Met het nieuwe kabinet in aantocht wordt duidelijk dat er straks financieel strak aan de wind moet worden gevaren. Vooral de extra-uitgaven die nodig zijn om onze Defensie weer op orde te krijgen en om de 5 procent-afspraak na te komen die “daddy Trump” de leden van het NAVO-bondgenootschap heeft opgelegd, wegen zwaar. Globale berekeningen komen neer op ongeveer een kleine 20 miljard aan extra uitgaven. Maar dat zijn niet de enige uitgaven die moeten worden gedaan. Vergrijzing, verdere verduurzaming, woningbouw, betaalbare en betrouwbare energie, beschikbaar talent, goede infrastructuur, allemaal gebieden waar in Nederland ook geld voor nodig is om de toekomst het hoofd te kunnen bieden.
De top 3 prioriteiten van de minister van Digitale Zaken: autonomie, autonomie en autonomie
Digitale autonomie is Chefsache, (1) vanwege onze veiligheid en onafhankelijkheid, (2) ons verdienvermogen, en (3) het noodzakelijke transitieproces. We zijn benieuwd of het nieuwe kabinet deze visie deelt.
Tegelijkertijd is door de “Nederlandse Draghi”, ex-ASML topman Peter Wennink, gewaarschuwd dat het verdienvermogen van de BV Nederland onder druk staat. Centrale boodschap: moeilijke keuzes zijn nodig om investeringen te stimuleren en welvaart te behouden. In zijn rapport wijst Wennink op 4 gebieden waar Nederland “het verschil kan maken”. Digitalisering en AI zijn er daar (natuurlijk) één van. Het boeiende aan de analyse van Wennink is dat deze enerzijds sterk verwijst naar het belang van strategische autonomie van Nederland en Europa, maar anderzijds geen enkele concrete maatregel formuleert hoe om te gaan met de afhankelijkheid van Big Tech.
De NDS bevat geen fundamentele keuzes over digitale autonomie
Naar onze mening laat Wennink hier een kans liggen. Het afbouwen van de afhankelijkheid van Big Tech is niet alleen van belang voor de strategische autonomie van Nederland en Europa, maar óók voor het verdienvermogen van ons land. Bovendien is de noodzaak tot afbouw veel urgenter dan velen van ons ooit gedacht zullen hebben. “Daddy Trump” deinst namelijk nergens voor terug. Daar kunnen ze bij het Internationaal Strafhof in Den Haag over meepraten. Datzelfde Strafhof is inmiddels overgestapt op OpenDesk, een Europese open source kantooromgeving. Ook de Deense overheid besloot, al voor de concrete bedreiging van Groenland, om afscheid te nemen van Microsoft, net als de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein en de Franse stad Lyon.
Tegelijkertijd vond onze belastingdienst het een goed idee om de kantoorautomatisering toch maar uit te besteden aan Microsoft. In Nederland denken we blijkbaar dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. Voormalig staatssecretaris Szabo zag de VS tijdens een Kamerdebat over digitale autonomie nadrukkelijk nog als bondgenoot, en zijn tijdelijke opvolger Van Marum verwijst voor alle problemen naar de recent aangenomen Nederlandse Digitale Strategie (NDS). Die strategie gaat echter vooral over beter samenwerken en versnellen op bestaande dossiers. De NDS bevat geen fundamentele keuzes over digitale autonomie. Bovendien is de NDS een strategie voor de digitale overheid. Echter, niet alleen overheden, maar ook bedrijven en vitale infrastructuren moeten nadrukkelijk in beeld zijn bij het vraagstuk van digitale autonomie.
Een brede scope is dus nodig, evenals keuzes, niet alleen vanwege de noodzakelijke afbouw van onze technologische afhankelijkheid, maar dus ook vanwege het verdienvermogen van Nederland. Het ontwikkelen en investeren in alternatieven voor Big Tech is namelijk een belangrijke impuls voor de eigen economie en samenleving. De EU-uitgaven aan Big Tech worden becijferd rond de 265 miljard volgens een rapport van de Dutch Cloud Community. Dat is gemiddeld zo’n 10 miljard per EU-land. In datzelfde rapport wordt een Frans onderzoek aangehaald dat stelt dat 'het verplaatsen van slechts 15 procent van deze uitgaven naar Europese leveranciers al 468.000 banen, €75 miljard aan omzet en €35 miljard aan winst en investeringen oplevert'. Waarover dan ook nog eens normaal belasting zou worden betaald.
Op eigen digitale benen staan zal een proces zijn van vallen en opstaan
Het technologisch op eigen benen staan van Nederland en Europa betekent dat meer en geavanceerdere digitale kennis beschikbaar komt voor het bedrijfsleven, dat daardoor beter en sneller kan innoveren. Bovendien zijn deze innovaties beter ingebed in Europese normen en waarden. Tot slot heeft Nederland, en Europa, met een eigen aanpak straks ook goede toegang tot digitale groeimarkten als Latijns-Amerika, Afrika en Azië-Pacific. Deze regio’s vertegenwoordigen een enorm potentieel, en het EU-Singapore Digitale Trade Agreement en ook het recente afgesloten Mercosur-akkoord bieden hiervoor een goede basis.
Op eigen digitale benen staan zal een proces zijn van vallen en opstaan. Digitalisering is niet alleen digitale economie, digitale overheid, digitale zorg etc., maar ook en bovenal veiligheid, verdienvermogen, Europese samenwerking en geopolitiek. Een dergelijke strategisch andere omgang met digitalisering gaat over bestaande departementale grenzen heen en vraagt om een degelijke beleidsmatige regie. Hier ligt wat ons betreft de uitdaging voor een minister van Digitale Zaken, mocht het kabinet een dergelijke functie willen instellen. Het zou doodzonde zijn als een dergelijke persoon zich in de ministerraad alleen mag uitspreken over “digitale zaakjes” zoals betere overheidsdienstverlening of de Rijkscloud. Ook belangrijk, maar laat dat over aan een staatssecretaris bij Binnenlandse Zaken


Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Goed stuk. Digitale Autonomie is een multidisciplinair streven dat je zowel “bestuurlijk” als “technisch-architecturaal” (met toetsbare criteria/KPI’s) moet oplopen.
Het beslaat uitdagingen die technische, organisatorische, geopolitieke en maatschappelijke domeinen beslaan. Veel organisaties vertrouwen op technologiestacks, clouddiensten en platforms die worden geleverd door niet-Europese bedrijven. Dit creëert risico's van vendor lock-in, beperkte soevereiniteit over data en mogelijke blootstelling aan geopolitieke conflicten. Dus moeten we prioriteit geven aan open standaarden en interoperabele oplossingen (bijv. open-source platforms, OIDC voor identiteitsbeheer en Gaia-X-conforme dataruimtes) en leveranciers evalueren op basis van hun afstemming op Europese datasoevereiniteitsprincipes en naleving van de AVG en NIS2.
Het is het ontbreken van gestandaardiseerde kaders en protocollen tussen sectoren en rechtsgebieden dat het moeilijk maakt om naadloze gegevensuitwisseling, samenwerking en schaalbaarheid te bereiken, maar dat is eenvoudig te doorbreken.
Handhaaf die Europese interoperabiliteitsnormen, zoals NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) en het EIF (European Interoperability Framework). Ontwikkel gedeelde architecturen (bijv. TOGAF-gebaseerde frameworks) die compatibiliteit waarborgen terwijl juist ruimte blijft voor lokale aanpassing. Breng domweg vroeg in het proces de technische en governance-standaarden op één lijn. Ja, cyber is cruciaal voor autonomie, maar ook beperkend voor toegankelijkheid en bruikbaarheid.
Dat kun je omzeilen met Security by Design-principes om beveiligingsmaatregelen in systemen te integreren zonder op de bruikbaarheid in te leveren; gericht op het beschermen van kritieke activa en processen. (dus meer aandacht voor Busines Continuity Management) Het meeste last krijg je van interne weerstand binnen de legacy organisaties dus geen autonomie zonder verandermanagement, training en incentives.
De langetermijnvoordelen van digitale autonomie zijn kostenbesparing, veerkracht en naleving van toekomstige regelgeving. Dus er liggen mogelijkheden om gezamenlijke prikkels te creëren (financiering/erkenning) om belangen op één lijn te brengen en samenwerking te stimuleren. Geld zou het probleem niet moeten zijn. (Digital Europe Programme en Horizon Europe). Maar omarm a.u.b. de allang bestaande standaarden en ga niet met twee dagen wikipedia zitten filosoferen over wat autonomie 'is'.
Deze reactie is verwijderd
Ha Leo en Evert-Jan,
Paar kanttekeningen:
Digitale autonomie met een kleine a (in de overheidsorganisatie) zal veel pijn doen en netto veel geld kosten. Ik schat ca. 10 miljard per jaar gedurende minimaal 20 jaar. Dat is het eerlijke verhaal. Dat het veel geld oplevert is m.i. een sprookje. En na 20 jaar heb je dan een overheid die op ‘autonome’ systemen werkt en de rest van de samenleving niet.
Digitale autonomie met een grote A (in de hele samenleving) zal nog veel meer kosten en eerder 200 jaar duren. Dat betekent namelijk andere auto’s, vliegtuigen (afscheid van de F35), gebouwsytemen, industriële systemen etc. Activisten focussen op autonomie van de Haagse km2, omdat ze wel begrijpen dat autonomie met een grote A ver weg is en tot een soort Noord Korea leidt.
Beste recept voor (digitale) autonomie vind ik goed onderwijs, een goed woon- en werkklimaat en hard werken. ICT waar het nuttig is en niet waar het verslavend en dom-makend is. En een keuze voor economische samenwerking ipv economische afhankelijkheid. Mijn advies: omarm en reguleer de big tech, omarm relevante partners als de VS, India, China, Japan en Zuid Korea. Dan kom je verder. China heeft Apple tot samenwerking gedwongen, de VS heeft hetzelfde gedaan met TikTok. Dan kunnen wij toch een Microsoft-EU creëren?
En over digitale autonomie met een kleine a: de Rijksoverheid moet nog maar eens nadenken waarom de rijkscloud die al in 2011 (15 jaar geleden) door minister Donner in gang gezet is geen enkel resultaat heeft opgeleverd. Zie de kamerbrief uit april 2011. Mijn tip: begin eens concreet met de vervanging van P-direct. Dat is een oud en duur systeem gebaseerd op IBM-technologie. En het betreft typisch Nederlandse functionaliteit, dus het is best logisch om daarvoor zelf passende ICT te ontwikkelen.