Overslaan en naar de inhoud gaan
(advertentie)

"Zijn we er toch ingetuind”: een kritische balans van tien jaar Smart City-beloftes

Smart city
Shutterstock

Nederland was op weg naar 342 verschillende Smart Cities: onhaalbaar en onwenselijk. Zonder nationaal leiderschap en beleid, of op zijn minst coördinatie, komt er vrij weinig tot stand, alle mooie verhalen over bottom-up en duizend-bloemen ten spijt, betogen Evert-Jan Mulder en Harald Wouters.

Het had zo mooi kunnen zijn. We speelden superslim, we waren uitermate innovatief en met ons talent behoorden we tot de absolute wereldtop. We zouden de wereld veroveren, daar waren we van overtuigd. Toch ging het mis. Met de legendarische uitspraak van voetbalcommentator Herman Kuiphof “zijn we er tóch ingetuind” spatte de Nederlandse droom op het WK-voetbal in 1974 uiteen. Vier jaar later stond in de allerlaatste minuut de paal in de weg om revanche te kunnen nemen. Gedesillusioneerd waren we. Sommigen tot op de dag van vandaag. En zelfs degenen die het niet zelf hebben beleefd, kunnen het zich levendig voorstellen.

Vol overtuiging

Fast-forward naar 2015, van het voetbalstadion naar de stad. Technologie belooft wereldwijd steden slimmer te maken, door een combinatie van sensoren, data en algoritmes. Het beeld van de Smart City is geboren en Nederland gaat meespelen voor de prijzen. Want weer zijn we slim, innovatief en behoren we met ons talent en ondernemerschap tot de absolute wereldtop.

We zijn er toch weer ingetuind: beloftevolle technologie, maar weinig of geen echte maatschappelijke verandering

Ook wij, werkzaam als professionals in het wereldje van de digitale overheid, doen vol overtuiging mee. We analyseren, publiceren en confereren dat het een lieve lust is. We reizen naar verre uithoeken in de wereld, en strijken – als vaste prik – in november neer in Barcelona voor het Smart City Expo World Congress.

Inmiddels zijn we tien jaar verder en een illusie armer. Sensoren in de lantaarnpaal zouden de stedelijke wereld veranderen, maar het voelt toch vooral als die ene bal op de doelpaal. We zijn er toch weer ingetuind: beloftevolle technologie, maar weinig of geen echte maatschappelijke verandering. In dit artikel kijken wij, als direct betrokkenen, terug op tien jaar Smart City-beleid in Nederland en welke lessen daaruit te trekken vallen.

Het begin: data en dashboards

De Smart City-belofte dateert van ruim twintig jaar geleden. Het verhaal gaat dat de Clinton Foundation rond 2005 Cisco vroeg of hun technologie niet kon worden gebruikt om stedelijke problemen op te lossen. Vervolgens ging IBM meedoen met zijn Smart Planet Initiative en werd in Rio de Janeiro het eerste Smart City Operations Center gebouwd: de versmelting van data, dashboards, en de droom van bestuurlijke daadkracht, in real-time.

24/7 controlecentrum van Rio de Janeiro
24/7 controlecentrum van Rio de Janeiro

Al snel ontstond er een wereldwijde “buzz” rondom smart city, handig gevoed door de internationale congresindustrie, met als uithangbord de jaarlijkse Smart City Expo World Congress in Barcelona.

De vonk slaat over naar Nederland

Daar sloeg ook de vonk over bij een bezoek van een aantal stedelijke bestuurders: dat willen wij ook! Zo geschiedde: ruim 150 bedrijven, overheden en kennisinstellingen gingen vol goede moed aan de slag om al polderend een NL Smart City Strategie op te stellen. Die strategie kwam er, en werd zelfs door premier Rutte in ontvangst genomen, maar het geld en de bijbehorende organisatiekracht zijn er nooit gekomen. Smart City kreeg geen duidelijke plaats binnen het landelijke beleid. Aan de kant van het ministerie van BZK kwam het niet verder dan een tamelijk vrijblijvende Citydeal, onderdeel van de AgendaStad. Voor het ministerie van EZK was Smart City vooral een exportproduct, dat via handelsmissies aan de man moest worden gebracht. Het meest actief was misschien wel het ministerie van IenW, dat vooral fors investeerde in slimme mobiliteit.

Haagse wethouder Ingrid van Engelshoven samen met premier Mark Rutte
Haagse wethouder Ingrid van Engelshoven samen met premier Mark Rutte
©  Jurgen Lippens

Pilot-itis en de living labs

De steden vulden echter zonder probleem de beleidsmatige leemte. En hoe! Iedere stad ging experimenteren met de nieuwe technologie, al dan niet met hulp van hun favoriete startup in een pilot. Straten en wijken veranderden in living labs waar lantaarnpalen, vuilnisbakken, stoplichten, verkeersborden en citybeacons uitgerust werden met slimme technologie. Crowd control, mobiliteit en veiligheid bleken geliefde onderwerpen. Assen werd opeens een Sensor City om beter te kunnen parkeren, Enschede deed aan WiFi-tracking van het winkelend publiek (en kreeg daarvoor een forse boete van de AP), en in Eindhoven werd op Stratumseind het uitgaanspubliek in de gaten gehouden met de nieuwste snufjes technologie. Af en toe viel zo’n living lab een internationale prijs ten deel. Zo mocht het Living Lab Scheveningen de prestigieuze World Smart City Award for Energy and Environment in 2021 in ontvangst nemen.

Living lab Scheveningen wint Smart City Award in 2021
Living lab Scheveningen wint Smart City Award in 2021

Stille dood

Zijn steden ook inderdaad beter (en slimmer) geworden van al die living labs? Onze overduidelijke indruk is: nee. De meeste living labs zijn inmiddels al weer een stille dood gestorven. Sensor City in Assen is failliet gegaan, Stratumseind feest tegenwoordig gewoon door zonder technologisch toezicht en het Living lab Scheveningen is in stilte geëvalueerd. Vanuit citymarketing wordt gezocht naar andere labels. Zo heet Amsterdam geen Smart City meer, maar een Wise City. Amersfoort heeft naar eigen zeggen “de stekker uit smart city getrokken” en noemt zich tegenwoordig gewoon een digitale stad. Rotterdam heeft Smart City verruild voor digitale economie.

De stad wordt wel een datapolis, maar het is Big Tech en andere bedrijven die er met de data vandoor gaan, niet het gemeentebestuur, en dat was toch wel de bedoeling.

De befaamde “datapolis”, zoals de Utrechtse hoogleraar prof. dr. Albert Meijer het noemde in zijn oratie, is er niet gekomen. Althans niet in een vorm waarbij het gemeentebestuur de beschikking heeft over data voor beter beleid en dienstverlening. Dashboards à la Rio zijn wel geïntroduceerd onder de noemer van datagericht werken, maar veel kleinschaliger en dan vooral gericht op de bedrijfsvoering. De stad wordt wel een datapolis, maar het is Big Tech en andere bedrijven die er met de data vandoor gaan, niet het gemeentebestuur, en dat was toch wel de bedoeling.

Door de markt gedreven

Met hindsight kunnen we zeggen dat Smart City nooit echt de harten heeft weten te veroveren. Voor IT-bedrijven bleek de technologie best complex en lastig te slijten op de versnipperde gemeentelijke markt. Voor bestuurders was het leuk om af en toe op een podium te staan, maar echte prioriteit had Smart City niet. Bovendien, welk probleem loste het ook alweer op? Bezwaren rondom privacy en ethiek begonnen steeds zwaarder te wegen en wetenschap, media en maatschappelijke organisaties waren kritisch. Ambtenaren zagen zichzelf opeens terug met titels als “Smart City Lead” en mochten naar hartenlust pilotten, maar resultaten werden nooit opgeschaald. Daarvoor waren de pilots te veel een fremdkörper binnen de gemeentelijke organisatie, en was er te weinig samenwerking tussen steden. Last-but-not-least, het ging óver en soms ook mét de burger, maar meestal werd de burger niks gevraagd. Die had trouwens hele andere ideeën over een Smart City, gezien zijn belangstelling voor deurbelcamera’s en warmtepompen. Ook wilde die best actief meedoen, maar dan in burgermeetnetwerken, om de overheid te bewegen iets te doen aan overlast. Tel daarbij op het ontbreken van nationaal beleid en leiderschap, en je hebt naar ons idee de meeste faalfactoren wel in beeld.

Tapas en Taj Mahal

Het ontbreken van aansprekend nationaal succes was echter lange tijd geen reden om internationaal niet op de trom te slaan. Hoeveel delegaties zijn er niet naar de Smart City Expo in Barcelona geweest, of hebben deelgenomen aan een van de vele handelsmissies, tot aan India toe? Behalve genieten van tapas of het bewonderen van de Taj Mahal hebben die reizen weinig opgeleverd. Steden hebben weinig geleerd van andermans cases, en er is ook weinig geëxporteerd. Op een missie naar India leidde dat tot een ongemakkelijke situatie toen de gastheren na de ronkende PowerPoint vroegen waar de gepresenteerde oplossing in Nederland daadwerkelijk was geïmplementeerd. We waren toch vooral op missionary merchant tour: wij weten wat goed voor u is en wilt u a.u.b. onze waar kopen? Datzelfde India bleek overigens gretig gebruiker van de door de EU ontwikkelde open FiWare-software voor Smart Cities. FiWare werd in Nederland niet gebruikt, want te lastig, te Brussels, en we bouwen het liever zelf.

Lessen voor de toekomst

Dat Smart City geen succes is geworden in Nederland, mag niet verbazen na onze voorgaande analyse. We geloven ook niet in de volwassenheidsmodellen die de ronde doen, waarbij na een fase van leveranciergedreven Smart City (1.0), de gemeente (2.0) en tot slot de burger (3.0) aan zet zijn. Dat is leuke praat van consultants (onszelf incluis), maar de werkelijkheid is dat Smart City als concept in Nederland niet meer als zodanig bestaat. Nederlandse steden zijn niet in staat geweest om daadwerkelijk te innoveren met deze technologieën.

Innovatie zal programmatisch en ontwerpachtig moeten worden aangepakt.

Was het dan allemaal voor niks? Zeker niet. Belangrijk pluspunt is dat de Smart City de bewustwording heeft ontwikkeld voor gevaren van dataverzameling en inzet van algoritmes. Onze ethische antenne is door Smart City goed ontwikkeld, en dat komt goed van pas met de discussie over AI. Verder heeft Smart City een structurele zwakte blootgelegd in de innovatieaanpak van de Nederlandse overheid. Zonder nationaal leiderschap en beleid, of op zijn minst coördinatie, komt er vrij weinig tot stand, alle mooie verhalen over bottom-up en duizend-bloemen ten spijt. Innovatie zal programmatisch en ontwerpachtig moeten worden aangepakt. Nederland was op weg naar 342 verschillende Smart Cities: onhaalbaar en onwenselijk. Hetzelfde dreigt nu te gebeuren bij het streven naar digitale autonomie. Laten we daarom vooral leren van Smart City. Dat zou pas echt ‘smart’ zijn.

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Vincent Hoek | 11 mei 2026, 14:26

Herkenbaar. Het gaat om de data, niet om de platforms en het gaat om de business value niet om de gadgets. Intussen worden ideeën netjes afgeroomd door Big Tech (die denken wel strategisch): https://www.fiware.org/2022/07/04/how-the-smart-territory-framework-helps-territories-create-smart-and-sustainable-services-for-their-residents/
Stoppen met groots en meeslepend: gewoon zorgen voor kleine slimme oplossingen, die werken in de geest van www.internationaldataspaces.org en ook echt concrete vraagstukken aantoonbaar, herhaalbaar en schaalbaar oplossen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

(advertentie)

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in