In het coalitieakkoord spraken D66, VVD en CDA af om op termijn 10 procent van het defensiebudget te besteden aan innovatie. Daarmee wil het kabinet onder meer de Nederlandse defensie-industrie versterken en de afhankelijkheid van buitenlandse technologie terugdringen. Uit de Defensienota blijkt echter dat het percentage niet wordt berekend over de totale defensiebegroting van 28,9 miljard euro, maar uitsluitend over het defensie-investeringsbudget, zo schrijft Trouw.
Defensie trekt bijna 2 miljard euro minder uit voor innovatie dan beloofd
Het kabinet trekt aanzienlijk minder geld uit voor militaire innovatie dan in het coalitieakkoord werd aangekondigd. In plaats van 2,89 miljard euro gaat het om ongeveer 950 miljoen euro. Dat blijkt uit de Defensienota, meldt Trouw. Het verschil kan gevolgen hebben voor de ambities om een eigen defensie-industrie op te bouwen en de technologische afhankelijkheid van andere landen te verminderen.
Dat scheelt bijna 2 miljard euro. Waar op basis van het coalitieakkoord rekening kon worden gehouden met 2,89 miljard euro voor innovatie, blijft daarvan ongeveer 950 miljoen euro over.
Nederlandse tegenhanger van Darpa
Een deel van het geld is bedoeld voor de oprichting van een defensie-innovatieautoriteit, naar voorbeeld van het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency (Darpa). Deze organisatie moet bijdragen aan de ontwikkeling van vernieuwende militaire technologie.
Het ministerie van Defensie bevestigt tegenover de krant dat het lagere bedrag klopt, maar verwacht niet dat de ambities daardoor onhaalbaar worden. Volgens het ministerie is niet alleen de omvang van het budget bepalend, maar vooral de manier waarop het geld wordt besteed.
Waarom het bedrag afwijkt van de formulering in het coalitieakkoord, maakt Defensie niet duidelijk. Opvallend is dat het ministerie op 21 september in antwoorden op Kamervragen nog sprak over een innovatiebudget dat zou oplopen tot 10 procent van het defensiebudget.
TNO vraagt om opheldering
Bij onderzoeksorganisatie TNO, een belangrijke kennispartner van Defensie, was niet bekend dat het innovatiebudget zoveel lager uitvalt. De organisatie heeft het ministerie om opheldering gevraagd en wil voorlopig niet ingaan op de mogelijke gevolgen.
Hans Huigen, directeur van brancheorganisatie NIDV, had het verschil wel opgemerkt. Hij toont begrip voor de keuze om minder geld voor innovatie te reserveren. Volgens hem heeft de krijgsmacht momenteel vooral behoefte aan extra personeel en materieel. Bovendien vraagt hij zich af of de Nederlandse defensie-industrie en kennisinstellingen al in staat zijn om bijna 3 miljard euro aan innovatie-investeringen te verwerken.
Ook de vier technische universiteiten, verenigd in de 4TU-federatie, begrijpen dat Defensie prioriteit geeft aan de directe behoeften van de krijgsmacht. Wel benadrukken zij tegenover Trouw dat voldoende geld beschikbaar moet blijven voor fundamenteel en toegepast onderzoek.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.