Lydia Bremmer, directeur van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding, trapte de discussie af met een concreet voorbeeld. Vorig jaar had het SGO, het ambtelijk overleg van secretarissen-generaal, onder druk van die geopolitieke spanningen bedacht dat we met z’n allen van WhatsApp af moesten en moesten overstappen naar Signal. Maar op dat moment had Signal nog geen exportfunctie. Dan is vervolgens de vraag: neem je genoegen met een meer autonome, maar minder gebruiksvriendelijke chatapplicatie, met het risico dat een overheidsorganisatie haar eigen informatie niet goed meer kan vinden, beheren en dus besluiten niet goed meer kan reconstrueren?
Hoeveel autonomie zijn we bereid te betalen?
Autonomie heeft een prijs: zelf ontwikkelen, beheren en beveiligen vraagt capaciteit, geld en tijd. Bovendien kunnen alternatieven tijdelijk minder volwassen zijn of problemen opleveren. Zijn we als overheid deze prijs te betalen? Ja, klinkt het tijdens de iBestuur Conferentie, als per toepassing maar wel duidelijk is welk risico wordt afgedekt en welke publieke waarde dat rechtvaardigt.
Een lastig dilemma. Een van de deelnemers vertelt dat zijn provincie overgestapt is op Signal omdat WhatsApp niet veilig is en er goede alternatieven zijn. Hij ervaarde dat niet de ambtenaren, maar vooral de politiek tegen was. Gedeputeerden communiceren veel met elkaar in WhatsApp-groepen; daar wilden ze niet ontbreken. Dus nu werken de ambtenaren met Signal; ‘Maar we hebben wel WhatsApp ernaast.’
Pas nodig bij crisis
Uit het gesprek dat volgt, is op te maken dat we digitale onafhankelijkheid niet primair moeten behandelen als een gewone IT-businesscase. Voor essentiële publieke taken moet de overheid bereid zijn te betalen voor beschikbaarheid, controle en herstelvermogen, ook als dat op korte termijn duurder, minder comfortabel of minder efficiënt lijkt.
Je moet niet alleen kijken naar de directe kosten van een alternatief
Deelnemers vergelijken autonomie met brandweerzorg of vitale infrastructuur. Ja, het kost geld om het te onderhouden en te optimaliseren. Dat lijkt inefficiënt op de korte termijn, want je hebt digitale onafhankelijkheid pas nodig als we te maken krijgen met een crisis, storing, sanctie of geopolitiek conflict. Je moet niet alleen kijken naar de directe kosten van een alternatief, maar ook naar de maatschappelijke kosten van niet het kunnen beschikken over data, communicatie of cruciale dienstverlening.
Hogere directe kosten
Alternatieven kunnen investeringen vragen in infrastructuur, beheer, migratie en expertise. Maar je moet er niet vanuit gaan dat autonomie altijd duurder is. Lokale aanbieders kunnen soms concurrerend of zelfs goedkoper zijn. En met open sourcesoftware is soms zelfs een besparing mogelijk. Je moet alleen wel bereid zijn vooraf te investeren waar dat nodig is.
Weerstand in de organisatie
Als een nieuw systeem wordt geïntroduceerd, moeten gebruikers wennen. Vooral in de eerste maanden is de weerstand vaak groot. De implementatie vraagt om opleiding, begeleiding en doorzettingsvermogen. Pas op voor een “big bang weg van Microsoft-aanpak”. Dat wordt door de deelnemers als onrealistisch en riskant gezien. De voorkeur gaat uit naar pilots, kleine stappen en leren in de praktijk.
Geld voor digitale autonomie concurreert met andere publieke opgaven, zoals woningbouw
Strategische keuze
Geld voor digitale autonomie concurreert met andere publieke opgaven, zoals woningbouw. Deelnemers stellen dat dit niet door IT alleen kan worden opgelost: bestuur en politiek moeten expliciet bepalen welke processen essentieel zijn en welk budget daarbij hoort. Digitale autonomie moet behandeld worden als een publieke en strategische keuze, niet als louter een technische voorkeur.
Lonkend perspectief
Wellicht moet er voor bestuurders een lonkend perspectief tegenover staan. Een van de deelnemers vertelt over een Duitse deelstaat die voorstelde om het geld dat maandelijks overgeboekt werd naar Amerikaanse partijen te investeren in de lokale economie. Er werd een centraal shared service center ingericht dat alle overheden binnen die deelstaat ondersteunde om los te komen van Big Tech. Niet zozeer vanwege soevereiniteit, maar vooral om de lokale economie te steunen en met lokale partners oplossingen te zoeken voor de dienstverlening aan burgers. ‘Het kostte natuurlijk wel wat, maar bestuurders wilden die maatschappelijke kosten nemen, omdat ze wisten dat het teruggepompt werd in de eigen omgeving.’
Dat kan ook financieel zijn. Een van de deelnemers vertelt dat ze net drie maanden geleden hun software voor een deel naar open source hebben omgezet. ‘We besparen hiermee nu zo’n drie à vier ton per jaar. Dat signaal roept gelijk vragen op bij bestuurders: “Hé, als dat kan…?”.’
Op 9 september 2026 organiseerde iBestuur voor de tweede maal een conferentie over de NDS.
SAVE THE DATE
Op 29 september 2027 staat de derde editie op het programma!
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.