Een onderzoek door TNO, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken (ICTU) laat zien dat er 252 Nederlandse organisaties betrokken zijn bij 82 Europese overlegorganen. Opvallend is dat veel relaties sporadisch zijn: circa 66 procent van de verbindingen vindt hooguit twee keer per jaar plaats, terwijl slechts ongeveer 6 procent intensief of structureel is. Daardoor blijft zichtbaarheid vaak beperkt tot vroegtijdige signalering. Echt invloed uitoefenen vereist frequente contacten, gezamenlijke voorstellen en actieve deelname aan standaardisatieprocessen.
Nederland kan meer invloed uitoefenen op de Europese digitale transitie
Nederland is breed vertegenwoordigd in Europese gremia rond digitalisering, maar de deelname van publieke organisaties is vaak versnipperd en weinig structureel. ‘Het is ieder voor zich’, geven respondenten aan. De publieke sector moet zich beter organiseren om niet uitsluitend te leunen op persoonlijke initiatieven.
Belemmeringen
Het onderzoek benoemt meerdere belemmeringen voor effectieve Nederlandse invloed:
- Capaciteit: te weinig tijd en mensen om structureel deel te nemen aan overleggen en werkgroepen.
- Kennisverlies: roulatie van experts en afhankelijkheid van externen zorgen voor discontinuïteit.
- Onduidelijkheid over mandaat en rollen: wie vertegenwoordigt welke prioriteiten en met welke bevoegdheden?
- Ontbrekend overzicht en gebrekkige coördinatie: veel organisaties opereren los van elkaar, met dubbelingen en gemiste kansen als gevolg.
Nederland kan haar kansen op agendabepalende invloed in de Europese digitale transitie sterk vergroten
Succesvolle voorbeelden
In gesprek met onze collega AG Connect geeft TNO-onderzoeker Gijs van Houwelingen aan dat er ook succesvolle voorbeelden zijn. Hij noemt het Nederlandse optreden rondom geodata. ‘Veel partijen kennen elkaar en er is al vroeg is begonnen met digitaliseren.’ Het Nederlandse GeoNovum ziet volgens hem in dat Europa belangrijk is en kan bovendien leunen op een sterke basis met een uitgebreid ecosysteem. ‘Dan zie je dat de vertegenwoordigers in het Europees overleg ook echt iets kunnen halen en brengen.’
Meer regie nodig
De publieke sector moet zich beter gaan organiseren om niet uitsluitend te leunen op persoonlijke initiatieven, aldus de TNO-onderzoeker. Regie is nodig om prioriteiten te stellen, rollen te definiëren en middelen doelmatiger in te zetten. Efficiëntere inzet kan ook door afstemming: in plaats van meerdere specialisten uit hetzelfde werkveld naar dezelfde bijeenkomst te sturen, kan één coördinerend vertegenwoordiger afspraken maken en terugkoppelen.
TNO heeft in een dynamisch schema alle connecties van overheden en sectoren geplot. Zo worden binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 49 connecties geteld. Ook het Ministerie van Financiën komt uit op 49. Bij de Kamer van Koophandel staat de teller op 53.
Hoe kan Nederland krachtiger opereren?
Een sterkere en beter verbonden Nederlandse positie in Europese gremia kan volgens TNO publieke organisaties helpen:
- Te werken met duidelijke en bruikbare standaarden
- Digitale diensten betrouwbaarder en efficiënter te maken
- Investeringen in data‑infrastructuur beter te benutten
- Minder afhankelijk te worden van grote (buitenlandse) marktpartijen
Met een beter overzicht, gerichte coördinatie en structurele kennisopbouw kan Nederland haar kansen op agendabepalende invloed in de Europese digitale transitie sterk vergroten.
Adviezen
In het TNO-rapport zijn de volgende drie adviezen opgenomen:
- Zorg voor gedeeld overzicht: Bouw en houd actueel een centraal, toegankelijk overzicht van relevante Europese gremia, rollen, mandaten, consultaties, deadlines en contactpunten. Netwerken zoals die van IBDS kunnen de actualisatie faciliteren.
- Zorg voor structurele coördinatie: Creëer geen nieuwe bureaucratische laag, maar wel vaste overlegmomenten tussen hubs (bijv. IBDS, CoE‑DSC, Forum Standaardisatie, GeoNovum) om prioriteiten te bespreken, consultatiereacties af te stemmen en taken te verdelen.
- Investeer in kennisopbouw: Ontwikkel een duurzame leerlijn over EU‑kaders, interoperabiliteit en standaardisatie binnen de publieke sector. Dit voorkomt kennisverlies en maakt de Nederlandse inzet consistenter en effectiever.

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.