Australië verplichtte onlangs iedere overheidsorganisatie om voor juli 2026 een Chief AI Officer aan te stellen. Het land staat tweede op de OECD Digital Government Index 2025, met een score van 0.88 – alleen Zuid-Korea doet het beter. Mijn collega Ryan van Leent beschreef onlangs op iTBrief hoe dit Australische model structurele governance combineert met transformatiesnelheid. Het is een besluit dat opvalt door zijn eenvoud: iedere agency krijgt een CAIO die adoptie en transformatie aandrijft, naast een AI Accountable Official die governance en verantwoording borgt. Twee rollen, helder gescheiden. Een drijft versnelling, de ander bewaakt de grenzen.
Heeft Nederland een Chief AI Officer nodig?
Australië verplicht elke overheidsorganisatie een CAIO aan te stellen. Nederland kiest voor coördinatie zonder aanspreekpunt. Met de EU AI Act op de stoep en veel spraak over productiviteit, maar is dat genoeg?
Het is een structuurkeuze die Nederland tot nu toe niet heeft gemaakt.
Veel instrumenten, geen aanspreekpunt
Wie de Nederlandse AI-governance in kaart brengt, ziet geen woestijn. Het Algoritmeregister groeide het afgelopen jaar van z’n 900 naar ruim 1.400 beschrijvingen. Het CIO-stelsel is per januari 2026 vernieuwd met een Chief Data Officer, Chief Privacy Officer en Chief Technology Officer. Het IAMA is geactualiseerd. Het Algoritmekader wordt verder ontwikkeld. De VNG lanceerde een governancekader voor gemeenten.
Maar wie belt u als u wilt weten wie verantwoordelijk is voor de opschaling van AI bij de rijksoverheid?
De Algemene Rekenkamer beantwoordde die vraag impliciet in oktober 2024. In het rapport 'Focus op AI bij de Rijksoverheid' identificeerde zij 400+ AI-systemen bij 70 overheidsorganisaties. Bij meer dan de helft was geen risicoafweging gemaakt. Bij 35 procent was onbekend of het systeem naar behoren werkt. En slechts 5 procent stond in het openbare Algoritmeregister. De conclusie is niet dat de overheid niets doet. De conclusie is dat niemand het overzicht heeft – niet binnen een departement, maar ook niet departementsoverstijgend.
De Nederlandse Digitaliseringsstrategie erkent dit zelf. In de passage over AI (prioriteit 3 van zes) staat letterlijk: "Er is geen leidende aanpak voor opschaling van AI." De oplossing die de NDS voorstelt – regie via aanjaagteams en coalities – is een stap, maar geen structurele governance-keuze.
En het coalitieakkoord? Dat wil van Nederland een "opschaalland" maken voor AI. Het kondigt een Nederlandse Digitale Dienst aan met doorzettingsmacht. Maar een Chief AI Officer, een functioneel aanspreekpunt voor AI-transformatie, wordt nergens benoemd.
Waarom dit nu urgent is
Drie ontwikkelingen maken de status quo onhoudbaar.
- Ten eerste: De EU AI Act
Per augustus 2026 gelden de eisen voor hoog-risico AI-systemen. Annex III van de verordening is onverbiddelijk: AI bij rechtshandhaving, werkgelegenheid, toegang tot publieke diensten, migratie en biometrie valt onder het zwaarste regime. Dat raakt de Politie (23 AI-systemen, hoogste van het Rijk), het UWV, de SVB, de Belastingdienst. De Uitvoeringswet is in consultatie tot juni 2026. Maar wie voert de compliance-regie als de deadline verstrijkt? Zonder centraal aanspreekpunt wordt dit een departementaal doolhof. - Ten tweede: De productiviteitsopgave
Het Rijkspersoneel groeide van ongeveer 106.000 naar 157.000 fte tussen 2018 en 2024 – een stijging van 48 procent. Tegelijkertijd stabiliseert de beroepsbevolking rond 2030 en krimpt daarna. De externe inhuur bedraagt 3,67 miljard euro per jaar, 15,4 procent van de personele uitgaven – ver boven de Roemernorm. Het SEO-essay over overheidsproductiviteit (2025, in opdracht van BZK) concludeert dat de overheid beperkt zicht heeft op haar eigen productiviteit, laat staan die systematisch verbetert. Het coalitieakkoord spreekt van een "fundamenteel efficiëntere overheid." Dat lukt niet met pilotprojecten. Dat vereist strategische inzet van AI op schaal – en dus regie. - Ten derde: Geopolitieke druk
Het coalitieakkoord plaatst digitale autonomie als uitgangspunt. De Rekenkamer waarschuwt in het Cloudrapport dat het Rijk onvoldoende grip heeft op strategische afhankelijkheden. Ondertussen groeit schaduw-AI in stilte: 78 procent van organisaties meldt dat medewerkers AI-tools gebruiken zonder goedkeuring of toezicht. Wie de adoptie niet leidt, wordt geleid door de adoptie.
De technologie wacht niet
Vanuit de organisatie waar ik werk zie ik deze urgentie dagelijks bevestigd. SAP presenteerde onlangs op Sapphire, het jaarlijkse technologiecongres, de strategische koers richting de 'Autonomous Enterprise': organisaties waarin AI-agents end-to-end processen uitvoeren binnen heldere kaders. Niet als toekomstmuziek, maar als concrete richting die nu al vorm krijgt. Agents die voorraadbeheer optimaliseren, betalingsachterstanden signaleren, factuurafhandeling versnellen of HR-mutaties verwerken – steeds binnen gedefinieerde grenzen en met menselijk toezicht op de juiste momenten.
Wat mij daarin opvalt vanuit mijn werk met de publieke sector: de governance-vraag komt bij overheidsorganisaties vaak pas op tafel nadat een AI-project al is gestart. AVG-aspecten worden niet vanaf dag een meegenomen. Uitlegbaarheid en audittrails zijn een bijzaak totdat de Rekenkamer langskomt. En steeds vaker wordt er een externe projectleider ingehuurd om dergelijke organisaties voor de bekende valkuilen te behoeden – terwijl die kennis structureel in huis zou moeten zitten.
SAP heeft daar bewust voor gekozen: governance is geen laag eroverheen, maar ingebouwd in de architectuur. Validatieregels, compliance-checks, goedkeuringsflows en audittrails zijn onderdeel van het systeem zelf. Dat is relevant voor de overheid, omdat de EU AI Act precies dit eist: transparantie, menselijk toezicht en verantwoording by design. De systemen die het Rijk dagelijks gebruikt voor financien, inkoop, HR en logistiek worden in de kern steeds autonomer. De vraag is niet of dat gebeurt – maar of er iemand de regie op voert.
Wat doen koploperlanden?
Geen enkel land heeft hetzelfde model, maar koploperlanden delen een kenmerk: ze hebben een expliciet mandaat voor AI-leiderschap.
Het Verenigd Koninkrijk koos voor een centraal AI Playbook en fuseerde CDDO, i.AI en GDS tot een gecentraliseerde Government Digital Service. Resultaat: 38 van 50 acties uit het AI Opportunities Action Plan behaald binnen een jaar. Denemarken richtte een AI Taskforce in met ca. €18 miljoen voor opschaling van AI in de publieke sector. Estland combineert e-Government-erfgoed met een Chief Government Data Officer die in de praktijk ook AI-governance aanstuurt. Singapore plaatste de National AI Council op premier-niveau met een budget van ca. €80 miljoen.
En Australië onderscheidt zich door de eenvoud: een CAIO per organisatie, centraal gecoordineerd, met een transparantieverklaring per agency en verplichte AI-training voor alle ambtenaren. Van Leent beschrijft treffend hoe de Australische aanpak "governance at scale" operationaliseert – met heldere escalatiepaden, delivery discipline en meetbare impact. Of zoals het Britse HMRC (Belastingdienst) een CDIO (Chief Data en Information Officer) heeft aangesteld.
Het verschil met Nederland is niet ambitie. Het verschil is mandaat.
Drie routes
Nederland hoeft het Australische model niet te kopiëren. Maar het moet wel kiezen. Op basis van de huidige bestuursstructuur zijn er drie logische routes.
- Route A: een CAIO per uitvoeringsorganisatie
Het Australische model, vertaald naar de Nederlandse context. UWV, Belastingdienst, SVB, DUO en Politie stellen elk een CAIO aan. Centrale coördinatie via BZK of de beoogde NDD (Nederlandse Digitale Dienst – Rijksbrede regie op IT vanuit standaarden ten behoeve van een betere digitale dienstverlening). Dit past bij de decentrale traditie, maar vereist een sterk centraal kader om versnippering te voorkomen. - Route B: een AI-mandaat bij de CIO Rijk
Het vernieuwde CIO-stelsel wordt uitgebreid met een Rijksbrede CAIO-functie. Bouwt voort op bestaande structuur en mandaten. Werkt alleen met scherp mandaat, eigen budget en directe toegang tot de ministerraad – anders wordt het een overlegfunctie zonder slagkracht. - Route C: AI-leiderschap als kerntaak van de NDD
De Nederlandse Digitale Dienst, aangekondigd in het coalitieakkoord, krijgt AI-transformatie als expliciete portefeuille. Een nieuwe dienst met een schone lei en doorzettingsmacht. Het risico: de NDD is nog niet operationeel, en timing is alles wanneer de AI Act-deadline nadert.
Er is ook een vierde optie: niets doen en vertrouwen op het huidige instrumentarium. Maar dan accepteren we dat de governance-gap groeit terwijl de rest van de wereld versnelt – in een opzet waarbij het IV-beleid over twee staatssecretarissen is belegd nog geen eenvoudige keuze.
Niet alleen governance – ook realisatiekracht
Een CAIO zonder uitvoeringsagenda is een papieren tijger. De les uit internationale ervaring – en uit onze betrokkenheid bij de Taskforce Slagvaardige Overheid via NLdigital – is dat governance pas werkt als het gekoppeld is aan concrete resultaten.
Dat betekent: niet beginnen met nog een framework, maar met de twintig meest arbeidsintensieve routineprocessen van het Rijk. Documentverwerking. Beschikkingen. Factuurafhandeling. HR-mutaties. Stel per proces een automatiseringsdoel – 30 tot 50 procent capaciteitsbesparing binnen 24 maanden – en meet de resultaten. Standaardiseer eerst, maak data beschikbaar, herontwerp het proces, automatiseer dan.
Dit is geen utopie. Organisaties die hun processen standaardiseren en naar de Cloud brengen, schakelen AI-functionaliteit direct in: documentherkenning, anomalie-detectie, procesoptimalisatie. Wie dat per departement afzonderlijk doet, vindt per departement het wiel opnieuw uit. De vier hefbomen die we via NLdigital aan de Taskforce Slagvaardige Overheid hebben meegegeven – standaardiseren, datastelsel, AI-productiviteit, implementatie-governance – vormen samen precies het fundament waarop een CAIO effectief kan opereren.
Van debat naar besluit
De vraag is niet meer of Nederland centraal AI-leiderschap nodig heeft. De vraag is in welke vorm en op welke termijn.
De productiviteitscrisis wacht niet op bestuurlijke consensus. De EU AI Act-deadline van augustus 2026 staat vast. Het coalitieakkoord biedt het politieke mandaat – "opschaalland", NDD, standaardisatie, digitale autonomie. De WRR waarschuwt in het recente rapport 'Deskundige Overheid' voor deskundigheidstekorten in het bestuur. De ROB pleit voor een sterkere positie van de uitvoering. Alle puzzelstukken liggen op tafel.
Australië toont aan dat het kan. Niet perfect – het model is pas in 2026 volledig uitgerold. Maar wel expliciet, met tempo, en met een helder antwoord op de vraag die in Nederland nog open staat: wie is verantwoordelijk?
Ik geloof dat de Nederlandse overheid geen AI-probleem heeft. Ze heeft een regiepunt nodig. De technologie is er. De ambities zijn er. Het mandaat is er. Wat mij betreft begint het met een eerlijk gesprek: welke route past bij onze bestuurlijke traditie, en hoe zorgen we dat het geen overlegfunctie wordt maar een motor voor resultaat?
Ik ben benieuwd hoe u hiernaar kijkt. Herkent u het beeld? Ziet u andere routes? Ik ga hier graag over in gesprek – via dit platform, op LinkedIn, of aan tafel.
Auteur kennisbijdrage: Yves Derks.
Yves is strategisch adviseur Public Sector bij SAP Nederland. Hij werkt samen met ministeries, uitvoeringsorganisaties en gemeenten aan datagedreven, weerbare en mensgerichte digitalisering.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.