel invloed. Volgens haar hebben nationale systemen en standaarden die afhankelijkheid versterkt. Europese afspraken kunnen het makkelijker maken om systemen te koppelen, de positie van grote leveranciers te doorbreken en zorg over de grens beter te organiseren. De EHDS moet zo patiënten meer rechten geven, de zorg-ICT-markt beter laten werken en meer ruimte bieden voor onderzoek, innovatie en publieke controle.

Volgens Vlieger gaat het debat daarom niet simpelweg over privacy tegenover het delen van data, maar over de voorwaarden waaronder gegevens kunnen worden gebruikt. Daarover bestaat meer overeenstemming dan vaak lijkt: Privacy First, Platform Burgerrechten en de KNMG zijn niet tegen gegevensuitwisseling, maar willen duidelijke regels, een veilige technische inrichting, onafhankelijk toezicht en bescherming van het medisch beroepsgeheim.

Nog veel uit te werken

Hoewel de Europese EHDS-regels zijn vastgesteld, moeten veel onderdelen nog technisch en nationaal worden uitgewerkt. De Wet GIS vormt de eerste fase van de Nederlandse implementatie. Volgens de KNMG heeft die wet directe gevolgen voor het dagelijks werk van artsen. De federatie vraagt daarom om duidelijkheid over toezicht, blijvende betrokkenheid van het beroepsveld en extra waarborgen voor het beroepsgeheim.

Vlieger verwacht dat het draagvlak voor de EHDS uiteindelijk zal groeien. Alle partijen onderschrijven het belang van betere databeschikbaarheid. Het fundamentele meningsverschil gaat over de inrichting. De EHDS belooft patiënten betere toegang tot hun gegevens, artsen relevantere informatie bij de behandeling en onderzoekers meer mogelijkheden om gezondheidsdata te benutten. Tegelijkertijd verschuift het uitgangspunt van voorafgaande toestemming naar bredere beschikbaarheid met een mogelijkheid tot bezwaar.

Of deze verandering patiënten meer controle geeft of juist minder, hangt af van hoe de regels en systemen straks worden ingericht. Goed toezicht, veilige techniek en bescherming van het medisch beroepsgeheim zijn daarbij cruciaal.

Dit artikel is ook gepubliceerd in iBestuur Magazine #60 van oktober 2026

Maak iBestuur uw voorkeursbron in Google

Met een nieuwe Google-functie bepaalt u nu zelf welke bronnen u als eerste ziet wanneer u zoekt. Zo mist u nooit meer het laatste nieuws van iBestuur.

Voeg iBestuur toe aan Google

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

(advertentie)

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in