Online geweld wordt nog niet gezien als 'echt' geweld
Bedreigingen in een klassenapp. Een digitale woordenstrijd op X die ontaardt in een vechtpartij. Een oproep op Instagram om te gaan rellen. Online geweld tussen inwoners onderling kent vele gezichten. Voor onderzoekers, beleid en uitvoering is het een onderbelicht vraagstuk.
In opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voerde het Verwey-Jonker Instituut onderzoek uit naar (strafbare) vormen van online geweld tussen burgers. Online geweld is volgens de onderzoekers een brede term voor misdrijven en geweld die plaatsvinden in het digitale domein (binnen de online leefwereld van mensen) en gericht zijn op burgers en publieke personen. Het kan gaan om online bedreiging en intimidatie, maar ook om haatzaaien, discriminatie en het oproepen tot gewelddadig of strafbaar gedrag.
De belangrijkste conclusie uit het uitgebreide rapport is dat online geweld nog niet echt wordt gezien als ‘echt’ geweld. Wie de online Van Dale erop naslaat, zou kunnen concluderen dat het ook niet ‘echt’ is, want daarin luidt de definitie van geweld: ‘het gebruik van wapens of lichamelijke kracht’. Maar dat is ouderwets gedacht, stelt Marjolein Odekerken, senior onderzoeker en projectleider bij het Verwey-Jonker Instituut. ‘Wij spreken van situaties waarin iemand schade wordt aangedaan. Online geweld heeft een diffuus karakter. Vaak is er sprake van een glijdende schaal.’
Onschuldig begin
Uit de vele interviews die de onderzoekers afnamen, blijkt dat online geweld vaak relatief onschuldig begint. Iemand maakt online een onprettige opmerking, wat leidt tot onbehoorlijk gedrag en voor je het weet is er sprake van escalatie tot juridisch strafbaar gedrag. Daders én slachtoffers zijn geneigd om online geweld te bagatelliseren en goed te praten.
‘Online is sprake van een snelle dynamiek, waarin mensen worden meegezogen,’ zegt Odekerken. ‘En er is sprake van een wisselwerking. Plegers zijn vaak voorheen slachtoffer geweest. Aan de kant van de slachtoffers zie je schaamte. Ze willen bijvoorbeeld niet dat familie weet wat er online is gebeurd. Ze voelen zich schuldig, want ze hebben zich zélf op het online platform begeven.’
‘Online is sprake van een snelle dynamiek, waarin mensen worden meegezogen’
Marjolein Odekerken
Verstrengeling
De verstrengeling met de fysieke wereld maakt online geweld extra ingewikkeld om aan te pakken. Agenten die werden geïnterviewd voor het onderzoek, vertellen dat jongerengeweld vaak online begint en fysiek wordt uitgevochten. Die dynamiek blijft zich voortzetten, bijvoorbeeld omdat een video van het fysieke geweld online wordt gepost. Odekerken: ‘We zien vooral de fysieke kant, het gevecht of de explosie. Maar de agenten zeggen dat het vaak gaat om iets wat al heel lang van tevoren online speelt.’
‘We zien vooral de fysieke kant, het gevecht of de explosie. Maar de agenten zeggen dat het vaak gaat om iets wat al heel lang van tevoren online speelt.’
Marjolein Odekerken
Ze was verrast door de impact die online geweld heeft. ‘Niet alleen op het slachtoffer, maar ook op de samenleving en zelfs op de democratie. Het werkt echt ondermijnend.’ Ze noemt een voorbeeld van een meisje dat niet meer naar school durft, nadat ze via een app wordt bedreigd. ‘Ze werd niet serieus genomen. De school haalde er ten langen leste een politieagent bij. Van de klas kreeg ze te horen: “dat van die verkrachting was maar een grapje”. Uiteindelijk is ze van school gegaan.’
Alledaagse basis
Politie, gemeenten, slachtofferhulporganisaties en jongerenwerkers geven aan dat online geweld op alledaagse basis voorkomt. Niet alleen de slachtoffers en daders, maar ook de omgeving wordt erdoor geraakt. Als het gaat om wat online geweld doet met een samenleving, blijkt de impact het grootst op gemarginaliseerde groepen. ‘Specifieke groepen zijn vaak doelwit, zoals vrouwen, jongeren en publieke figuren. Hele groepen worden weggezet: inwoners met een migratieachtergrond, en mensen uit LHBTIAQ+ krijgen online enorm veel te maken met problematisch taalgebruik.’
Integrale aanpak
Odekerken ziet overeenkomsten met een onderwerp als agressie tegen hulpverleners, of ondermijning. ‘Ook daar liepen we achter de feiten aan. De praktijk signaleert het probleem, maar heeft nog geen oplossing. Maar uiteindelijk zijn we gaan inzetten op een integrale aanpak.’
Is dat wel mogelijk met zo'n diffuus onderwerp als online geweld?
‘Juist wel. Online geweld wordt soms ten onrechte gezien als een technologisch vraagstuk, maar het raakt ons allemaal en daarom is het belangrijk dat diverse ministeries zich erop inzetten. Ook hier is een integrale, domeinoverstijgende aanpak nodig. Het begint met preventie. Maak mensen bewust van de schaduwzijde van sociale media. Zorg dat ze weerbaar zijn tegen online geweld.’
Hoe worden mensen weerbaarder?
‘Het begint met überhaupt weten dat als je veel op social media zit of in de gamingwereld, dat er ook dingen kunnen gebeuren die niet leuk zijn. Jongeren, maar ook ouderen, moeten leren dat je je eigen grenzen kan trekken. Juist omdat de rollen van slachtoffer naar dader nogal eens wisselen, is het belangrijk dat je zelf een grens hebt, tot hier en niet verder, en dat je je daarvan bewust wordt.’
Drempels
Op dit moment zijn er verschillende drempels aan de kant van de wetenschap, beleid en de uitvoering die een effectieve aanpak in de weg staan, merken de onderzoekers. Ze noemen een gebrek aan kennis, gebrek aan eigenaarschap, signalen die blijven liggen, gebrek aan capaciteit, onwetendheid over wat wel mag en kan en het gebrek aan een domeinoverstijgende en structurele (inter)nationale samenwerking.
Odekerken zegt: ‘De politie wil er graag meer grip op krijgen, maar loopt aan tegen wetgeving die bijvoorbeeld online monitoring bemoeilijkt. Maar nu komt online geweld pas in beeld aan het einde van het continuüm, zeggen ze, als het al is geëscaleerd. De meeste winst is te behalen in het voorstadium.’
‘De meeste winst is te behalen in het voorstadium’
Marjolein Odekerken
Preventie
Een grote rol is weggelegd voor digitale wijkagenten of jongerenwerkers, maar ook leraren, maatschappelijk werkers of hulpverleners die bij gezinnen thuis komen. ‘Vraag of het gezin sociale media gebruikt en wat daar gebeurt. Maak het bespreekbaar. Professionals die in contact met inwoners staan, kunnen die vragen integreren in het werk dat ze al doen. Het is een onderdeel van de leefwereld, integreer het dan ook in de alledaagse wereld. Als we het niet bespreekbaar maken, kan het veel schade aanrichten voor inwoners.’ Door schaamte trekken weinig mensen aan de bel. ‘Online geweld heeft een nauwe relatie met online criminaliteit. Je gaat een keer in op een aanbod op Snapchat en voor je het weet zit je eigenlijk in het criminele circuit.’
Verantwoordelijkheid nemen
De bedrijven die soort platformen aanbieden, zijn onderdeel van het probleem. Zij nemen te weinig verantwoordelijkheid voor online geweld, concludeert het onderzoek. Platforms werken veelal met automatische moderatie, die makkelijk is te omzeilen. ‘De plegers weten precies welke woorden ze niet mogen gebruiken en gaan daar dus creatief mee om,’ zegt Odekerken. Uit een analyse van 37.061 reacties op Nu.nl blijkt dat bijna een vijfde van de reacties niet door de moderatie komt, met opvallend veel afkeuring bij berichten over transgender personen en LHBTIAQ+, wat wijst op een verhoogd risico op online geweld richting deze groepen. Een aanvullend onderzoek op X laat zien dat in een derde van de berichten over moslims het woord ‘tuig’ voorkomt. En als bepaalde woorden niet mogen, zijn er altijd nog emoji’s en memes die hun eigen boodschappen kunnen overbrengen.
De oplossing zit zeker niet alleen in strenger modereren. Eén van de aanbevelingen luidt: techbedrijven hebben een directe verantwoordelijkheid: transparant beleid, actieve handhaving en platformoverstijgende afspraken zijn noodzakelijk.
Vanuit de landelijke overheid is het daarnaast zaak om een meldpunt op te richten, gericht op online geweld. Bij voorkeur geen nieuw meldpunt, maar bijvoorbeeld een aansluiting bij Slachtofferhulp of een andere bestaande organisatie die zich richt op online.
'Het is belangrijk dat het niet meer als apart vraagstuk wordt gezien, maar als onderdeel van de bestaande dienstverlening'
Marjolein Odekerken
Lokale samenwerking
Op lokaal niveau kunnen partijen aan de slag met preventie en vroegsignalering. Zo is er een zeven-stappen-model voor problematische jeugdgroepen met daarin aandacht voor online geweld. Sommige gemeenten organiseren al samenwerkingen tussen politie, onderwijs en het sociaal domein op dit vlak, zoals Almere en Zoetermeer. Daarnaast adviseert het Verwey-Jonker Instituut om een inclusieve online cultuur en een veilige publieke ruimte te stimuleren. Ook daar ligt een taak voor gemeenten. ‘Het jongerengeweld in onder meer Zwijndrecht plaatst gemeenten voor een uitdaging,’ zegt Odekerken. ‘Je hebt een verantwoordelijkheid om de publieke ruimte veilig te houden. Je kunt dus niet zeggen: “wij gaan hier niet over”.’
Kijk als uitvoering wat je samen kunt doen om aandacht te besteden aan online geweld, raadt het rapport aan. Het gaat niet om het optuigen van nieuwe verbanden, maar om het beter gebruikmaken van wat er al is binnen de bestaande dienstverlening. Andere adviezen: Schuif een rolmodel naar voren, iemand die te maken heeft gehad met online geweld, die kan vertellen wat de impact is. En faciliteer lotgenotencontact. ‘Het is belangrijk dat het niet meer als apart vraagstuk wordt gezien, maar als onderdeel van de bestaande dienstverlening,’ benadrukt Odekerken.

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.