Natuurlijk impliciet gaat het dan over een CEO met een Nederlands paspoort, of een KvK-inschrijving in Nederland zodat het bedrijf onder de Nederlandse wetgeving valt. Maar dat is de oppervlakte. Het gesprek blijft steken in geografie, terwijl het eigenlijk zou moeten gaan over bestuurscultuur.
Om die culturele laag te begrijpen is het interessant om te kijken naar hoe landen zichzelf op nationale feestdagen vieren. Neem Frankrijk: tijdens Quatorze Juillet vullen straten zich met militaire parades, vuurwerk en dorpsfeesten. De staat toont zich, trots en zichtbaar, en burgers vieren mee. Typisch Frans. Daarom lukt het Frankrijk wel om in een groot gebaar over te stappen naar Linux.
In Zwitserland, op de Bundesfeiertag, zie je iets anders: bergvuren, lokale optochten en boeren buurtbrunches. Tradities die diep geworteld zijn in lokale gemeenschappen. Zwitserland is namelijk geen land, maar een bonte verzameling van kleinere kantons. Die terughoudendheid tegenover centraal gezag en nadruk op autonomie zie je terug in een bedrijf als Proton AG.
En wat doet Nederland? Op Koningsdag trekken we massaal onze schuren leeg. We spreiden kleedjes uit op straat en proberen onze oude zooi aan elkaar te slijten. Dat dit een nationale traditie is, zegt iets fundamenteels over wie wij zijn als land: pragmatisch, handelsgericht, en altijd op zoek naar het juiste moment om een goede deal te maken. Een van onze SETUP-collega’s vertelde bijvoorbeeld trots dat ze deze koningsdag een origineel Perzisch tapijt voor een tientje op de kop wist te tikken, en dat ze door iedereen daar gedurende de dag complimenten over kreeg.
Wat bedoelen we eigenlijk met “Nederlandse handen”?
In het politieke debat over de verkoop van Solvinity en DigiD is iedereen het erover eens: DigiD moet “in Nederlandse handen blijven”. Maar vrijwel niemand stelt de vervolgvraag: wat bedoelen we eigenlijk met “Nederlandse handen”?
De verkoop van kritieke digitale infrastructuur is iets anders dan een gourmetset, maar het is wel een uiting van wie we zijn.
De verkoop van Solvinity is in dat licht het meest Nederlandse wat we kunnen doen. Misschien een beetje dom, want kritieke digitale infrastructuur is iets anders dan een gourmetset, maar de verkoop ervan is wel een uiting van wie we zijn. Als handel zo in onze volksaard zit laten we de verkoop van DigiD geen kortzichtigheid noemen maar vooral als een keuze omarmen. Laat Amerika toch blij zijn met de oude broodrooster die Solvinity is. Naast DigiD heeft de rijksoverheid vast nog meer oude ICT-systemen of datakluizen in de schuur staan. Willen ze die ook niet hebben? Out with the old, in with the new.
Ook hebben we genoeg bezige-beta-bevers klaarstaan die maar wat graag iets nieuws bouwen. Systemen voor het gedecentraliseerde web, met privacy by design en cryptografie die bestand is tegen de volgende generatie AI of quantumcomputers. Systemen die we over twintig of dertig jaar weer de vrijmarkt op kunnen zodra de volgende versie nodig is.
Maar dan missen we het werkelijke punt. Niet de verkoop is het probleem, maar de manier waarop we bestuur en eigenaarschap rond ICT hebben georganiseerd. Het ontbreekt aan een nationale visie en aan institutionele kennis, waardoor deze publieke infrastructuur is gereduceerd tot een dienst die je kunt uitbesteden en op afstand kunt controleren. Maar wat je zelf niet draagt en begrijpt, kan je ook niet bezitten. We kunnen verontwaardigd zijn over de verkoop van DigiD, maar eerlijker is om te erkennen dat we het nooit echt in handen hebben gehad.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
De laatste zin is, m.n. in de context van DigiD niet geheel terecht.
Juist in het einde van vorige eeuw was de ontwikkeling minder gehaast en was er ruimte om op basis van toepassing en ervaring met gebruik door te ontwikkelen.
Voorzieningen die anders worden gebruikt dan voorzien blijven een uitdaging, zeker als dat gebruik plaatsvindt door partijen waarmee geen rechtsverhouding bestaat.
Dat was een van de elementen die ook bij Toeslagen speelde en zomaar opnieuw opduikt in de context van misbruik en oneigenlijk gebruik.