Het klinkt cynisch, maar ik meen het. Bij Common Ground lopen we hier dagelijks tegenaan. Het is ook een gevoelig onderwerp. Niemand wil horen dat zijn project een duplicaat is. Zelfs Europa's twee grootste soevereine werkplekprojecten, OpenDesk (Duitsland) en La Suite Numérique (Frankrijk), botsen qua aanpak. OpenDesk shopt best-of-breed componenten bij bestaande projecten. La Suite bouwt alles zelf. Niet om Nederlandse collega's op de tenen te trappen, maar om het patroon zichtbaar te maken. Want het patroon is overal hetzelfde.
Overheid en Open Source, een lastige liefde
Overheden omarmen open source als de toekomst, prediken soevereiniteit en samenwerking, maar vervolgens bouwen ze hun eigen versie van iets dat al bestaat. Met eigen standaarden. Eigen integraties. Eigen eilandjes. Het is een beetje alsof je Narcissus Product Owner maakt.
Waarom wil de overheid open source?
De motivaties zijn oprecht en valide. Ze zijn tegelijk onze lat. In het kort:
- Soevereiniteit — Geen kill switch in handen van een ander land
- Veiligheid — Open code kun je inspecteren; proprietary code moet je vertrouwen
- Democratische verantwoording — Burgers hebben het recht te weten hoe overheidssoftware werkt
- Innovatie — Code hergebruiken, community-input krijgen, samen sneller bouwen
- Kostenreductie — Alleen als je aansluit bij bestaande projecten
- Vendor diversiteit — Open code = echte marktwerking in plaats van schijnkeuze
- Publieke functionaliteit — Niet alleen public code maar herbruikbare functionaliteit
En daar begint het probleem. Want ondanks al deze nobele motivaties zien we in de praktijk iets heel anders.
Zelf bouwen versus aansluiten
Bijna elke overheid heeft een officieel wegingsproces. Voordat je iets bouwt, check je: kan het met bestaande software? Is er een open source alternatief? Kan ik aansluiten bij een bestaand project? In Nederland kennen we "Open, tenzij", de richtlijn dat overheidssoftware open source moet zijn tenzij er gegronde redenen zijn om dat niet te doen.
In theorie.
Het resultaat is overal hetzelfde: overheden die zeggen dat ze samenwerken, maar in werkelijkheid eilandjes bouwen.
In de praktijk valt die weging bijna altijd uit in het voordeel van zelf bouwen. Ik heb het tientallen keren zien gebeuren, en de redenen zijn deprimerend voorspelbaar:
- NIH-syndroom — Not Invented Here. "Dat project past niet precies bij onze situatie." Natuurlijk niet. Geen enkel project past ooit precies. Bijdragen aan een project dat voor 80 procent past is bijna altijd slimmer dan 100 procent zelf bouwen. Toch kiest men keer op keer voor dat laatste.
- Politieke druk — Nationale soevereiniteit vertaalt zich naar "wij bouwen het zelf". Niet omdat het beter is, maar omdat het lekker staat in een beleidsbrief. "Minister opent eigen digitale werkplek" klinkt beter dan "Minister sluit aan bij Duits project".
- Onwetendheid — Simpelweg niet weten wat er al bestaat. Het open source landschap is groot en onoverzichtelijk. Het Het EU Open Source Solutions Catalogue (gelanceerd maart 2025, 640+ oplossingen) is een stap in de goede richting, maar wie kent het?
- Budgetten beschermen — Een project dat aansluit bij bestaande software kost minder. En minder budget betekent minder invloed. Minder invloed betekent minder bestaansrecht voor de afdeling. Ik heb het letterlijk horen zeggen in vergaderingen: "Als we aansluiten bij project X, wat doen wij dan nog?" Perverse prikkels die bouwen belonen en samenwerken bestraffen.
- De illusie van controle — Eigen code is code die je volledig beheerst. Tenminste, dat is de illusie. In werkelijkheid bouw je een systeem dat je in je eentje moet onderhouden, beveiligen en doorontwikkelen. Toch voelt het als controle, en in bureaucratieën is dat gevoel soms belangrijker dan de werkelijkheid.
Het resultaat is overal hetzelfde: overheden die zeggen dat ze samenwerken, maar in werkelijkheid eilandjes bouwen. Het is alsof je op een feest bent waar iemand in de hoek alleen met zichzelf staat te praten. Hij drinkt wel de drank op, hij gebruikt het terras, hij profiteert van de muziek, maar hij praat met niemand. Hij luistert naar niemand. Hij draagt niks bij. En aan het einde van de avond is hij ervan overtuigd dat hij het meest intellectuele gesprek van de avond heeft gevoerd. Open source als feest, overheden als die gast in de hoek.
Dit is een ingekorte versie van het artikel dat verscheen bij open source werken. Lees HIER het hele artikel, waarin Ruben van der Linde in een casestudy een vergelijking maakt tussen OpenDesk en La Suite Numérique.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.