In verschillende West-Europese steden zien we hoe online oproepen tot rellen zich razendsnel verspreiden en soms leiden tot vernielingen en confrontaties met de politie. De politieke reflex is vaak dezelfde: meer online monitoring, daders identificeren en streng optreden. Wie zitten er achter deze oproepen? Zijn het jongeren die op zoek zijn naar sensatie, mensen die hun onvrede willen uiten of partijen die doelbewust onrust proberen te veroorzaken? Vaak spelen meerdere motieven een rol. Maar minstens zo belangrijk is de vraag waarom sommige oproepen aanslaan en andere niet.
De samenleving is de sterkste verdediging tegen online onrust
Online monitoring moet helpen om rellen te voorkomen, maar kost veel capaciteit en vertrekt vanuit wantrouwen in burgers. Bovendien blijft de voedingsbodem voor onrust buiten beeld, betogen Willem Bantema en Hedy Greijdanus. Zij pleiten voor meer samenwerking met burgers om maatschappelijke spanningen te herkennen en escalatie te voorkomen.
Het online volgen van mogelijke aanstichters en het achterhalen van hun identiteit kan helpen bij opsporing en handhaving, maar helpt maatschappelijke ontwrichting niet voorkomen
Die nadruk op juridische interventies zien we ook terug in nieuwe Nederlandse wetgeving in ontwikkeling. Zo ligt er een voorstel om burgemeesters de bevoegdheid te geven om bij ernstige online aangejaagde openbare-ordeverstoringen een verwijderbevel op te leggen. Daarnaast wordt gewerkt aan wetgeving die de politie onder gezag van de burgemeester meer mogelijkheden moet bieden om online informatie te verzamelen over (dreigende) ernstige openbare-ordeverstoringen. De focus op online monitoring is begrijpelijk: via sociale media kunnen oproepen om de straat op te gaan razendsnel grote groepen bereiken. Juist die zichtbaarheid maakt het aantrekkelijk om online activiteiten nauwlettend te volgen. Wat daarbij vaak over het hoofd wordt gezien, is dat online oproepen een voedingsbodem nodig hebben om daadwerkelijk tot maatschappelijke onrust te leiden. Het ontwrichtende effect van dergelijke berichten hangt niet alleen af van wie ze verspreidt, maar vooral ook van hoe mensen erop reageren.
Tegen de achtergrond van toenemende geopolitieke spanningen en hybride dreigingen wordt deze vraag alleen maar belangrijker. Ook Nederland kan doelwit zijn van pogingen om maatschappelijke tegenstellingen aan te wakkeren en onrust te veroorzaken. Het online volgen van mogelijke aanstichters en het achterhalen van hun identiteit kan helpen bij opsporing en handhaving, maar helpt maatschappelijke ontwrichting niet voorkomen. Daarvoor is een preventieve aanpak nodig, gericht op de vraag waarom bepaalde oproepen aanslaan en andere niet. Om de kans op escalatie in te schatten, is het niet altijd noodzakelijk om direct te weten wie de onrust aanwakkert. Het gaat niet alleen om wie de vonk aansteekt, maar vooral om waar die vonk terechtkomt en of daar voldoende brandstof aanwezig is om een grotere brand te veroorzaken. Het voorkomen van escalatie vraagt niet alleen om optreden tegen burgers wanneer dat nodig is, maar juist ook om samenwerking mét burgers om te voorkomen dat spanningen uit de hand lopen.
Het vermogen om spanningen bespreekbaar te maken voordat ze escaleren is belangrijker dan ooit
Daarom pleiten wij voor meer aandacht voor een structurele preventieve samenwerking voor het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting. Het voortdurend volgen van online berichten en het achterhalen van betrokkenen is arbeidsintensief en gebaseerd op wantrouwen in burgers. Tegen de tijd dat een bericht is beoordeeld en verwijderd, kan de mobilisatie bovendien al hebben plaatsgevonden. Daarnaast zijn geautomatiseerde en door AI-genereerde berichten of verspreiders niet gevoelig voor een persoonsgericht verwijderbevel. Dat maakt het lastig om uitsluitend met monitoring en verwijderbevelen voldoende grip te krijgen op deze dynamiek.
Des te belangrijker is het om te investeren in de weerbaarheid van de samenleving tegen pogingen, van binnenuit of door buitenlandse actoren, om bestaande maatschappelijke spanningen aan te wakkeren en uit te buiten. Op het gebied van cyberveiligheid vinden we het inmiddels vanzelfsprekend om burgers en organisaties weerbaarder te maken. Waarom zouden we dat niet ook doen wanneer het gaat om online aangejaagde maatschappelijke onrust? Daarbij gaat het om veel meer dan het herkennen van desinformatie. Het gaat ook om het herkennen van provocaties, groepsdruk en pogingen om tegenstellingen aan te wakkeren. Het vermogen om spanningen bespreekbaar te maken voordat ze escaleren is belangrijker dan ooit. Dat vraagt om aandacht hiervoor in het onderwijs, bij jongerenwerk en binnen lokale gemeenschappen.
De kracht van burgers en gemeenschappen is niet slechts een risico, maar kan juist ook onderdeel zijn van de oplossing
Het betekent ook dat burgers actief helpen bij het ontkrachten van geruchten, het gesprek aangaan en tegenwicht bieden aan oproepen tot geweld. Dit klinkt logisch maar is een hele stap die een andere kijk op openbare orde en veiligheid vraagt. Wie maatschappelijke ontwrichting wil voorkomen, moet niet alleen weten wie de onrust aanwakkert, maar vooral begrijpen waarom die aanslaat en verschillende partijen, waaronder burgers, handvatten geven om hiermee om te gaan. De kracht van burgers en gemeenschappen is niet slechts een risico, maar kan juist ook onderdeel zijn van de oplossing. Dezelfde sociale structuur waarlangs onrust zich kan verspreiden kan ook bijdragen aan het dempen ervan.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.