Overslaan en naar de inhoud gaan
(advertentie)

Waarom een minister voor Digitale Zaken benoemen slechts een begin is

minister

D66, VVD en CDA willen een minderheidskabinet gaan vormen en hebben nog tot eind deze maand om een coalitieakkoord te komen. Verkiezingswinnaar D66 zet in volgens het verkiezingsprogramma in op een minister van Digitale Zaken. Ook andere partijen spraken de wens uit om met een eigen ministerie digitale soevereiniteit te realiseren, cybersecurity te versterken en vastgelopen IT-projecten los te trekken. Maar zo'n minister kan er komen in vele soorten en maten, waarschuwen experts. 

De minister van Digitale Zaken lijkt er te komen, meldde GL-PvdA-Kamerlid Barbara Kathmann afgelopen week bij BNR. Haar partij is voorstander van zo'n nieuwe bewindspersoon. Maar wie luistert naar Marijn Janssen, hoogleraar ICT & Governance aan de TU Delft, en Martijn van der Steen, hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit en de NSOB, wordt duidelijk dat er bij zo'n ministerspost diverse haken en ogen zijn. Het onderwerp laat zich volgens hen niet vangen in simpele oplossingen. Digitalisering is wat de hoogleraren betreft geen apart beleidsveld meer, maar een infrastructuur waarop de hele overheid is gebouwd.

Digitalisering speelt overal

Met name Janssen heeft aarzelingen. Wat hem betreft wordt het onderwerp te platgeslagen wanneer het als los dossier wordt gezien. Digitalisering raakt het sociaal domein, de Belastingdienst, de rechtspraak en de nationale veiligheid, zo legt hij uit. ‘Een minister van Landbouw bemoeit zich met landbouw, maar een minister van Digitalisering moet zich eigenlijk met ieder onderwerp gaan bemoeien, want digitalisering speelt overal.’

Toch wordt in het politieke debat vaak gedaan alsof digitalisering een beheersbaar beleidsveld is. ‘Alsof het domein zich zou gedragen zoals landbouw, onderwijs of cultuur. Maar digitalisering loopt dwars door de departementen heen.’ Dat betekent dat een digitale minister zich per definitie moet bemoeien met vrijwel alle portefeuilles.

Van der Steen stelt dat digitalisering bestuurlijk structureel te weinig aandacht krijgt. Niet omdat het onbelangrijk wordt gevonden, maar omdat digitale problemen nooit vanzelfsprekend als politieke problemen zijn gezien. De maatschappelijke afhankelijkheid is gegroeid, maar de bestuurlijke reflexen zijn nauwelijks mee veranderd. Die achterstand verklaart de huidige roep om een digitale minister.

Een simpele oplossing

Janssen ziet dat er een probleem wordt geconstateerd en dat daar vervolgens een ‘nieuw poppetje’ op wordt gezet. Dat moet overzicht en rust brengen, maar de werkelijkheid is complexer. De grootste knelpunten zitten in mensen, software, architecturen en ingebouwde afhankelijkheden. ‘De ICT van de overheid als geheel is een organisch systeem dat je niet kunt centraliseren.’ Een minister kan richting geven, maar niet zomaar het hele systeem hervormen.

Een gefragmenteerd landschap

De digitale overheid bestaat uit langlopende investeringen in systemen die soms twintig of dertig jaar meegaan. Daardoor zijn beslissingen uit het verleden bepalend voor de speelruimte van vandaag. Nederland is geen Estland dat vanaf nul kon beginnen. ‘We hebben grote systemen waarin we hebben geïnvesteerd, die specifiek ontworpen zijn voor bepaalde domeinen. Je kunt niet zomaar alles weggooien.’

Elk ministerie, elke gemeente en elke vitale sector heeft zijn eigen systemen, budgetten en belangen. Vaak zijn deze ook nog eens uitbesteed aan externe partijen. Dat maakt het onmogelijk om met één pennenstreek orde te scheppen. Janssen verwoordt het zo: ‘Het is alsof we een minister van Financiën aanwijzen en daarna verwachten dat andere ministers niet meer hoeven na te denken over geld.’

Macht, mandaat en institutioneel gewicht

Stel dat er een digitale minister komt, in welke vorm moet dat zijn? Van der Steen wijst op het verschil tussen een minister “van” en een minister “voor” Digitale Zaken. ‘Een minister “van” heeft een eigen departement, een eigen begrotingsartikel en vaak ook meer formele bevoegdheden. Een minister “voor” is afhankelijker van andere departementen, moet meer coördineren, meer overtuigen en heeft vooral een functie als aanjager op bepaalde dossiers.’

Een minister “van” beschikt dus over meer slagkracht dan een minister “voor”. Overigens hoeft een nieuw ministerie geen moloch te zijn: recente voorbeelden laten zien dat soms slechts een secretaris-generaal en een directeur Financiële Zaken voldoende zijn.

Toch blijft het institutionele gewicht cruciaal. De minister van Financiën heeft macht omdat geld de harde rand van beleid vormt. Zonder vergelijkbare positie dreigt de digitale minister een symbool te worden: iemand met grote ambities, maar weinig instrumenten. Van der Steen noemt dat “Jan zonder land”.

Verantwoordelijkheid

Dan is er de vraag waarvoor zo’n minister precies verantwoordelijk wordt. Een smalle portefeuille lijkt op een rijksbrede CIO-rol, gericht op interne organisatie. Een brede portefeuille raakt digitale autonomie, cybersecurity, AI-regulering en DigiD.

In de ministerraad doet niet alleen de titel ertoe, maar vooral wie je bent

Maar wat als digitale veiligheid in het takenpakket zit? Is de minister dan verantwoordelijk bij uitval van systemen, bij een internetcrash of bij een grote cyberaanval? Absolute veiligheid bestaat niet en fouten zijn onvermijdelijk. De vraag is of één bewindspersoon zulke risico’s politiek kan dragen.

De vraag naar expertise

Volgens Van der Steen bepaalt ook de ‘casting’ de effectiviteit. Een junior minister weegt minder zwaar dan een doorgewinterde bewindspersoon of vicepremier. In de ministerraad doet niet alleen de titel ertoe, maar vooral wie je bent.

Daarbij moet de digitale minister ook technisch onderlegd zijn. Het moet iemand zijn die begrijpt hoe systemen en architecturen werken en waar de risico’s zitten. Janssen noemt dat een schaap met vijf poten: iemand die de taal van IT én politiek spreekt. De verkeerde persoon kan het dossier eerder verzwakken dan versterken.

Digitale soevereiniteit  

De politieke roep om een digitale minister komt vooral voort uit zorgen over digitale soevereiniteit. Europa, en zeker Nederland, beseft hoe afhankelijk het is van Amerikaanse techbedrijven. Maar soevereiniteit vraagt meer dan het vervangen van software. Het vereist investeringen, langetermijnplanning en het ontwikkelen van eigen alternatieven.

Digitalisering zou net zo vanzelfsprekend een ministerieel domein moeten zijn als zorg, onderwijs of infrastructuur

Daarbij spelen geopolitieke ontwikkelingen een steeds grotere rol. Digitale weerbaarheid wordt onderdeel van de defensieagenda. Als digitalisering wordt gekoppeld aan de defensiebegroting, verandert het speelveld ingrijpend. De minister krijgt dan te maken met vitale infrastructuur, energie, zorg, luchtverkeer en waterbeheer, domeinen waar de risico’s extreem groot zijn.

Vergelijkingen met Estland gaan mank

Volgens Janssen gaat de vergelijking met Estland vaak mank. Het idee dat Nederland dat model kan kopiëren is een vorm van blauwdrukdenken. Oude systemen, investeringen en instituties laten zich niet zomaar herschrijven.

Het debat over een minister voor Digitale Zaken gaat daarom niet alleen over één persoon, maar over de manier waarop Nederland digitalisering bestuurt. Digitalisering zou net zo vanzelfsprekend een ministerieel domein moeten zijn als zorg, onderwijs of infrastructuur.

Een minister kan helpen om versnippering te verminderen en strategische keuzes beter politiek te verankeren, mits hij of zij stevig is ingebed, beschikt over voldoende mandaat, expertise heeft en wordt gesteund door realistische verwachtingen. Alleen dan is een minister voor Digitale Zaken geen eindpunt, maar het begin van een overheid die digitaal weerbaar en toekomstgericht is.

Een uitgebreide versie van dit artikel wordt gepubliceerd in iBestuur Magazine #57 dat eind januari verschijnt.

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

(advertentie)

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in