Geschatte kosten NDS: bijna 1 miljard euro
De geschatte kosten voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) zijn 950 miljoen euro. Dat blijkt uit een eerste raming, die nog veel onzekerheden bevat. In de eerste helft van 2026 moet een meer gedetailleerde investeringsagenda het licht zien.
Tot die tijd wordt de NDS zo veel mogelijk uitgevoerd met bestaande middelen. Dat schrijft verantwoordelijk demissionair staatssecretaris Eddie van Marum (Digitalisering, BBB) in een 'stand van zaken-document' aan de Tweede Kamer.
De Tweede Kamer wilde snel inzicht in wat de NDS zou gaan kosten. Tweede Kamerlid Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) verzocht in een motie om al voor de verkiezingen met een investeringsagenda voor digitalisering te komen. Die zou er in het eerste kwartaal van 2026 zijn, al lijkt Van Marum inmiddels uit te gaan van het tweede kwartaal.
De voorlopige raming die Van Marum de Kamer nu stuurt, is tot stand gekomen in samenwerking met de andere departementen, medeoverheden en het netwerk publieke dienstverleners (NPD). In de bijbehorende Kamerbrief benadrukt hij dat het een tussenstand betreft en dat de genoemde bedragen niet alleen een aanzienlijke mate van onzekerheid bevatten, maar ook nog niet van dekking zijn voorzien.
De genoemde bedragen bevatten niet alleen een aanzienlijke mate van onzekerheid, ze zijn ook nog niet van dekking voorzien.
Politieke keuzes
In de raming zijn enkel de financieel grootste projecten per NDS-onderdeel (zes prioriteiten en vier interventies) opgenomen. Andere kostenposten, zoals het oplossen van legacyproblemen, zijn niet meegeteld. Politieke keuzes over de realisatie en implementatie van de onderdelen moeten nog worden gemaakt en hebben grote invloed op de uiteindelijke kosten.
Aanjaagteams
De NDS, die in juli werd gepresenteerd, is een plan van het rijk, decentrale overheden en publieke dienstverleners om de digitale basis van ons land te versterken. Ze werken allemaal samen op zes prioriteiten om als één overheid te kunnen versnellen.
Hoe dat in de praktijk werkt, werd gisteren uit de doeken gedaan tijdens een webinar. Voor iedere prioriteit heeft een aanjaagteam mandaat om middelen toe te wijzen en een richting te kiezen. Zo realiseert het Aanjaagteam ‘Burger en Bedrijven Centraal’ overheidsbrede loketten in samenwerking met ongeveer veertig gemeenten.
Lees ook:

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Er zijn zat concrete, snel haalbare baten te realiseren die voortvloeien uit de Nederlandse Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS), die zowel kosten besparen als de efficiëntie en dienstverlening verbeteren. Denk aan het elimineren van redundante applicaties en overlappende data registraties. (kun je naar elkaar laten verwijzen en opschonen. (context verificatie, GEEN centralisatie) hoewel het centraliseren van functionaliteiten in één applicatie (bijvoorbeeld via Common Ground-initiatieven van VNG) ook best redundantie kan elimineren, alleen op straffe van meer digitale kwetsbaarheid en lock-in. Je kun verouderde software uitfaseren, want die kunnen onderhoudsintensief en foutgevoelig zijn geworden. Vervanging van een subset van legacy-systemen door moderne SaaS-oplossingen kan de operationele kosten zomaar met 15-20% verlagen en procesfouten verminderen. Je kunt bestaande software breder inzetten, zoals SURFcumulus (voor onderwijsinstellingen). Dit platform biedt cloudoplossingen die ook voor gemeenten en provincies bruikbaar zijn. Je kunt federatief identiteitsbeheer invoeren, om duplicatie bij burgeridentificatie te verminderen. Dat vermindert dubbele registraties en verbetert de gebruikservaring. Je kunt ketenprocessen compleet omdenken door context-brokers in te zetten in een publish-subscribe ecosysteem, zodat de actoren automatisch abonneren op de data zie ze nodig hebben en de data publiceren die ze kwijt willen aan een veel breder pallet aan stakeholders. Je kan een (de)centrale datacatalogus/datamarkt(en) invoeren, want overheidsorganisaties weten vaak niet welke datasets allang beschikbaar zijn bij andere instanties. Je kunt de cyberweerbaarheid verbeteren met een federatief SOC, zodat actoren met vaak beperkte middelen om Security Operations Centers (SOC’s) zelfstandig op te zetten kunnen profiteren van centrale monitoring en expertise, wat direct beveiligingsrisico’s vermindert. Je kunt de Big Tech-afhankelijkheid verminderen, waar veel overheidsdata nu nog wordt opgeslagen in publieke clouds van buitenlandse providers. Door bestaande Europese initiatieven, zoals GAIA-X te benutten, kan de overheid data soeverein beheren en de afhankelijkheid van buitenlandse technologie verminderen.
Je kunt de data-uitwisseling standaardiseren door eindelijk NGSI-LD als API standaard verplicht te stellen, zoals andere EU landen allang gedaan hebben. Door een gestandaardiseerd gegevensuitwisselingsprotocol te implementeren, kunnen wijzigingen automatisch worden doorgegeven, zonder centraal platform gegevensuitwisseling (wat weer een massive single point of failure zou zijn). Je zou AI-toepassingen kunnen opschalen, door bestaande AI-modellen te delen en te schalen naar andere instanties via een gedeeld AI-competentiecentrum dat modellen beschikbaar maakt voor meerdere diensten. Door bestaande frameworks en standaarden gewoon toe te passen en door te sturen op aantoonbare compliance op data niveau kan al snel heel veel.