Vorige week schiep het kabinet met een reeks Kamerbrieven helderheid over zijn cloudbeleid. De richting is duidelijk en verstandig: het kabinet wil de Nederlandse en Europese cloudsector versterken om de afhankelijkheid van Amerikaanse diensten in te perken. Er komen strengere eisen. E-mailservers en documentbeheer bij voorkeur op interne servers, publieke cloud voor bijzondere persoonsgegevens wordt afgeraden, en bestaande oplossingen worden met een overgangstermijn gemigreerd.
Soevereine AI vraagt om uitvoering, niet alleen om beleid
Wat betekent het om een keuze te maken? Soms is het besluit om nog geen besluit te nemen ook een keuze, met gevolgen.
Wat opvalt, is de behoedzaamheid eromheen. Het kabinet spreekt zich nog niet onomwonden uit voor een voorkeursbeleid voor Europese en nationale aanbieders, en verwijst voor de concrete invulling naar Europese kaders die nog moeten landen. De harde keuze, een expliciet "Europees, tenzij" wordt vooruitgeschoven. Eerst maar eens uniforme criteria en wettelijke kaders.
En daar zit mijn ongemak. Niet omdat er niets gebeurt. De CIO Rijk heeft sinds begin dit jaar meer doorzettingsmacht en zegt terecht "we zitten nu in de fase van het doen". Maar tussen die ambitie en de uitvoering ontstaat een gat dat op twee plekken zichtbaar wordt: de tijd en het geld.
Een migratiehorizon die tot 2029 reikt, is in het tempo van deze technologie een eeuwigheid. De afhankelijkheid waar we ons zorgen over maken, groeit niet in dat tempo mee, die groeit nú, bij elke nieuwe AI-dienst die een organisatie in gebruik neemt. En een opdracht zonder bijbehorend budget is, hoe je het ook wendt, vooral een intentie. Wie migratie, eigen kennisopbouw en soevereine infrastructuur verwacht zonder daar middelen tegenover te zetten, vraagt de facto om beleid dat zichzelf niet kan waarmaken. We kennen dat patroon: bij de AVG was jaren van tevoren bekend wat eraan kwam, maar de actie kwam pas toen het niet anders meer kon.
Het risico is dus niet dat het kabinet de verkeerde richting kiest. De richting klopt. Het risico is dat kaders en criteria het werk gaan vervangen in plaats van het te versnellen, dat we het gesprek over definities en frameworks blijven voeren terwijl de afhankelijkheid zich verder nestelt.
Hoe concreet handelen eruitziet
Juist daarom is het de moeite waard om te kijken naar bewegingen die niet op een kader wachten. Het onlangs aangekondigde partnerschap tussen Cognizant en het Europese Domyn is er zo een. De twee leveren soevereine AI: oplossingen waarbij data binnen een door de organisatie zelf gecontroleerde omgeving blijft, on-premise of in een private cloud en met naleving van Europese kaders en menselijk toezicht ingebouwd vanaf het ontwerp.
Het aardige is dat dit precies de dingen adresseert waar beleid nu omheen cirkelt. Niet de vraag "wat is de juiste definitie van soevereiniteit", maar "hoe zetten we een werkende, controleerbare AI-omgeving neer binnen de eigen grenzen". Niet een horizon van jaren, maar een propositie die er is. Voorop staat dat het overheidsbeleid leidend blijft. De markt kan en mag de politieke keuze niet maken, maar het laat wel zien dat de bouwstenen bestaan, en dat de belemmering zelden technisch is.
Dat brengt me bij de kern. Digitale soevereiniteit gaat, zoals de CIO Rijk het treffend zei, over leiderschap, keuzes maken en durven. Kaders geven richting, maar richting is geen beweging. De vraag die ik bestuurders zou willen meegeven is niet of het beleid klopt, maar of we onszelf de tijd en de middelen gunnen om het waar te maken voordat de afhankelijkheid de keuze voor ons maakt.
Dit is een blog over een gevoelig en actueel beleidsthema; de weergave van het kabinetsbeleid is gebaseerd op de berichtgeving van dit moment en kan door nieuwe Kamerstukken achterhaald raken. Lees het volledige persbericht over de samenwerking tussen Domyn en Cognizant hier.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.