Het wetenschappelijke perspectief is langetermijn en generiek; de praktijk vraagt om directe, contextspecifieke toepasbaarheid. Als theorie via doorgeefluiken in de praktijk belandt, vertraagt leren en vervlakt kennis.
Data delen vraagt om frictie
Europa omarmt soevereiniteit, federatie, interoperabiliteit en open standaarden. Maar juist bij datadelen blijkt dat principes alleen niet genoeg zijn. Datadelen is in de kern transactioneel: het draait om concrete afspraken over wie wat mag zien, onder welke voorwaarden, tegen welke prijs, met welke aansprakelijkheid en waar het controlelogboek landt. Zulke transacties vragen om onderhandeling en dus om een georganiseerde dosis frictie tussen wetenschap en markt. In de praktijk stapelen we echter subsidieroutes, intermediaire lagen en adviesdiensten, waardoor precies die productieve frictie verdwijnt.
Het beloningsmechanisme blokkeert versnelling
Het verborgen mechanisme is het beloningsmodel. Wanneer intermediaire partijen op uren worden afgerekend, bedrijven op efficiëntie en de wetenschap vooral op publicaties, ontstaat een systeem waarin vertraging loont. Publieke organisaties met beperkte capaciteit en urgente opgaven merken dit het sterkst. Het ligt daarom voor de hand om beloning te verschuiven naar resultaten: herbruikbare bouwblokken, sjablonen voor afspraken (governance‑sjablonen), referentie‑implementaties en aantoonbare adoptie. Publicaties blijven belangrijk, maar juist in combinatie met reproduceerbare implementaties. Een duurzaam verdienmodel—met onderhoud, doorontwikkeling en redelijke licentievoorwaarden—voorkomt dat resultaten na een pilot verdampen.
Gebruik Europese instrumenten, zoals Horizon‑oproepen, waarvoor ze bedoeld zijn: gezamenlijke ontwikkeling, implementatie en adoptie van voorzieningen die waarden borgen en economisch houdbaar zijn
Neutraliteit fungeert in dit geheel vaak als onbedoelde rem. Neutraliteit is een waarde die gaat over besturing, transparantie en gelijke toegang, niet over afstand houden tussen markt en wetenschap. Wanneer neutraliteit wordt ingevuld als extra tussenlaag, groeit de ruis, vertraagt besluitvorming en verdwijnt de terugkoppeling die nodig is om modellen uitvoerbaar te krijgen. Neutraliteit moet daarom in de governance worden geborgd, niet in extra proceslagen.
DMI als illustratie: van theorie naar werkende praktijk
Het DMI-ecosysteem is een samenwerking van bedrijfsleven, kennisinstituten, G40- en G4-gemeenten, provincies en de ministeries van IenW en VRO onder een gezamenlijk uniform afsprakenstelsel. Binnen dit ecosysteem bouwen onderzoekers, marktpartijen en publieke partijen samen aan datagedreven gebiedsontwikkeling en mobiliteitsvernieuwing en laten zo zien hoe directe samenwerking werkt. DMI overbrugt daarmee de kloof tussen de abstracte theorie van data‑ruimtes en de concrete realiteit van commerciële samenwerking; zo wordt de Europese ambitie uitvoerbaar.
Binnen het AMS‑IX‑consortium (UvA, SURF, KPMG, AMS‑IX) wordt het delen van data bestuurlijk en technisch uitgewerkt en aangescherpt op basis van praktijkcasuïstiek. Deze samenwerking is bestendigd in een set software libraries – denk aan een gereedschapskist met kant‑en‑klare functies die je in eigen toepassingen kunt hergebruiken – waarin de gezamenlijke resultaten zijn vastgelegd. Dit maakt het voor nieuwe partijen eenvoudiger om aan te haken en vanuit zowel het wetenschappelijke als het marktperspectief door te ontwikkelen, zonder dat de samenwerking of consistentie verloren gaat. DMI is daarmee een voorbeeld, geen eindpunt.
Van losse pilots naar iteratieve besluitvorming
Stel: een middelgrote stad wil verdichten rond een OV‑knooppunt. In het traditionele model volgen adviesrondes, losse pilots en rapporten; vaak loopt het vast omdat contracten, standaarden en techniek niet synchroon lopen. In de DMI‑werkwijze ontstaan afspraken over toegang, doeleinden en aansprakelijkheid parallel aan techniek (koppelingen, identiteit, controle en verantwoording). Data‑uitwisseling verloopt via een marktplaatsmechanisme: aanbieders publiceren dataproducten met duidelijke voorwaarden; afnemers kunnen aansluiten zonder zware instapkosten. Zo ligt binnen enkele iteraties beslisinformatie op tafel én een herbruikbaar spoorboekje voor toezicht en vervolgopgaven, terwijl kennispartners toegang krijgen tot cruciale ‘real‑world’ gegevens, snelle feedback ontvangen op wat werkt en wat niet, en zichtbare maatschappelijke impact kunnen laten zien. De ontwikkelde bouwblokken en inzichten zijn publicabel én herbruikbaar, waardoor wetenschap en praktijk elkaar in de iteraties wederzijds versterken.
Organiseer productieve frictie
Minder tussenlagen en meer directe samenwerking liggen voor de hand. Financiers, consortia en kennispartners kunnen belonen op herbruikbare resultaten en samenwerken in gemengde teams. Gebruik Europese instrumenten, zoals Horizon‑oproepen, waarvoor ze bedoeld zijn: gezamenlijke ontwikkeling, implementatie en adoptie van voorzieningen die waarden borgen en economisch houdbaar zijn. De kern is niet één project of ecosysteem, maar het structureel opzoeken van de frictie tussen wetenschap en bedrijfsleven, dáár ontstaan oplossingen die schaalbaar, betaalbaar en betekenisvol zijn.


Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.