In 2024 investeerde de Nederlandse overheid € 500 miljoen in digitale infrastructuur. Klinkt als veel, tot je realiseert dat één Amerikaans Big Tech-bedrijf meer uitgeeft aan AI-ontwikkeling in één kwartaal. Of dat China zijn digitaliseringsprogramma's meet in tientallen miljarden. Europa's digitale afhankelijkheid is geen metafoor meer: 95% van onze cloudopslag draait op niet-Europese platforms, en het merendeel van onze AI-modellen komt uit Silicon Valley of Shenzhen.
Digitale autonomie door samenwerking: de kracht van de Nederlandse ecosysteem-aanpak
De grote digitale transities, zoals AI, quantumcomputing, digitale weerbaarheid, vragen niet om meer regelgeving of losse innovatieprojecten. Ze vragen om duurzame ecosystemen waarin kennis, beleid en praktijk elkaar over langere tijd versterken.
Digitale kloof
De digitale kloof groeit, zowel in de wetenschap als economie. Universiteiten in EU-landen komen nauwelijks voor in de top-100 van academische rankings voor computer science. Waar de EU in 2010 nog 25 procent van de wereldwijde halfgeleiderproductie voor haar rekening nam, is dat gedaald naar 9 procent. Europa telt slechts 8 van de 100 grootste digitale platforms wereldwijd. Deze achterstand is niet alleen economisch, maar ook strategisch: digitale afhankelijkheid raakt aan de kern van onze democratische en economische weerbaarheid.
De achterstand van de EU ten opzichte van de VS en China geldt ook voor ons. Nederland besteedt 2,3 procent van het bbp aan onderzoek en innovatie — aanzienlijk minder dan de afgesproken 3 procent EU-norm en fors onder landen als Duitsland (3,1 procent) en Zweden (3,4 procent). Van die € 18 miljard gaat naar schatting € 2-3 miljard naar digitale technologie. Ter vergelijking: Duitsland reserveerde €3 miljard specifiek voor AI-ontwikkeling (2019-2025), Frankrijk € 1,5 miljard
Versnipperde initiatieven
Deze achterstand van de EU inclusief Nederland, in vergelijking met de VS en China is inmiddels algemeen bekend en erkend. Dit heeft geleid tot vele initiatieven die waardevol en lokaal ook succesvol zijn, zoals zichtbaar is in tal van programma’s en beleidsinitiatieven. Maar ze blijven gefragmenteerd over ministeries (EZK, BZK, OCW), topsectoren en programmalijnen. Kennisinstellingen en bedrijven moeten laveren tussen verschillende subsidiestromen met verschillende voorwaarden en — cruciaal — verschillende tijdshorizonten: meestal 2-4 jaar in plaats van de 10+ jaar die ecosystemen nodig hebben om tot volle wasdom te komen.
We hebben geen nieuwe agenda nodig, maar een fundamenteel andere manier van organiseren, die een lange-termijn commitment garandeert.
Ons probleem is niet gebrek aan beleid, maar gebrek aan samenhang en structurele continuïteit. Zonder structurele, langdurige investeringen in kennisopbouw blijven we afhankelijk van buitenlandse technologie, talent en standaarden. Dat is niet alleen een gemiste kans voor wetenschap en economie, maar raakt aan fundamentele waarden: onze economische weerbaarheid, democratische controle, publieke dienstverlening en veiligheid.
Wat nodig is: Geen nieuwe agenda naast de bestaande, maar een fundamenteel andere manier van organiseren, die samenhangende maatregelen en lange-termijn commitment garandeert. Zo’n ecosysteem krijgt pas echt vliegwiel wanneer partners zich verbinden aan een concreet, gedeeld hoger doel dat verder reikt dan proces of structuur — een missie die urgentie koppelt aan een duidelijke stip op de horizon.
Drie modellen
Samenhang en lange-termijn sturing kan op meerdere manieren georganiseerd worden. In de VS gebeurt dit via het marktmechanisme. De grote tech-bedrijven zijn onderling fel met elkaar in competitie, en alleen die bedrijven die vooruitkijken en de omgeving naar hun hand zetten, overleven. China kiest voor een zeer strakke centrale aansturing.
Er zijn veel redenen waarom in de EU niet gekozen is voor marktdominantie, en ook niet voor strakke centrale sturing. Gelukkig is er nog een derde weg: de ecosysteem-aanpak.
In de Nederlandse traditie van polderen en publiek-private samenwerking ligt precies de sleutel voor een toekomstbestendig digitaal model. Niet hiërarchisch of fragmentarisch, maar netwerkgericht — via ecosystemen waarin overheid, kennisinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties elkaar versterken.
Een digitaal kennis- en innovatiesysteem vraagt om meer dan incidentele samenwerking.
Nederland kent sterke voorbeelden. De gouden driehoek in de landbouw maakte ons wereldleider in voedseltechnologie en duurzaamheid. Brainport Eindhoven groeide uit tot een internationaal erkend innovatie-ecosysteem in hightech systemen en materialen. Dit succes is niet alleen te danken aan grote bedrijven als ASML en Philips, maar juist aan de structurele verankering tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid, waardoor innovatiecycli over decennia konden worden opgebouwd. Het Quantum Delta NL laat zien dat Nederland dit ook op digitaal terrein kan. Door publiek-private samenwerking tussen TNO, universiteiten, bedrijven als QuTech en overheid werd €615 miljoen gemobiliseerd. Het resultaat: Nederland speelt een leidende rol in Europese quantumontwikkeling, met concrete toepassingen in veilige communicatie en berekeningen.
De uitdaging is deze benadering structureel en systeem-breed toe te passen op álle cruciale digitale domeinen — AI, cybersecurity, data-infrastructuur, digital skills en vanuit de maatschappelijke opgaven.
Een volwassen ecosysteem
Een digitaal kennis- en innovatiesysteem vraagt om meer dan incidentele samenwerking. Het vraagt om gedeeld eigenaarschap, wederkerigheid en continuïteit — precies de principes die de Nederlandse partnerschapsaanpak zo sterk maken. Wanneer samenwerking vooral financieel of hiërarchisch wordt aangestuurd, verliest zij haar innovatieve vermogen. Pas wanneer partners zich - gelijkwaardig en vanuit een wederzijds belang - verbinden aan gezamenlijke doelen vanwege een urgent gemeenschappelijk probleem, ontstaat de ruimte voor structurele kennisuitwisseling en doorontwikkeling.
Een volwassen ecosysteem voor digitale kennis en innovatie vereist:
- Gezamenlijke investering: Niet alleen publiek geld of alleen private middelen, maar gedeelde financiering waarbij risico's en opbrengsten worden gedeeld. Bijvoorbeeld: universiteit levert onderzoek infrastructuur, bedrijven detacheren experts, overheid financiert promovendi en zorgt voor afnamepraktijk.
- Structurele samenwerking: Kennisinstellingen werken niet projectmatig maar structureel samen met uitvoeringspraktijk en beleid. Denk aan: gezamenlijke onderzoekagenda's, doorlopende kennisuitwisseling, embedded researchers in ministeries, praktijkprofessoren op hogescholen en universiteiten.
- Lange termijn-commitment: Resultaten worden niet gemeten in korte projecten (2-3 jaar), maar in duurzame leer- en innovatiecycli van minimaal 5-10 jaar. Dit vergt meerjarige financiering en politieke stabiliteit.
- Gezamenlijke governance: en ecosysteem vraagt om besturing waarin alle partijen stem hebben. Geen principaal-agent relatie, maar een platform met gedeelde besluitvorming over strategische richting, onderzoeksprioriteiten en valorisatieroutes. Dit vraagt om bestuurders die verder kijken dan begrotingscycli en zich committeren aan een lange termijnvisie.
Deze randvoorwaarden zijn niet vrijblijvend: ze bepalen of Nederland de stap kan maken van losse samenwerking naar een samenhangend digitaal ecosysteem dat internationaal kan meekomen.
Van Nederland naar Europa
De uitdagingen waar Nederland mee worstelt, gelden voor heel Europa. Versnipperde investeringen, een tekort aan digitaal talent en afhankelijkheid van buitenlandse technologie zijn Europese problemen. Binnen programma’s als het Digital Europe Programme ligt de kans om een nieuw, samenhangend kennis- en innovatie-ecosysteem te bouwen.
Dit vereist wel dat Nederland zijn aanpak actief exporteert en verankert in Europese programma's. Als meerdere EU-landen een goed georganiseerd ecosysteem voor digitale zaken hebben, dan kunnen deze ecosystemen met elkaar verbonden worden tot een krachtig EU ecosysteem, dat zich kan meten met de VS en China.
Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel. Het artikel is ook gepubliceerd in iBestuur Magazine #58 van april 2026.
GovTechDay 2026
Tijdens GovTechDay op 11 juni a.s. onderzoeken we hoe de samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en ondernemers bijdraagt aan duurzame digitale autonomie.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.