Uit het rapport van PBQL blijkt dat er een structurele lacune zit in het registratielandschap. Dit heeft tot gevolg dat onder andere buitenlandse rechtspersonen, fiscale eenheden, trusts en lokale kerkgenootschappen nu allemaal op eigen wijze en met verschillende kwaliteitsniveaus worden vastgelegd door afzonderlijke uitvoeringsorganisaties.
Centraal entiteitenregister kost 7 miljoen meer, maar geld moet niet de doorslaggevende factor zijn
Een groeiende groep rechtspersonen kan niet terecht in het Handelsregister, terwijl deze wel wettelijke verplichtingen hebben en digitaal zaken doen met de overheid. Al enige jaren wordt onderzocht of een centraal entiteitenregister een oplossing biedt om work-around procedures bij overheidsinstanties te voorkomen. Het ministerie van BZK liet onderzoek doen naar de haalbaarheid van de businesscase.
Kosten op korte termijn hoger
De businesscase over een periode van tien jaar laat zien dat een entiteitenregister financieel geen “no-brainer” is. De kosten van ontwikkeling en beheer van een centraal entiteitenregister worden geraamd tussen 17 en 24 miljoen euro, tegenover 12 tot 21 miljoen euro bij voortzetting van de huidige decentrale oplossingen. Het verschil zit vooral in de hogere initiële investeringen en een verschuiving van kosten naar een centrale bronhouder.
Belang voor digitale dienstverlening
Echter, digitale dienstverlening en eHerkenning veronderstellen een gezaghebbende bron waarin je zowel de organisatie als de bevoegde natuurlijke persoon kunt verifiëren. Bij entiteiten buiten het register moeten organisaties dus dure of omslachtige work‑arounds bouwen (eigen registers, papieren processen, aparte inlogroutes), wat de efficiëntie en betrouwbaarheid van dienstverlening aantast.
Kwalitatieve baten
De financiële overwegingen hoeven volgens PBQL niet doorslaggevend te zijn. Het entiteitenregister biedt kwalitatieve baten die lastig te kwantificeren zijn, maar door betrokken organisaties wel als relevant worden gezien: betere en uniforme identificatie, hogere datakwaliteit, minder administratieve lasten op termijn en betere ondersteuning van toezicht, handhaving en fraudebestrijding. Daarmee sluit het register aan bij bredere digitale ontwikkelingen, zoals het Federatief Datastelsel en het Europese AML‑pakket
Stelselvraagstuk
PBLQ adviseert daarom om de vraag niet alleen als kosten-batenprobleem te benaderen, maar als stelselvraagstuk. Bij een positief besluit stelt het rapport een gefaseerde aanpak voor: eerst beleidsmatige en juridische uitwerking, impactanalyse en positionering in het registerlandschap (bijvoorbeeld bij KVK), gevolgd door ontwerp, ontwikkeling, testen en een geleidelijke migratie van bestaande registraties. De uiteindelijke keuze vraagt volgens de onderzoekers om een integrale bestuurlijke afweging tussen uitvoerbaarheid, structurele stelselverbetering en de bereidheid om te investeren in een voorziening waarvan de baten zich vooral op langere termijn manifesteren.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Zo'n centraal entiteitenregister lijkt wel een logische oplossing voor betrouwbare entiteitsverificatie: één plek waar organisaties, rollen en kenmerken worden vastgelegd, maar dit is verminderd slim. In werkelijkheid verschuift zo’n register het probleem vooral naar beheer, actualiteit en governance en daar heeft iedereen nu al moeite mee. Vereist kennis en discipline en geen personeelsverloop enzo. Zodra dus gegevens uit handelsregisters, sanctielijsten, UBO-bronnen, vergunningendatabases en interne risicosystemen centraal worden gekopieerd, ontstaan natuurlijk duplicatie, veroudering, inconsistenties en concentratierisico’s. Entiteitsvertrouwen is een dynamisch spel:
registratie, bevoegdheid, eigendom, sanctiestatus, certificering en risicoprofiel veranderen voortdurend. Zéker onder invloed van AI. De truc zit in de bijwerksnelheid.
Een centraal register moet voortdurend synchroniseren met handelsregisters, UBO-bronnen, sanctielijsten, vergunningenregisters, sectorregisters, certificeringsinstanties en interne risicosystemen. Daardoor ontstaan onvermijdelijk kopieën, actualiteitsproblemen, interpretatieverschillen en governancevragen. Bovendien wordt een centrale gegevensverzameling een aantrekkelijk doelwit en Single Point of Failure. Voor moderne compliance-, KYC-, AML-, sanctie- en dual-useprocessen is daarom niet één statische databank nodig, maar juist een dynamisch vertrouwensmodel waarin gegevens bij de bron blijven en verificatie plaatsvindt op het moment van gebruik. Een veel beter alternatief is een federatieve vertrouwens-infrastructuur. Daarin vormen LEI en vLEI de basis voor unieke en digitaal verifieerbare organisatie-identiteit, maken Verifiable Credentials het mogelijk om bewijzen te delen zonder volledige datakopieën, zorgen API-koppelingen met primaire bronnen voor actualiteit, geven graph analytics inzicht in relaties en risico’s, waarborgt chain of custody de herkomst en integriteit van gegevens (kun je ook meteen mooi tegen een Dual Use verificatielijst aanhouden) en bieden Europese Data Spaces en o.a. www.ishare.eu een uitstekend en allang bewezen governancekader voor gecontroleerde gegevensdeling. Deze combinatie is veel actueler, veiliger, privacyvriendelijker en schaalbaarder dan zo'n nieuw centraal register. De tijd van centralisatie, standaardisatie en harmonisnisatie is echt voorbij. Ga nou niet weer voor een centrale bron van Waarheid, maar voor een gestandaardiseerd data-ecosysteem waarin bestaande bronnen leidend blijven en vertrouwen ontstaat door verifieerbare claims, interoperabiliteit en auditbare datastromen. Bestaan ook allang uitstekende marktpartijen voor waar je allerlei data kunt kopen. Zulke platforms gebruiken allang datacentrische technologieën om een globaal netwerk van geverifieerde entiteitsgegevens te creëren. Ze integreren met verschillende databronnen om een betrouwbaar en up-to-date beeld te geven van de entiteit. Dit vermindert de behoefte aan herhaalde verificatie en verhoogt de efficiëntie. Ze gebruiken ook geavanceerde data-analytische technologieën om malversaties te detecteren, door data uit verschillende bronnen te correleren om een volledig beeld te geven van transacties en entiteiten, wat helpt bij het identificeren van verdachte patronen en verbindingen.