Doorbreek verkokering met taskforce om digitale infrastructuur te versterken
Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het rapport-Wennink ‘De route naar toekomstige welvaart’. Gisteren gaf premier Jetten een flinke voorzet door de ambitie uit te spreken dat Europa zelf een techreus moet worden. Dat vraagt om gerichte investeringen in onze digitale infrastructuur. Hiervoor zullen departementen, andere overheden en markpartijen samen een puzzel moeten leggen. Rick Pijpers stelt voor een Taskforce Rekenkracht, Hyperconnectiviteit & Datacenters in te richten, die binnen honderd dagen met een nationale uitvoeringsagenda komt.
De Nederlandse opslag- en verwerkingscapaciteit voor data is te beperkt voor de ambities rond AI, cloud, fintech, wetenschap en digitale dienstverlening, stelt Wennink in zijn rapport. Het Rijk moet volgens Wennink meer sturing nemen op waar capaciteit moet komen. Bijvoorbeeld als het gaat om de ontwikkeling van datacenters. Gemeenten blijven relevant voor de lokale ruimtelijke inpassing van datacenters, maar voorkomen moet worden dat de nationale digitale infrastructuur vastloopt in versnipperde besluitvorming, aldus Wennink.
Dat is ook wat Pijpers bepleit. De huidige verkokering beperkt onze handelingssnelheid: ‘Niemand is momenteel verantwoordelijk voor het geheel. De besluitvorming is versnipperd over departementen, overheden, infrastructuurpartijen en marktpartijen. Terwijl de internationale ontwikkelingen snel gaan, dreigen wij vooral veel tijd kwijt te raken aan afstemming, procedures en afzonderlijke beleidsdiscussies.’
Hij hoopt dat het debat in de Kamer vandaag tot concrete acties gaat leiden. ‘Door vandaag strategisch te investeren in de infrastructuur voor AI-inference, leggen we de basis voor de productiviteit, economische weerbaarheid en publieke welvaart die nodig zijn om onze sociale welvaartsstaat ook voor toekomstige generaties houdbaar te maken.’
Het doel moet niet zijn om zoveel mogelijk datacenters aan te trekken, maar om een divers digitaal infrastructuurlandschap te ontwikkelen
Taskforce
‘Nationale regie moet voorkomen dat Nederland wel over digitale autonomie spreekt, maar door trage besluitvorming onvoldoende in staat is die ambitie ook in infrastructuur om te zetten’, schrijft Pijpers. Hij stelt voor een Taskforce Rekenkracht, Hyperconnectiviteit & Datacenters in te richten die interdepartementaal wordt aangestuurd. Economische Zaken zou de rol van trekker moeten krijgen; VRO en Klimaat en Groene Groei worden mede-opdrachtgever. BZK/Digitalisering, IenW en OCW worden structureel betrokken.
De taskforce moet beperkt worden tot acht tot tien onafhankelijke leden met expertise op het gebied van AI en compute, datacenters en cloud, telecom, energie, ruimtelijke ordening, wetenschap, cybersecurity, financiering en regionale economie. Daaromheen kan een bredere advieskring worden gevormd met bedrijven, kennisinstellingen, netbeheerders, provincies en gemeenten.
Vijf resultaten in honderd dagen
De opdracht aan de taskforce is concreet: ontwikkel binnen honderd dagen een nationale uitvoeringsagenda voor de digitale infrastructuur die Nederland richting 2030 en 2040 nodig heeft voor economische groei, maatschappelijke ontwikkeling en strategische weerbaarheid.
Daarvoor noemt Pijpers vijf beoogde resultaten:
- Nationale Compute Outlook 2030–2040, met inzicht in de benodigde rekenkracht en de verdeling tussen nationale, Europese en mondiale capaciteit
- Nationale digitale infrastructuurkaart, waarin compute, datacenters, verbindingen, energie-infrastructuur, duurzame opwek en mogelijke ontwikkellocaties samenkomen
- Strategisch afwegingskader voor economische en maatschappelijke waarde, autonomie, duurzaamheid, connectiviteit en de bijdrage aan Nederlandse ecosystemen
- Beperkt portfolio van strategische projecten en locaties waarvoor Rijk, regio, gemeenten en infrastructuurbeheerders gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen
- Versnellingsagenda voor knelpunten rond ruimte, energie, vergunningen en regelgeving, inclusief duidelijke verantwoordelijken en deadlines.
Aanpak datacenters
Staatssecretaris Willemijn Aerdts heeft net deze week in haar planningsbrief aangegeven dat het kabinet werkt aan een geïntegreerde nationale aanpak voor datacenters. Die moet dit najaar verschijnen. Pijpers waarschuwt voor een te eenzijdige blik op datacenters. Het doel moet niet zijn om zoveel mogelijk datacenters aan te trekken, maar om een divers digitaal infrastructuurlandschap te ontwikkelen. Strategische digitale autonomie staat daarbij voorop, iets waar hij zich als bestuurder van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC) al enige tijd hard voor maakt. ‘Belangrijk is dat Nederland en Europa voldoende eigen capaciteit, alternatieven en handelingsvrijheid hebben om niet vast te zitten aan één leverancier, technologie of geopolitiek blok.’
Volgens hem moet de inzet zijn Nederland te positioneren als een duurzaam, hyperverbonden en strategisch digitaal knooppunt van Europa. Niet door simpelweg zoveel mogelijk datacenters te bouwen, maar door rekenkracht, cloud, connectiviteit, energie en ruimtelijke ontwikkeling als één samenhangend ecosysteem te organiseren.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Rekenkracht, cloud, connectiviteit, energie en ruimtelijke ontwikkeling als één samenhangend ecosysteem organiseren zou sowieso moeten, maar laten we dat dan meteen en vooral in lijn doen met de hybride dreigingen die nooit meer zullen verdwijnen.
Dus geen oude wijn in nieuwe zakken. Niet denken in termen van infrastructuur, maar in termen van data ecosystemen en Veerkracht. De Staat draait op continuïteit van de Nederlandse rechtsstaat, overheidsfinanciën en publieke dienstverlening in termen van de stabiele realisatie van collectieve goederen en diensten. Hybride dreigingen kunnen die functie raken via cyberaanvallen, desinformatie, verstoring van ketenpartners, druk op gegevensuitwisseling, sabotage van vitale infrastructuur of aantasting van vertrouwen in de uitvoering. Al die nieuwe infrastructuur is uiteindelijk bedoeld voor het garanderen van die centrale opgave. De boel moet bestuurbaar blijven; ook wanneer de externe omgeving onder druk staat. Dat kan nu dankzij Data Spaces, Policy as Code, Compliance by Default, Software Defined Anything ...
Dat werkt weer niet zonder holistische bestuurlijke benadering. Dat vraagt om heldere prioriteiten, voorspelbare escalatielijnen, versterkte cyber- en ketenweerbaarheid, robuuste crisiscommunicatie en nauwe multidisciplinaire, domeinoverschrijdende afstemming tussen overheden, ketenpartners, uitvoeringsorganisaties en vitale aanbieders binnen gedistribueerde, gefedereerde data ecosystemen. Dat vereist bestuurlijke prioriteit voor de continuïteit van datavoortbrengingsprocessen, bescherming van gevoelige gegevens, betrouwbaarheid van digitale dienstverlening en behoud van maatschappelijk vertrouwen. Dat redt je niet alleen met wat basis IT op orde brengen, maar vereist bewuste integrale orkestratie van technische beveiliging, hersteltijd, besluitvaardigheid, ketenafspraken, juridische zorgvuldigheid en eenduidige communicatie richting burgers, bedrijven en bestuur. Rekenkracht, hyperconnectiviteit en datacenters zijn leuk, maar passen ook in een nationale discussie over weerbaarheid, vitale infrastructuur, cyberdreigingen en NAVO/EU-samenwerking als uitgangspunt. Nederland heeft geen gebrek aan organisaties, maar wel aan een gedeeld ritme voor besluitvorming onder hybride druk. De strategische opgave zou dus zijn om bestaande bevoegdheden, sectorale kennis en private uitvoeringsmacht zodanig te verbinden dat een aanval op één vitaal proces niet leidt tot bestuurlijke vertraging, maatschappelijke onzekerheid of cumulatieve keteneffecten. Dat vraagt om een weerbaarheidsmodel met vooraf afgesproken escalatielijnen, een gedeeld nationaal dreigings- en continuïteitsbeeld, sectorale hersteldoelen, juridische waarborgen en bestuurlijke oefeningen waarin rijk, regio’s, vitale aanbieders en bondgenoten gezamenlijk besluiten oefenen. Nederland wordt - net als alle EU landen - geraakt door hybride dreigingen onder de drempel van gewapend conflict: digitale aanvallen, spionage, sabotage, beïnvloeding, economische druk en verstoringen van vitale processen. NAVO-lidmaatschap biedt afschrikking, maar maakt Nederland ook aantrekkelijk als doelwit vanwege onze havens, dataknooppunten, energie-infrastructuur, internationale organisaties en logistieke doorvoer naar bondgenoten. Die dreiging is niet eendimensionaal. Statelijke actoren kunnen cyberoperaties combineren met verkenning van infrastructuur, informatie-operaties, diplomatieke druk of economische dwang. Criminele netwerken kunnen daarbij als uitvoerder, dekmantel of versterker functioneren. Voor Nederland is vooral de combinatie van open economie, digitale afhankelijkheid en dichte fysieke infrastructuur relevant. Drie kwetsbaarheden zouden daarom prioriteit verdienen: het oppakken van de nu nog zeer versnipperde informatiepositie tussen rijk, regio’s en private vitale aanbieders; afhankelijkheden in digitale infrastructuur, energie, telecom, water en transport; en onduidelijke overgangsmomenten tussen normale crisisbeheersing, nationale opschaling en bondgenootschappelijke consultatie.
Het heeft geen zin om als doel te stellen dat Nederland 'later' een duurzaam, hyperverbonden en strategisch digitaal knooppunt van Europa moet worden. We ZIJN het al, alleen niet als bewust data ecosysteem en dat maakt onnodig kwetsbaar op Systeempunten. Veerkracht is een vak. Mooie kans om daar wat aan te doen.