De koerswijziging blijkt uit de nieuwe Stand van de uitvoering sociale zekerheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarin meldt de SVB dat zij opnieuw naar de eisen voor de vernieuwing van haar ICT heeft gekeken. Aanleiding zijn volgens de uitvoeringsorganisatie de ‘politieke onrust in de wereld’ en nieuwe Europese en nationale regels voor de inkoop van ICT.
SVB trekt grote aanbesteding IT-infrastructuur in
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) trekt de Europese aanbesteding voor haar IT-infrastructuur in. De uitvoeringsorganisatie gaat op zoek naar andere mogelijkheden voor de vernieuwing van haar ICT. Daarmee komt een einde aan een omvangrijk aanbestedingstraject waarover het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) eerder waarschuwde voor onder meer leveranciersafhankelijkheid en onvoldoende grip op digitale soevereiniteit.
Na onderzoek is besloten de lopende Europese aanbesteding in te trekken. De SVB onderzoekt nu andere mogelijkheden om haar ICT te vernieuwen. Daarbij moeten volgens de uitvoeringsorganisatie de digitale veiligheid, dienstverlening en betrouwbaarheid worden gewaarborgd. In de eerste zes maanden van 2027 moet duidelijk worden welke mogelijkheid de voorkeur krijgt.
Aanbesteding van honderden miljoenen
De intrekking betekent een belangrijke koerswijziging in het al jaren lopende project Sourcing IT-infrastructuur. De SVB startte dat project in 2023 om haar IT-infrastructuur opnieuw aan te besteden. De organisatie wilde daarbij uiteindelijk één leverancier contracteren voor een groot deel van haar infrastructuur. De maximale contractduur bedroeg vijftien jaar en de geraamde contractwaarde liep op tot 300 miljoen euro.
De Europese aanbesteding werd in mei 2025 gepubliceerd. De oorspronkelijke planning voorzag erin dat in 2026 de gunningsfase zou worden afgerond en de overgang naar de nieuwe leverancier kon beginnen. In plaats daarvan wordt het aanbestedingstraject nu beëindigd.
Dat gebeurt nadat AcICT eind vorig jaar stevige kritiek uitte op de gekozen aanpak. Het college waarschuwde onder meer voor de risico's die ontstaan wanneer een groot deel van de IT-infrastructuur bij één leverancier wordt geconcentreerd. De SVB had volgens het adviescollege onvoldoende uitgewerkt wat die keuze betekende voor vendor lock-in, de continuïteit van de dienstverlening, marktwerking en het behoud van kennis binnen de eigen organisatie.
Digitale soevereiniteit
Ook de toekomstige inzet van publieke clouddiensten en digitale soevereiniteit waren volgens AcICT nog onvoldoende uitgewerkt. Het college adviseerde de SVB een transparant afwegingskader voor het gebruik van de publieke cloud op te stellen en daarin expliciet de gevolgen voor de digitale soevereiniteit mee te nemen.
De waarschuwingen waren extra relevant omdat de SVB al ervaring had opgedaan met de risico's van afhankelijkheid van een grote infrastructuurleverancier. Financiële problemen bij Atos waren eerder aanleiding om te onderzoeken wat er zou gebeuren wanneer een leverancier zou wegvallen en hoe de SVB in zo'n situatie toegang tot haar gegevens en systemen kon behouden.
De SVB besloot na het AcICT-advies de dialoogfase van de aanbesteding niet direct te starten. Eerst moesten onder meer de concentratierisico's beter worden gewogen, keuzes over de toekomstige infrastructuur worden gemaakt en de eigen regie op leveranciers worden versterkt.
In de Stand van de uitvoering wordt geen rechtstreeks verband gelegd tussen de kritiek van AcICT en het besluit om de aanbesteding nu helemaal in te trekken. De SVB wijst zelf op de veranderende politieke context en nieuwe Europese en nationale eisen aan ICT-inkoop.
Eerdere discussie over Microsoft
De sourcingstrategie van de SVB kwam begin dit jaar ook in de politieke belangstelling te staan vanwege het gebruik van Microsoft Azure. Toenmalig minister Mariëlle Paul van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liet de Tweede Kamer toen weten dat de SVB niet volledig naar Azure verhuist. Een beperkt deel van de ICT wordt wel met Azure vernieuwd, maar cruciale processen, waaronder de betaling van AOW en kinderbijslag, draaien volgens de minister niet in een publieke cloud.
De nieuwe koers betekent niet dat de noodzaak om de infrastructuur te vernieuwen is verdwenen. Bestaande afspraken lopen af, waardoor de SVB op relatief korte termijn keuzes moet maken over de toekomstige inrichting van haar ICT. Welke alternatieven voor de ingetrokken aanbesteding worden onderzocht, vermeldt de Stand van de uitvoering niet.
Daar moet in de eerste helft van volgend jaar meer duidelijkheid over komen. Daarmee gaat een traject dat oorspronkelijk in 2026 tot een nieuwe leverancier had moeten leiden, voorlopig terug naar de tekentafel.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Het intrekken van een aanbesteding van mogelijk 300 miljoen euro is ingrijpend. Toch hoeft dit geen bestuurlijke mislukking te zijn. Doorgaan met een oplossing waarvan het risicoprofiel fundamenteel is veranderd, zou veel moeilijker uitlegbaar zijn.
De interessante vraag is daarom niet alleen: welke leverancier moet het nu worden? Misschien moet eerst worden onderzocht of de SVB anders kan gaan werken.
Dat kan betekenen dat infrastructuur niet opnieuw als één groot geheel wordt aanbesteed, maar wordt verdeeld naar risicoprofiel en functie. Kritieke processen, generieke voorzieningen en schaalbare clouddiensten vragen niet vanzelfsprekend om dezelfde oplossing. Ook de bestaande hardware verdient daarbij een nieuwe beoordeling. Niet uitsluitend als verouderde techniek die moet worden vervangen, maar mogelijk als gecontroleerde capaciteit voor kritieke workloads, uitwijk, overgang of het beperken van ongewenste afhankelijkheden.
Daarvoor is wel meer nodig dan een nieuwe technische architectuur. De SVB zal eigen kennis, regie en integratievermogen moeten versterken. Zonder die capaciteit leidt het opdelen van leveranciers vooral tot nieuwe complexiteit.
De echte koerswijziging zou daarom moeten zijn: van één grote sourcingbeslissing naar een aanpasbaar infrastructuurmodel, waarin iedere workload een bewuste plaats krijgt op basis van continuïteit, veiligheid, soevereiniteit en veranderbaarheid.
De aanbesteding is ingetrokken. De noodzaak tot vernieuwing niet. Juist daarom biedt dit moment de kans om niet alleen anders in te kopen, maar de infrastructuur ook anders te organiseren en te gebruiken.