Ronald Damhof begon in 2021 als Chief Data Officer bij JenV, in het jaar waarin het kabinet Rutte II besloot af te treden naar aanleiding van de Toeslagenaffaire. Snel daarna kwam ook de Fraude Signalering Voorziening aan het licht. Deze affaires brachten aan het licht hoe de overheid op onrechtmatige wijze persoonlijke gegevens verwerkt, wat vernietigende gevolgen had voor vele burgers en hun naasten. Een jaar geleden trad Damhof aan als voorzitter van de Taskforce Gegevensdeling. Als er één ding is dat hij in dit jaar geleerd heeft, is dat te wéinig gegevens delen even desastreus kan zijn. De problematiek rond Kind- en Gezinsbescherming noemt hij als schrijnend voorbeeld: ‘Daar staan vele partijen rond een gezin: jeugdbescherming, Veilig Thuis, politie, jeugdhulp, gemeente, wijkteam, school. Het zijn er al snel acht tot vijftien. Zij moeten gegevens stapelen om een beeld te krijgen en om samen te bepalen wat goed is voor het gezin. Dat blijkt ongelooflijk moeilijk te organiseren. Het resultaat is dat er veel minder gegevens worden gedeeld dan rechtmatig en rechtvaardig is.’
Gegevensdeling is vooral een samenwerkingsprobleem
In het sociaal-, zorg-, veiligheidsdomein lopen professionals dagelijks aan tegen ingewikkelde vragen rond gegevensdeling: wie mag wat delen, met wie en op basis waarvan? Met veel partijen aan tafel stapelen meningen zich op. Ronald Damhof, CDO ministerie van JenV en voorzitter van de Taskforce Gegevensdeling, ziet hoe schadelijk het is als er te weinig gegevens worden gedeeld terwijl dat wel kán: ‘We moeten dit oplossen, want er worden levens vernietigd doordat essentiële informatie professionals niet bereikt.’
Waarom komt gegevensdeling moeilijk van de grond?
‘We zijn met de Taskforce samen met de professionals uit de praktijk op zoek gegaan naar de grondoorzaken en we hebben er drie gevonden. De eerste is een gebrek aan implementatie-ondersteuning. Bij opgaven als Preventie met Gezag, de aanpak van ondermijnende criminaliteit, mensenhandel, femicide en de aanpak rond verwarde personen is er niet zomaar één iemand aan te wijzen die het vanuit de overheid organiseert. Zeker wanneer meerdere organisaties digitaal moeten samenwerken, ieder met hun eigen juridische kaders, systemen en processen, ontstaat een wirwar van regels, verantwoordelijkheden en interpretaties. Hoe meer organisaties er zijn aangesloten, hoe groter de kans dat niemand precies weet wat mag of wie waarop aan te spreken is. De complexiteit komt daardoor feitelijk op het bord van de uitvoering terecht, terwijl die juist behoefte heeft aan heldere kaders, praktische ondersteuning en een veilige omgeving om zorgvuldig te handelen. De ondersteuning die er wel is, biedt in de praktijk te weinig houvast.
Er is binnen de overheid geen vakgemeenschap die kennis opbouwt en gegevensuitwisseling als vak uitdraagt, ontwikkelt en versterkt.
Ronald Damhof
De tweede oorzaak is gebrek aan vakmanschap, een vakgemeenschap en kennismanagement. Er is geen breed gedragen, professionele basis waar mensen op kunnen terugvallen. En er is binnen de overheid ook geen vakgemeenschap die kennis opbouwt en gegevensuitwisseling als vak uitdraagt, ontwikkelt en versterkt. Bij gegevensdeling in netwerken missen we, naar analogie van het Nederlands Genootschap van Huisartsen, nog een soort genootschap voor (privacy)juristen en functionarissen gegevensbescherming voor maatschappelijke opgaven die kennis en kunde doorgeeft aan vakgenoten. Zoals er een landelijk protocol voor de aanpak van obesitas is, zou dat er ook voor bijvoorbeeld het beleid rond informatiedeling verwarde personen moeten zijn. En als dat protocol niet goed blijkt te zijn, moet het centraal worden aangepast en weer verspreid.
De derde oorzaak is dat er gebrek aan visie en verankering is. Digitaal samenwerken wordt nog te vaak gezien als een technisch of juridisch detail, niet als integraal onderdeel van beleid, wetgeving of uitvoering. Maar dat klopt niet: gegevensuitwisseling is een randvoorwaarde voor veiligheid, zorg, toezicht en handhaving. In beleidsprogramma’s richten we ons op maatschappelijke opgaven, zonder na te denken over de gegevens die daarvoor nodig zijn.’
Wat hoor je vaak als verklaring dat gegevensdeling niet van de grond komt?
‘Ik hoor verschillende verklaringen. Eén is dat het een technisch probleem zou zijn en dat er nieuwe technologie nodig is. Ik zie dat dit maar heel weinig zo is. Ook het idee dat het juridisch niet mag, is vaak een te snelle conclusie. ‘Dat mag niet van de AVG’, hoor je vaak zeggen. Maar de AVG zegt simpelweg niet of je wel of niet iets mag delen. De AVG stelt dat je een afweging moet maken. Privacy is een grondrecht, maar gezondheid, veiligheid en vrijheid zijn dat ook. Mijn inschatting is dat gegevensdeling voor 80 procent een samenwerkingsprobleem is.
Voordoen, samendoen, zelf doen; dat is hoe we het aanpakken.
Ronald Damhof
Ik snap overigens de bestuurder die wordt geconfronteerd met al die verschillende meningen van functionarissen gegevensbescherming, privacyjuristen en professionals in het veld. De dilemma’s zijn vaak zwaar en dan helpt het niet dat die op basis van allerlei verschillende zienswijzen een knoop moet doorhakken. Dat er dan maar uit voorzorg ‘nee’ wordt gezegd, begrijp ik ergens wel.’
Hoe helpt de Taskforce die bestuurders en al die professionals in de praktijk?
‘We werken actief samen met het veld en de betreffende beleidsdirectie. Als er geen concrete casuïstiek is, beginnen we niet. We houden geen ‘hoog-overpraatjes’, maar staan in de drek. Daar analyseren we samen het probleem en bedenken we samen wat zou kunnen werken. Soms blijkt iets niet te werken en dan analyseren we waarom het niet werkt. En dan proberen we het opnieuw. Heel in het kort kun je zeggen dat we eerst voordoen hoe het kan, dat we het vervolgens samen met professionals in de uitvoering doen en dat we daarna het veld in staat stellen het zelf te doen. Voordoen, samendoen, zelf doen; dat is hoe we het aanpakken. Rond het thema Kind- en Gezinsbescherming doen we dat nu in drie regio’s. We zetten eerst de bestuurders van die acht tot vijftien partijen bij elkaar en vragen om hun commitment: gaan we dit samen doen? Wij helpen, maar hun mensen en expertise zijn nodig. En we laten niet los totdat het geregeld is.’
‘Mijn inschatting is dat gegevensdeling voor 80 procent een samenwerkingsprobleem is’
Ronald Damhof
Hoe zorg je dat goede werkwijzen ook door andere samenwerkingsverbanden gevonden wordt?
‘Als je iets drie of vier keer hebt gedaan, komt er een procesmethodiek uit, die we goed documenteren. Die willen we via een train-de-trainerconcept neerleggen bij partijen met ‘doekracht’, zoals KEN! Gemeenten kunnen dan zeggen: help ons om dit te implementeren of train onze mensen, zodat we het zelf met partners kunnen. Ik vind het bovendien cruciaal dat goede voorbeelden vindbaar worden. Zo ondersteunen we partners in Hart van Brabant en Zaanstreek-Waterland en Amsterdam Nieuw-West met een samenwerkingsconvenant en DPIA’s als tastbare resultaten. Dit soort mooie voorbeelden blijven nog onopgemerkt, niet vindbaar voor andere gemeenten. Daarom willen we heel graag naar buiten met dit soort verhalen, gekoppeld aan de maatschappelijke urgentie. Want we hebben het over mensenlevens die op het spel staan.’
Onlangs is de financiering van de Taskforce met twee jaar verlengd. Waarom?
‘Eind vorig jaar hebben partners in het sociaal-, zorg- en veiligheidsdomein het vertrouwen in onze aanpak uitgesproken. Niet omdat we alle problemen opgelost hebben, maar omdat er beweging is: we slagen erin om partners mee te nemen en ook ‘de toren’ erbij te betrekken. Er speelde ook mee dat er nieuwe thema’s bijkwamen. We richten ons nu ook op gegevensdeling in de aanpak van criminele geldstromen en internationale samenwerking op het gebied van ondermijning. En we spelen een rol in het oplossen van knelpunten in publiek-private samenwerkingsverbanden, waar gegevensdeling ook complex is.’
Wat is jouw persoonlijke drijfveer in dit alles?
‘In mijn loopbaan heb ik van dichtbij meegemaakt hoe de overheid onrechtmatig en onrechtvaardig te veel deelt, gegevens doorkopieert, met alle schadelijke gevolgen van dien. Ik zie ook dat te weinig delen, zeker rond jeugdigen en kwetsbaren, net zo ernstig kan zijn. Zeker omdat het vaak wel kan. Het afgelopen jaar ben ik geschrokken van de voorbeelden die ik heb gezien. Hoe kun je goed, zorgvuldig en transparant waardenafwegingen maken? Voor mij is dat een van de grootste uitdagingen waar we als overheid voor staan. We moeten dit oplossen, want er worden levens vernietigd doordat essentiële informatie professionals niet bereikt. Ik wil eraan bijdragen dat dit écht gaat lukken en dat het gesprek hierover niet meer verstomt.’
Online magazine
De Taskforce Gegevensdeling JenV publiceerde onlangs haar magazine Gegevensdeling, met verhalen uit de praktijk van professionals in het sociaal-, zorg- en het veiligheidsdomein.
Het magazine is digitaal te lezen via: JenVgegevens.pleio.nl/Magazine
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Samenwerken steunt op het hanteren van gezamenlijke normen. Voor bestuurders is het maar al te vaak lastig om de eigen normen (veelal op het niveau van wensen) geplaatst te zien tegenover de normen van juristen (ontleend aan wet- en regelgeving).
Daarbij zijn de meeste juristen niet opgeleid in vakken als architectuur en procesontwerp. Het achterwege laten van een analyse van juridische bepalingen en de beoogde werking leidt - zeker bij EU regelgeving - regelmatig tot gecreëerde belemmeringen.
Er bestaat een noodzaak om diverse vakgebieden zowel theoretisch als methodisch met elkaar te verbinden, anders blijft een samenwerking bij voorbaat sub-optimaal.