Europese Commissie vraagt feedback op open source-strategie
De Europese Commissie vraagt om feedback op de European Open Digital Ecosystem Strategie. Nu de geopolitieke spanningen oplopen, is er Europa veel aan gelegen om de afhankelijkheid van niet-Europese techbedrijven verkleinen. De opensource-sector moet een cruciale bijdrage gaan leveren aan de technologische soevereiniteit, veiligheid en concurrentiekracht van de EU.
De concept-strategie bevat een strategische aanpak die het belang van de sector erkent. Daarnaast biedt het een strategisch en operationeel kader om het gebruik en de ontwikkeling van opensourcesoftware binnen de Commissie zelf te versterken. Het kader bouwt voort op de resultaten van de opensource-softwarestrategie van de Commissie voor 2020-2023.
De Europese Commissie heeft zich ten doel gesteld om ‘technologische soevereiniteit’ te bereiken.
Technologische soevereiniteit
De Europese Commissie heeft zich ten doel gesteld om ‘technologische soevereiniteit’ te bereiken. Op dit moment zitten veel Europese overheden en bedrijven vast een grote Amerikaanse en Chinese techleveranciers. Omdat iedereen opensourcesoftware kan inzien, aanpassen en delen, verwacht de Commissie dat het stimuleren van de opensource-sector leidt tot meer digitale veiligheid en transparantie.
Onlangs werd het European Digital Infrastructure Consortium for Digital Commons (DC-EDIC) opgericht, met Nederland in een voortrekkersrol. Volgens de Commissie is deze aanpak een goed voorbeeld van hoe Europese samenwerking kan leiden tot opschaling van de sector.
De Call for Evidence waarin de Commissie om feedback vraagt op de concept-strategie, loopt van 6 januari tot 3 februari 2026. De Nederlandse Open gemeenschap werkt aan een gezamenlijke reactie. Iedereen kan tot 3 februari argumenten aandragen.

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Het strategisch inzetten op concepten zoals Data Spaces, verifiable credentials, Zero Trust Data Federation en Policy as Code versterkt de technologische soevereiniteit van de EU door nadruk te leggen op interoperabiliteit, governance en veiligheid binnen een gedecentraliseerde architectuur. Dit biedt structurele oplossingen voor controle over dataflows, compliance met EU-wetgeving en veerkracht tegen geopolitieke druk. In plaats van enkel infrastructuur te optimaliseren, richt deze aanpak zich op de contextuele lagen waar samenwerking, juridische zekerheid en vertrouwen worden verankerd. Het stimuleren van opensource-innovatie binnen deze soft architecture maakt de EU minder afhankelijk van externe techreuzen en bevordert strategische autonomie en concurrentiekracht. Je kunt echt niet zonder buitenlandse hardware, maar je kunt wel je data uiterst fijnmazig inregelen. DAAR ligt het USP van de EU: identiteit, context verificatie, transparantie ...