De TIB schrijft dat het de druk op de nationale veiligheid ziet toenemen, maar dat mag niet leiden tot verslapping van de regels. Juist bij groeiende dreigingen moet de inzet van bevoegdheden beter worden onderbouwd en gecontroleerd. Zonder stevig toezicht komt het vertrouwen in de rechtsstaat onder druk te staan.
Toezichthouder constateert meer fouten bij inzet inlichtingendiensten
Het toezicht op de AIVD en MIVD noteert groeiend aantal verzoeken én meer fouten in de uitvoering. Dat blijkt uit het Jaarverslag TIB 2025. De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden beoordeelde vorig jaar 4615 verzoeken en moest in 206 gevallen ingrijpen omdat de inzet onrechtmatig was.
In het jaarverslag valt de stijging naar 4,5% onrechtmatige inzet van bevoegdheden op. Volgens de TIB is een aanzienlijk deel daarvan te voorkomen. Verzoeken bevatten regelmatig ontbrekende informatie, onvolledige motiveringen of slordigheden. Dat wijst op tekortschietende interne controle bij de diensten.
Meer dan administratiefouten
Maar de kritiek gaat verder dan administratieve fouten. In meer dan de helft van de afgewezen verzoeken schoot de proportionaliteit tekort: de inzet van zware bevoegdheden stond niet in verhouding tot het doel. De commissie is vooral kritisch op twee ontwikkelingen: ten eerste de inzet op zogenoemde ‘non-targets’, personen of bedrijven die zelf geen dreiging vormen. Ten tweede het gebruik van bulkdata, zoals bij kabelinterceptie. Daar wordt op grote schaal informatie verzameld, terwijl de opbrengst volgens de TIB achterblijft. De verhouding tussen impact en resultaat is daarmee volgens de toezichthouder problematisch.
Vaker controle achteraf
Ondertussen verandert het toezicht zelf. Door de Tijdelijke wet is het voorafgaande toezicht op sommige punten verminderd en verschuift de controle deels naar achteraf. Tegelijkertijd leidt de mogelijkheid om naar de Raad van State te stappen tot meer juridisering. Oordelen moeten uitgebreider en gedetailleerder worden gemotiveerd, wat de werkdruk bij de TIB verder verhoogt.
Opvallend is dat het gebruik van spoedprocedures juist is afgenomen tot 2,9% van de verzoeken. Ook het aantal onrechtmatige spoedbesluiten daalde. Dat suggereert dat de diensten zorgvuldiger omgaan met uitzonderingsmaatregelen. Voor de toekomst ligt een ingrijpende wijziging op tafel: één toezichthouder die toetsing en toezicht samenbrengt. Daarmee moet het toezicht effectiever en samenhangender worden. Hoe die nieuwe structuur eruit gaat zien, is nog onduidelijk.

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.