Tijdens hun sessie 'Influence as a Service: Exposing Disinfo/FIMI Infrastructure' lieten zij zien hoe desinformatiecampagnes steeds vaker functioneren volgens hetzelfde model als cybercriminaliteit: als een dienst die kan worden ingekocht, opgeschaald en hergebruikt. Desinformatieverspreiding wordt steeds breder toegepast en raakt ook lokale overheden, zo bleek eerder onderzoekvan Binnenlands Bestuur.
Wat Nederland kan leren van Roemenië over het blootleggen van desinformatie
Desinformatie is allang niet meer het werk van een eenling die een nepbericht op Facebook plaatst. Volgens OSINT-onderzoeker Carlos Fragoso en universitair docent bij het SANS Institute en Vlad Rotundu, OSINT-specialist van het Roemeense ministerie van Binnenlandse Zaken is beïnvloeding inmiddels uitgegroeid tot een professionele industrie, zo vertelden zij de op OSINT Summit 2026 van SANS in Amsterdam.
Voor overheden bevat de ontwikkeling een belangrijke waarschuwing. De focus ligt vaak op de zichtbare uitingen van desinformatie: een misleidend bericht over een opvanglocatie, een complottheorie over verkiezingen of een gerucht rond een gemeentelijk project. Volgens de Roemeense onderzoekers is dat echter slechts het topje van de ijsberg, zo legden zij aan een zaal vol OSINT-specialisten in het Amsterdamse Capital C uit. De echte vraag is niet wat er wordt gezegd, maar hoe die boodschap bij mensen terechtkomt.
Ecosystemen
De onderzoekers toonden hoe achter ogenschijnlijk losse berichten vaak complete ecosystemen schuilgaan van websites, advertentienetwerken, sociale media-accounts en dataverzamelingssystemen. Die infrastructuur is ontworpen om gebruikers te bereiken, hun gedrag te analyseren en boodschappen steeds beter af te stemmen op specifieke doelgroepen. Daardoor ontstaat een vorm van beïnvloeding die veel verder gaat dan traditionele propaganda.
Het herkennen van patronen en onderliggende structuren wordt steeds belangrijker
Voor de overheid betekent dit dat het herkennen van desinformatie niet langer uitsluitend een communicatievraagstuk is. Het vraagt ook om inzicht in digitale netwerken, online gemeenschappen en de manier waarop informatie zich verspreidt. Wie alleen reageert op afzonderlijke berichten, loopt het risico steeds achter de feiten aan te lopen. Juist het herkennen van patronen en onderliggende structuren wordt steeds belangrijker.
Een opvallende les uit Roemenië is dat beïnvloedingscampagnes vaak beginnen met ogenschijnlijk onschuldige content. Via sociale media worden gemeenschappen opgebouwd rond specifieke interesses, zorgen of frustraties. Pas later worden deze netwerken gebruikt om politieke, maatschappelijke of ideologische boodschappen te verspreiden. Tegen de tijd dat die boodschappen zichtbaar worden, is het vertrouwen van de doelgroep vaak al gewonnen.
Nieuwe vaardigheden nodig
Voor overheden is daarom vroegtijdige signalering cruciaal. Niet om online discussies te monitoren vanuit controle, maar om te begrijpen welke thema's leven onder inwoners en welke digitale netwerken daar invloed op uitoefenen. Dat vraagt om nieuwe vaardigheden binnen de overheid waarbij communicatieprofessionals, veiligheidsadviseurs, informatiemanagers en OSINT-specialisten steeds vaker samenwerken.
De presentatie uit Roemenië liet zien dat de strijd tegen desinformatie niet alleen gaat over factchecking. Het gaat om het begrijpen van de infrastructuur achter beïnvloeding. Overheden die leren kijken naar de netwerken, technieken en verdienmodellen achter online campagnes, zijn beter voorbereid op de uitdagingen van een digitale samenleving waarin invloed steeds vaker als dienst wordt aangeboden.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Een effectieve strategie tegen ‘Influence-as-a-Service’ (IaaS) vereist een architecturale benadering op drie niveaus: strategisch, operationeel en technologisch. Nu is alles nog veel te versnipperd. We moeten echt naar een geïntegreerd systeem van digitale dijkbewaking toe: een proactieve, gelaagde verdediging die de vitale informatie-infrastructuur van onze samenleving beschermt. Dit begint op het Strategisch Niveau met centrale coördinatie en mandaat, waar Roemenië als zeer jonge democratie meer ervaring mee heeft dan ons land vol subsidiariteitshistorie en een veel individualistischer cultuur. Een mening is geen argument, maar iedereen heeft natuurlijk wel recht op zijn eigen mening. Tot die mening een resulante is van demografische, psychometrische en sociometrische correlatie, waardoor die mening 80% authentiek is met 20% artificiele emotie (want een emotioneel mens kan zelden nog rationeel denken). De triggers daarvoor zijn absoluut meetbaar. De kern van ons probleem is dus vooral organisatorische verkokering, maar de oplossing ligt in centralisatie van de aansturing. Misschien moet er een Nationaal Centrum voor Informatie-integriteit (NCI) komen met als mandaat dat dit de centrale autoriteit wordt voor de analyse van en de respons op grootschalige beïnvloedingsoperaties. Geen communicatiebureau, maar een nationaal veiligheidsorgaan. Het gaat er niet om WAT je denkt of zegt (who cares), maar HOE je het denk of zegt. Zo'n NCI zou kunnen fungeren als 'fusion center' met permanente vertegenwoordiging van de AIVD, MIVD, het NCSC, de ministeries van BZK en J&V, en de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) met als taak de strategische dreigingsanalyse op de lange termijn. Zo'n NCI kijkt niet naar het incident van vandaag, maar naar de patronen van morgen. Voor het incident van vandaag was je namelijk sowieso al te laat, want dat kan een geslaagde informatie operatie zijn geweest. Er moet dus een doctrine voor 'Cognitieve Veiligheid' komen dat buitenlandse inmenging en grootschalige desinformatie definieert als directe dreiging voor de nationale veiligheid. Dit creëert het politieke en juridische draagvlak voor robuustere maatregelen. Dit is iets heel anders dan censuur en past bijvoorbeeld naadloos bij de EU Platform Act etc. Dit vraagt o.a. een versterkte Publiek-Private Samenwerking (PPS), want je zal formele, vertrouwelijke informatie-uitwisselingskanalen met tech-platforms (Meta, Google, X/Twitter, TikTok), mediabedrijven en kennisinstellingen nodig hebben. De overheid kan dit niet alleen. Want op operationeel niveau draait dit om proactieve detectie en verstoring. Hier vindt namelijk de verschuiving plaats van reageren op content naar het jagen op infrastructuur met multidisciplinaire 'Hunter Teams', zoals je ook Pentesten uit laat voeren.
Die teams zouden als missie moeten hebben om , opererend onder zo'n NCI, de onderliggende infrastructuren van IaaS-netwerken proactief te identificeren, te analyseren en te exposeren. Denk aan trollenfarms, botnets etc. Wat heb je daarvoor nodig?
OSINT-specialisten, datawetenschappers, gedragspsychologen en specialisten op het gebied van cyber-attributie, wat dit schuurt heel nauw tegen cybersecurity aan en dus heb je ook modellen nodig. Net als in cybersecurity (waar men o.a. het MITRE ATT&CK framework gebruikt), moet de overheid de Tactieken, Technieken en Procedures (TTP's) van beïnvloedingsactoren systematisch in kaart brengen. Denk aan het opbouwen van 'sleeper' gemeenschappen op Facebook rondom een hobby, om deze later politiek te activeren; dit is zo'n TTP die gedocumenteerd moet worden. Dit maakt vroege herkenning mogelijk. Wat bij QAnon bijvoorbeeld veel te laat gebeurde, waardoor de community een weaponized cult kon worden. Nu kun je ook Proactieve Red Teaming uit gaan voeren, door een gespecialiseerd team (een 'red team') gesimuleerde beïnvloedingscampagnes te laten uitvoeren op de eigen organisatie of op fictieve scenario’s. Dit legt de zwaktes in de huidige verdediging bloot voordat een echte tegenstander dat doet. Je kan dan ook lokale autoriteiten voorzien van gestandaardiseerde playbooks, trainingen en een direct aanspreekpunt bij het NCI voor de signalering van verdachte activiteiten. Daarvoor is wel het juiste gereedschap nodig, zoals Advanced Analytics om grote hoeveelheden data te verwerken, dat kan leunen op AI en machine learning voor netwerkanalyse (wie praat met wie?), sentimentanalyse en het detecteren van gecoördineerd inauthentiek gedrag (bot-netwerken).
Omgekeerd is dit een incentive om een veilige gefedereerde data omgeving te omarmen, waarin verschillende overheidsdiensten hun data en analyses veilig kunnen delen zonder dat gevoelige informatie op straat komt te liggen. Dit vereist een 'Security by Design' en 'Zero Trust' architectuur, maar zo kun je wel de puzzelstukjes correleren.
Het antwoord is in elk geval niet repressief, maar proactief, net zoals je niets hebt aan een doorgebroken dijk en juist daarom een dijk opzet als Systeem: niet slechts een hoop aarde; maar een complex systeem van inspectie, sensoren, onderhoud en crisisplannen. Het is noodzakelijk. InfoOps en PsyOps zijn bedoeld om FUD op te roepen bij een populatie (Fear Uncertainty & Doubt), want een vertwijfelde samenleving is een besluiteloze samenleving. Je kunt domweg niet zonder verifiëren of de Realiteit nog wel echt is en daarbij gaat het niet om WAT je denkt, maar HOE je denkt. Rationaliteit laat altijd een handtekening achter. Als seconden na een Tweet al tienduizenden likes zijn gepost, dan zitten daar geen mensen meer achter en dat kun je gewoon meten.