Een uitgesproken tegenstander van strenge leeftijdsgrenzen is bijvoorbeeld Elon Musk, de eigenaar van X. Hij verklaart dergelijke maatregelen ‘een achterdeur om de toegang tot het internet te controleren’. De redenering van hem en veel van de critici is vaak dezelfde: om je leeftijd te bewijzen moet je een digitale identiteit gebruiken, en zodra zo’n digitale identiteit wordt ingezet, kan de overheid zien wie waar actief is en welke meningen worden verkondigd.
Leidt Britse leeftijdscontrole tot een 'digitale muilkorf?'
Nu het Verenigd Koninkrijk strengere eisen voor leeftijdsverificatie op sociale media heeft aangekondigd, verschijnen steeds meer analyses waarin deze maatregel wordt gepresenteerd als een nieuwe stap richting overheidscontrole van het online debat.
Maar hoe zoiets tot stand moet komen wordt nergens goed onderbouwd. Leeftijdsverificatie op een, meestal Amerikaans, platform betekent niet dat een Europese overheid kan zien welke websites iemand bezoekt, welke accounts iemand gebruikt of welke berichten iemand plaatst. Daarvoor zou het platform die gegevens eerst moeten delen met een overheidsinstantie.
Zoals webwinkels vandaag al precies weten wie welk product bestelt, moeten sociale-mediaplatforms gebruikers identificeren aan de hand van kopieën van paspoorten, gezichtsscans en andere officiële documenten. Maar er zijn ook privacyvriendelijke methoden denkbaar.
Europese Digitale Identiteit
Want wat opvalt is dat degenen die de voorgenomen leeftijdsverificatie wantrouwen, de kritiek bovendien vaak moeiteloos doortrekken naar de recente Europese ontwikkelingen rond de Europese digitale identiteit, die later dit jaar beschikbaar moet komen voor inwoners van de Europese Unie. De ironie: juist dit instrument maakt het echter mogelijk om je leeftijd te laten controleren zonder je volledige identiteit prijs te geven aan een platform.
De Europese Commissie heeft namelijk vastgelegd dat lidstaten een systeem moeten aanbieden waarmee gebruikers kunnen bewijzen dat zij boven een bepaalde leeftijdsgrens zitten zonder hun naam, geboortedatum of andere identificerende gegevens te delen.
Het uitgangspunt is zogeheten selective disclosure: alleen het noodzakelijke attribuut wordt gedeeld. Een platform krijgt bijvoorbeeld uitsluitend de bevestiging dat iemand zestien jaar of ouder is, niet wie die persoon is. De gegevens worden daarbij decentraal opgeslagen,dus alleen de gebruiker zelf heeft toegang tot de gegevens van zijn digitale ID.
Heeft de overheid dan totaal geen inzicht in de gebruikers van een sociaal platform?
Zoiets valt niet volledig uit te sluiten. Ook nu verstrekken platforms in uitzonderlijke gevallen al gegevens, zoals IP-adressen, wanneer opsporingsdiensten menen dat iemand een ernstig gevaar vormt. Maar het is onduidelijk welk belang een Amerikaans technologiebedrijf zou hebben bij het structureel en ongevraagd delen van gebruikersgegevens met Europese overheden. Als dergelijke praktijken aan het licht zouden komen, zou dat het vertrouwen van gebruikers ernstig schaden.
Dat leeftijdsverificatie geen digitale muilkorf is, betekent echter niet dat alle zorgen over leeftijdsverificatie ongegrond zijn. Iedere digitale infrastructuur verdient kritische toetsing op het gebied van beveiliging, governance en mogelijke functieverruiming. Maar stellen dat leeftijdsverificatie per definitie leidt tot een systeem waarin de overheid rechtstreeks kan meekijken met online meningsvorming, is iets anders.
De vraag of dit soort maatregelen daadwerkelijk werken is veel relevanter. Want daarover bestaat nog veel onzekerheid.In landen waar strengere leeftijdscontroles zijn ingevoerd blijkt omzeiling via VPN-diensten relatief eenvoudig. Ook onderzoekers wijzen erop dat de effectiviteit van leeftijdsverificatie nooit los kan worden gezien van de mogelijkheid om controles te ontwijken.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.