De functie van Gezant Onbemenste Systemen is nieuw. Roozendaal, die eerder bij VWS en BZK werkte, omschrijft zijn functie als ‘verbinder, aanjager, een strateeg die helpt te zorgen dat het speelveld klopt’. Hij probeert partijen binnen Defensie, de industrie, kennisinstellingen en andere ministeries bij elkaar te brengen om innovatie met onbemenste systemen te versnellen. Dat betekent veel bezoeken, gesprekken en kopjes koffie. ‘Ik probeer in grote lijnen het speelveld te creëren waarin zij kunnen excelleren.’
Hoe Defensie innoveert
Onbemenste systemen worden steeds belangrijker in defensie en civiele toepassingen. Voor Nederland betekent dat strategische kansen én veiligheidsvragen. Ron Roozendaal is de eerste Gezant Onbemenste Systemen. Zijn functie is opgezet om innovatie te versnellen, samenwerking met de industrie te stimuleren en Nederland een koppositie te geven op dit terrein.
De kracht en de knelpunten
Roozendaal stelt vast dat Nederland een voorloper is op het gebied van innovatie met onbemenste systemen. ‘Innovatie is niet ons probleem. De vraag is: welke innovatie leidt tot échte bedrijvigheid in Nederland, die ook internationaal aansprekend is? Hoe creëren we Nederlandse kampioenen die strategisch onmisbaar zijn?’ Juist de stap van innovatie naar productie is de moeilijkste. ‘En juist die stap behoeft dus veel aandacht.’
Het proces wordt bemoeilijkt door jarenlange bezuinigingen bij Defensie. ‘Het gevolg van decennialang bezuinigen is dat er veel, overigens terechte, processen zijn ingebouwd, waardoor je zeker weet dat je aan het eind van het traject iets verwerft dat werkt en nodig is. Dat is zinvol in tijden van bezuiniging. Maar nu willen we en moeten we versnellen.’
‘Wij zijn ‘co-lead’ van de Europese Priority Capability Area voor drones en counterdrones’
Ron Roozendaal
Er zijn ook praktische uitdagingen, zoals testfaciliteiten en financiering realiseren. ‘Veel kleine startups vinden moeilijk investeerders,’ aldus Roozendaal. ‘Hoe zorg je dat zij voldoende voorfinanciering krijgen, met bijvoorbeeld bankgaranties?’ Ook oefenen met drones is niet eenvoudig. ‘Als je wil oefenen terwijl je je drone uit het oog verliest, kan dat maar beperkt in Nederland. En oefenen in omgevingen met GPS-storing is nog complexer,’ legt hij uit. ‘We werken daarom voor dit soort oefeningen aan een vliegtestgebied boven de Noordzee.’
Nederland in de kopgroep
Ondanks die obstakels ziet Roozendaal Nederland als een serieuze speler op dronegebied. ‘Wij zijn ‘co-lead’ van de Europese Priority Capability Area voor drones en counterdrones’, zegt hij. ‘Binnen Europa lopen we voorop in het denken hierover.’ Tijdens de NAVO-top heeft Nederland volgens hem laten zien dat het niet alleen meedenkt, maar ook uitvoert. ‘Ik ben onder de indruk van wat we kunnen, maar we moeten blijven investeren om in de kopgroep te blijven.’
Ethiek en autonomie
De snelle technologische ontwikkelingen roepen ook ethische vragen op. Roozendaal verwijst daarvoor naar de Chief Information Officer van Defensie, die daar binnen het AI-beleid aandacht voor heeft. ‘Maar ook hier hoort Nederland tot de kopgroep van landen die goed nadenken over hoe je autonomie verantwoord toepast in dit soort systemen.’
Op de vraag waar hij na bijna een jaar in deze rol het meest trots op is, hoeft Roozendaal niet lang na te denken. ‘De kentering die je nu ziet in de resultaten,’ zegt hij. Hij wijst onder meer op de tender voor kleine onbemenste systemen die in Nederland worden ontwikkeld en geproduceerd, waarmee startups en scale-ups worden uitgedaagd. Ook de ontwikkelingen rond Unmanned Valley, waar een corridor naar de Noordzee wordt aangelegd om drones buiten zicht te testen, ziet hij als doorbraak voor Defensie. ‘Dat zijn zichtbare resultaten van een proces dat normaal vele jaren duurt. Ik ben blij dat we nu al zulke concrete stappen zien.’
Wat hem persoonlijk motiveert, is het enthousiasme dat zulke successen losmaken. ‘Door dit soort trajecten van begin tot eind te trekken en te zorgen dat het echt gebeurt, gaan mensen in de industrie, bij kennisinstellingen en binnen Defensie denken: hé, het kán dus wel.’
De komende vijf jaar
Vooruitkijkend heeft Roozendaal drie ambities. ‘Ik hoop dat binnen de hele krijgsmacht dan goed wordt nagedacht over onbemenste systemen voor lucht, land, zee en cyber. Zodat we een antwoord hebben op de vraag: hoe vullen onbemenste systemen ons het beste aan om Nederland veilig te houden?’
Daarnaast wil hij dat Nederland duurzame partnerschappen heeft opgebouwd met de industrie, om continu door te ontwikkelen en gelijke tred te houden met tegenstanders. En tot slot hoopt hij dat Nederland enkele industriële zwaartepunten ontwikkelt. ‘Ik hoop dat we over vijf jaar een paar industriële ecosystemen hebben waar je internationaal niet omheen kunt, en waar we als land trots op zijn.’
Dit is een verkorte versie van het artikel dat verscheen in iBestuur Magazine #57 van januari 2026.

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Dit vraagstuk zou je veel breder moeten trekken dan drones. Europa's leiderschap op het gebied van connectiviteitsstandaarden (bijv. ETSI, IEEE-frameworks voor 5/6G) zoud moeten worden benut om gefedereerde, veilige en interoperabele netwerken te creëren die minder afhankelijk zijn van door de VS gedomineerde hyperscalers.
Nederland is sterk in halfgeleiderontwerp en -productie (ASML, NXP, IMEC) en die zuden moeten worden geïntegreerd in nieuwe apparaatecosystemen, zodat soevereiniteit op hardwareniveau wordt gegarandeerd. Kan meteen worden ingezet op nieuwe productiemethoden, zoals distributed manufactoring en nieuwe materialen voor 3D en 4D printen. AI- en machine learning-systemen, gecombineerd met quantum computing, kunnen gedecentraliseerde besluitvormingsprocessen mogelijk maken terwijl operationele integriteit behouden blijft over hybride infrastructuren. We moeten ons - zeker nu niet meer - laten tegenhouden door traditionele structuren en aannames.
Juist agile governance met haar korte iteratieve cycli en dual-speed model (strategische lange-termijnplannen combineren met snelle operationele trajecten) laten zich uitstekend ondersteunen door AI en collaboratieve Data Spaces. De traditionele Nederlandse fout is de valorisatie bias. We zijn een Open Samenleving dus ideeën bedenken is niet zo moeilijk, maar komen tot schaalbaarheid en commerciële volwassenheid is eigenlijk niet mogelijk zonder ecosysteembenadering, waarbij stakeholders (virtueel) samenwerken binnen een centraal platform dat innovatie, financiering en productie integreert. Terwijl Data Spaces (zoals IDSA) allang kunnen helpen om data en inzichten veilig en gestandaardiseerd te delen. We zouden testfaciliteiten en infrastructuur om onbemande systemen onder realistische omstandigheden te testen kunnen uitbreiden door Unmanned Valley uit te breiden naar meerdere regionale testcentra, inclusief lucht-, zee-, en land/stedelijke gebieden en vooral een virtuele testomgeving met digitale tweelingen, zodat systemen gesimuleerd en getest kunnen worden voordat fysieke tests worden uitgevoerd. Zonder strategisch raamwerk blijven initiatieven ad-hoc en missen ze schaalbaarheid en dan is dual-use minstens zo interessant. We zouden een nationaal strategisch raamwerk voor onbemande systemen kunnen ontwikkelen, gericht op innovatie, productie, ethiek, materiaalkennis, alternatieve productiemethoden, 6G ontwikkeling, edge computing en internationale export en die dan verbinden met Europese initiatieven, zoals de European Priority Capability Areas, om schaalvoordelen te benutten onder Open Innovatie modellen. Hierbij zou ook een ethisch governance framework horen, specifiek voor onbemande systemen, waarbij vraagstukken, zoals autonome besluitvorming en databeheer expliciet worden opgenomen. (microrisico's modelleren, Smart Contracts per kubieke meter lucht definieren). Zo ontstaat een veel breder ecosysteem van maatschappelijke organisaties, academici en ondernemers. Nederland zou vooral een duurzame en internationaal toonaangevende speler kunnen worden in onbemande systemen. Never a dull moment.