Geloof in misinformatie begint vaak offline
‘Smeer je niet in, want daardoor krijg je juist kanker’, beweert de influencer. ‘Je huid heeft zonkrachttraining nodig.’ Wie valt er voor zulke ongefundeerde beweringen? Dat zocht het Rathenau Instituut uit. Wat blijkt: of mensen misinformatie op sociale media geloven, hangt voor een belangrijk deel samen met hun ervaringen in de offline wereld. Wil je de negatieve gevolgen van misinformatie op sociale media bestrijden, dan moet je dus breder kijken dan naar Instagram of TikTok alleen.
'Wetenschappelijke misinformatie' betekent zoveel als ‘claims over wetenschappelijke onderwerpen die tot op heden niet worden onderbouwd door de heersende wetenschappelijke consensus’. In tegenstelling tot desinformatie hoeft de intentie achter misinformatie niet slecht te zijn: best kans dat de influencer in kwestie oprecht gelooft dat hij zijn volgers moet waarschuwen voor de gevaren van zonnebrandcrème.
Van ‘giftig kraanwater’ tot ‘vaccinatiehysterie’, het wemelt van de wetenschappelijke misinformatie op sociale media. Maar betekent dat ook dat mensen het ook geloven? Wie wel en wie niet en waarom dan? Om dat te weten te komen, analyseerde het Rathenau Instituut ongeveer 8.500 vragenlijsten die werden ingevuld door een representatieve steekproef van de Nederlandse samenleving.
Vatbaar: 45+, praktisch opgeleid en veel op X
De onderzoekers keken allereerst naar het media-dieet van de mensen die de vragenlijsten invulden. Ze vonden geen verband tussen de hoeveelheid tijd die mensen op sociale media doorbrengen en hun vertrouwen in de wetenschap. Wél was er voor specifieke groepen een verband tussen de tijd die ze op sociale media zaten en hun geloof in wetenschappelijke misinformatie. Dat verband was met name te zien voor mensen die ouder zijn dan 45 jaar, praktisch zijn opgeleid, een laag wetenschappelijk kennisniveau hebben, een laag vertrouwen hebben in de wetenschap, en/of Facebook of X als voornaamste platform gebruiken. Hoe meer tijd zij op sociale media zitten, hoe vatbaarder ze worden voor wetenschappelijke misinformatie (en hoe minder, hoe minder vatbaar).
Wat ook meespeelt, is of mensen veel wetenschappelijke informatie tegenkomen op andere mediakanalen. Wanneer sociale media het voornaamste kanaal voor wetenschappelijke informatie vormen, hebben mensen minder vertrouwen in de wetenschap dan als ze daarnaast allerlei uit andere bronnen putten.
Wanneer sociale media het voornaamste kanaal voor wetenschappelijke informatie vormen, hebben mensen minder vertrouwen in de wetenschap.
Voedingsbodem maakt uit
De onderzoekers bekeken ook wát er gebeurt als mensen misinformatie tot zich nemen op sociale media. Wat bepaalt of ze de influencer op zijn woord geloven of juist een sceptische wenkbrauw optrekken? Zeven focusgroepen, met daarin mensen die veel sociale media gebruiken of een laag vertrouwen in wetenschap hebben, kregen verschillende socialemediaberichten voorgelegd.
Of een bericht met misinformatie als geloofwaardig en betrouwbaar wordt beoordeeld, hangt af van een heel scala aan factoren, blijkt uit de gesprekken. Enerzijds ligt het aan het bericht zelf: tekstuele en visuele elementen, het platform, de afzender en de inhoud van het bericht spelen daarvoor allemaal mee. Anderzijds ligt het aan het referentiekader van de ontvanger van het bericht. Of het bericht postvat, hangt onder meer af van diens eigen kennis en ervaringen en die van vrienden, familie, kennissen, net als diens basishoudingen ten opzichte van wetenschap, instituties en de informatiesamenleving.
Misinformatie offline bestrijden
Dat is misschien niet heel verrassend, maar het leidt wel tot een belangrijke conclusie voor de politiek en beleidsmakers, namelijk dat er een voedingsbodem nodig is voor het geloof in wetenschappelijke misinformatie op sociale media. Wil je misinformatie bestrijden, dan moet je dus (ook) kijken naar de leefwereld en het mediadieet van mensen.
Wil je misinformatie bestrijden, dan moet je (ook) kijken naar de leefwereld en het mediadieet van mensen.
Beleidsmedewerkers van OCW kunnen zich inzetten om het vertrouwen in de wetenschap te versterken. Dat kan onder meer door het borgen van de onafhankelijkheid en academische vrijheid van de wetenschap, het bieden van transparantie over beslissingen en geld en het geven van duiding en uitleg over de wetenschap.
Beleidsmedewerkers van BZK kunnen collega’s informeren dat alle aandacht voor desinformatie als neveneffect kan hebben, dat het algemeen vertrouwen in de informatiesamenleving wordt verzwakt. Factchecks en dergelijke kunnen het wantrouwen in de wetenschap onbedoeld aanwakkeren. Voor beleidsambtenaren betekent dit bijvoorbeeld dat ze alert moeten zijn op de toon die ze aanslaan in overheidsuitingen.
Factchecks kunnen het wantrouwen in de wetenschap onbedoeld aanwakkeren.
Een andere nuttige route is volgens de onderzoekers van het Rathenau Instituut het stimuleren van variatie in het wetenschappelijk informatiedieet van mensen, met name voor de bovengenoemde groep van 45-plussers die veel op sociale media zitten. Ook kunnen ze zich inzetten voor het behoud van een pluriform medialandschap.
De onderzoekers stellen daarnaast voor om een overheidsmeldpunt in te stellen voor wetenschappelijke misinformatie die mensen schade toebrengt. Zonnekrachttraining-influencer, lees je mee?
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Het mag dan zo zijn dat sociale media maar één factor zijn, je zou ook kunnen zeggen dat omarmde misinformatie geslaagde desinformatie is. Dan is het feit dat laag opgeleide 45+-ers er in tuinen vooral lastig, omdat ze met zoveel zijn. De nazi's hadden ook een voorkeur voor eenvoudige, intuïtieve verklaringen en een afkeer van ‘moeilijke woorden’. Als Facebook en X hun primaire platforms zijn die echokamer memes algoritmisch opkloppen, dan kan dat vooral omdat er een bedoeling zit achter het versterken van polariserende content. Democratie kun je kopen, blijkt uit de Cambridge Analytica (etc.) saga rond Brexit en QAnon. Als het vertrouwen in de wetenschap en in de instituties wordt ondergraven en als ‘denk zelluf!’ leidt tot meningen die de illusie hebben dat zij gelijk staan met argumenten, dan wordt het maatschappelijke middenveld geërodeerd en radicaliseert het politieke discours. In wiens belang is dat? Hoeveel leden van politieke partijen zijn eigenlijk bots? Waarom geen ‘Kijkwijzer’ voor sociale media? Technisch is het niet moeilijk om een volkomen transparante visualisatie te maken van geldstromen (is die wetenschapper in dat filmpje wel een wetenschapper?, bestaat dat Instituut wel?) en taalgebruik (emotionele mensen kunnen niet meer logisch nadenken). Je hoeft de inhoud niet te ontkrachten om te bewijzen dat de stellingen outliers zijn. Waarom zitten zoveel uitgerangeerde cabaretiers en acteurs in die alt.media scene? Verdienmodel? Ook het feit dat mensen misinformatie accepteren die aansluit bij hun bestaande overtuigingen en de ervaringen van hun sociale netwerk kun je prima correleren en visualiseren: demografie (wie je bent), sociometrie (wie je kent) en psychometrie (hoe je je voelt) kun je zo weergeven in kleuren op een landkaart. Het is geen toeval dat een like of forward van een liedje op een muziekplatform ineens leidt tot reclame die strookt met de thematiek. Liefdesverdriet? Verhuisbedrijf. Kinderliedjes? Luier reclame. Een lage wetenschappelijke geletterdheid en een beperkte toegang tot diverse bronnen spelen een rol, maar laat iedereen gewoon lekker geloven wat hij wil … maar als het sociale onrust veroorzaakt of concrete macht oplevert voor outliers door stemvee te ronselen voor transnationale antidemocratische belangen, dan zijn we verder van huis. Wappies vertrouwen geen factchecks, maar kijk in de VS naar de wederopkomst van waterpokken en polio, hoe leuk antivaxx is.
De business van "alternatieve experts" is meestal terug te voeren op maar een paar statements en je kunt gewoon meten wanneer, langs welke IP adressen, in welke talen de eerste uitingen van die statements de informatiestroom in sijpelden.
Niet zelden van maar een paar buitenlandse trollenfarms.
Mensen die vatbaar zijn voor misinformatie delen statistisch bezien een paar kenmerkende psychologische eigenschappen en overtuigingen. Ze maken individuen gevoelig voor specifieke soorten misinformatie, vooral als die aansluit bij hun persoonlijke referentiekader. Beperkte analytische vaardigheden laten ze eerder vertrouwen op intuïtie dan op rationele analyse. Als je slechts zoekt naar informatie die bestaande overtuigingen ondersteunt (bevestigingsbias) en voor het grijpen liggen (beschikbaarheidsheuristiek) hoef je niet zoveel moeite te doen voor misplaatst superioriteitsgevoel.
Dat is voor de rest van ons niet zo erg als je denkt dat er energiecentrales onder piramides verstopt zitten of dat de maanlandingen een Stanley Kubrick filmpje waren, maar het wordt wel de moeite waard om te debunken als het leidt tot negatieve maatschappelijke impact, zoals rellen. Mensen met beperkte kennis van de wetenschappelijke methode en weinig begrip van hoe bewijs wordt gegenereerd, tuinen makkelijk in ongefundeerde claims. Wie zich machteloos voelt kan zoeken naar verklaringen die gevoel van controle of duidelijkheid geven, zelfs als die beaucoup batshit zijn. Zij zijn lekker wèl ‘wakker’ en échte ‘kritische denkers’ ... maar zij worden ook opgenomen in het warme online bad van geloofsgenoten … met zware in-group/out-group emoties en dat laat zich vervolgens uitstekend weaponizen door single issue elementen.
Waarom dan geen openbare graphs over het sociale sentiment online? Een emotionele like of share vanaf je zolderkamertje staat nog niet gelijk aan het ook echt eens zijn met de concrete gevolgen als je wensen ook echt worden gehonoreerd. De meeste mensen deugen, maar wetenschappelijke consensus is geen complottheorie.