Aanleiding voor het Wetsvoorstel gegevensvergaring openbare ordewaren rellen, zoals de extreemrechtse Malieveldrellen en de rellen op de boulevard van Scheveningen van vorig jaar. De politie wil graag oproepen op sociale media of chatdiensten, zoals Telegram, kunnen gebruiken om mensen te volgen. Het idee is dat ze relschoppers zo eerder in de gaten kan krijgen en mogelijk de demonstraties de kop in kan drukken als deze uit de hand dreigen te lopen.
Ministerraad wil dat politie sociale media mag scannen
Het kabinet wil dat de politie meer bevoegdheden krijgt om ernstige verstoringen van de openbare orde te voorkomen. Voorstel is dat de politie persoonsgegevens uit het openbare deel van het internet en online gegevens mag verzamelen, mits er vermoedens bestaan dat zij hierbij een belangrijke rol spelen.
Op dit moment mag de politie geen gegevens uit die openbare bronnen gebruiken. Daarvoor is onder de AVG en de Wet politiegegevens een grondslag nodig. De politie kan deze bevoegdheden dan uitoefenen onder gezag en verantwoordelijkheid van de burgemeester.
Het wetsvoorstel ging op 4 juli 2025 in consultatie gegaan en is bedoeld om de huidige Politiewet 2012 aan te vullen. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Raad van State voor advies. Hierna gaat het door voor behandeling in de Tweede Kamer. Na goedkeuring door de Eerste Kamer treedt de wet pas in werking.
De wet moet volgens het AP garanderen dat elke zoekactie naar niet-verdachte burgers is beperkt tot datgene wat strikt noodzakelijk is
Kritische reacties
In februari ontving de Nationale Politie nog de Big Brother Award 2025, omdat ze zonder wettelijke grondslag activisten via sociale media monitorden en hen vervolgens thuis opzochten. Met de Big Brother Awards vraagt burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom jaarlijks aandacht voor personen, bedrijven en overheden die een grove inbreuk hebben gemaakt op onze communicatievrijheid en privacy.
In verband met de impact van het wetsvoorstel op de levenssfeer van mensen zijn volgens de minister van JenV stevige waarborgen ingebouwd. De Autoriteit Persoonsgegevens vindt echter dat het wetsvoorstel mensen onvoldoende bescherming biedt. ‘Het risico hiervan is dat het verzamelen van informatie ongericht gebeurt of verder gaat dan noodzakelijk is’, aldus de AP. De wet zou volgens het AP uitdrukkelijk moeten garanderen dat elke zoekactie naar niet-verdachte burgers beperkt is tot datgene wat strikt noodzakelijk is. In welke bronnen de politie mag zoeken, hoe vaak de politie zoekt, en naar welke soorten persoonsgegevens.
Ook de Nederlandse Orde van Advocaten vond dat 'rechtsbescherming niet of nauwelijks aandacht kreeg' in het voorstel. Daarnaast is er kritiek van het College voor de Rechten van de Mens, dat vreest voor 'aanzienlijke grondrechtelijke risico's'. Het College is bang dat de wet in de toekomst aan function creep ten onder gaat, ofwel dat de wet wordt ingezet voor andere (lees: minder ernstige) doelen dan nu de bedoeling is. Bij een internetconsultatie over het wetsvoorstel klonken ook kritische reacties van burgers op het voorstel.
Regioburgemeesters hebben zorgen over de hoge administratieve lasten en de complexiteit van de voorgestelde waarborgen, waardoor de inzet tijdrovend kan zijn.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Dit vraagstuk zouden we moeten plaatsen in de balans tussen surveillance, sousveillance en equiveillance, omdat het hier de facto gaat over de machtsverhoudingen tussen burgers en autoriteiten. Het beschermen van privacy is niet alleen een individueel recht, maar ook een noodzakelijke voorwaarde om een evenwichtige en rechtvaardige samenleving te waarborgen. Tot zover zullen de meesten het eens zijn ... maar nu HOE? Bij Surveillance (toezicht van bovenaf) loop je het risico dat privacy ondergeschikt wordt gemaakt aan veiligheid en controle. Er is dat risico dat autoriteiten buitensporige hoeveelheden persoonlijke data verzamelen, wat kan leiden tot massasurveillance en machtsmisbruik. De uitdaging zit hier in de potentie op disproportioneel gebruik van analysetools. Als burgers de controle verliezen over hun persoonlijke gegevens, wordt de macht van de overheid vergroot en wordt de machtsbalans verstoort.
Nie fijn. Er bestaat echter ook zoiets als Sousveillance (toezicht van onderaf).
Bij sousveillance ligt de nadruk op het vergroten van transparantie en verantwoording van autoriteiten, maar dit kan weer ten koste gaan van de privacy van andere individuen, waaronder politieagenten of andere betrokkenen. Ook nie handig.
Het filmen en delen van social media uitingen en beelden kan dus net zo goed de privacy van de autoriteiten als van de omstanders schenden. (denk aan het filmen van vermeende Romeo's) Zo ontstaat een spanningsveld tussen het recht op privacy en het recht op informatie en vrije meningsuiting. Als een burger politieoptreden filmt tijdens een demonstratie en dit online deelt kan dat zowel transparantie bieden als onterecht personen identificeren, wat tot reputatieschade kan leiden. Je zal daar maar net je hondje uitlaten. Tot slot kent de samenleving het concept equiveillance (Balans in toezicht), waarbij privacy centraal staat als basis voor een evenwichtige machtsverhouding. Door privacy te waarborgen voor zowel burgers als autoriteiten, blijft de balans tussen toezicht en verantwoordelijkheid behouden ... en dan pas komen we op het vlak van techniek. Daar zijn uitstekende oplossingen voor, zoals Privacy Enhancing Technologies (PET) die het mogelijk maken om data anoniem te analyseren, waardoor privacy wordt beschermd terwijl veiligheid toch wordt gewaarborgd. Zeker in combinatie met transparante beleidsmaatregelen en onafhankelijke controles die ervoor zorgen dat privacy niet wordt opgeofferd aan controle. Dan kan de politie prima sentiment-analyse gebruiken om dreigingen te herkennen, maar zij past differential privacy toe om ervoor te zorgen dat individuele gegevens niet herleidbaar zijn en alleen gewaarmerkte functionarissen toegang tot die beelden krijgen. Dit is dus geen binaire discussie (wellus/nietus). Het heeft ook geen zin om politieke dynamiek toe te voegen. Uiteindelijk komt toch alles neer op data context onder Legal Engineering. Digitaal wéten wie iets mag of moet, wie rechten of plichten heeft. Daarin zit niets dat de rechtsfilosofie al niet heeft bedacht. Foucault sprak al over de "pastorale macht" (het waken over een kudde) toen hij zich afvroeg of verzet tegen surveillance altijd wenselijk - laat staan - mogelijk is. Jeremy Bentham’s panopticon herkennen we dankzij Tolkien als het Alziende Oog (zie de recente Palantir discussie). "Waar de ‘weinigen’ alles zien zonder ooit gezien te worden, terwijl de menigte zich in al haar naaktheid bekeken weet, zonder ooit echt te zien wie hen begluurt." Niemand heeft moeite met een babyfoon (sousveillance) Niemand heeft moeite met het synopticon (wanneer velen naar enkelingen kijken, zoals roddelbladen naar BN-ers). Diezelfde gebruikers van sociale media vinden het al tijden doodnormaal dat zelfs hun gedachten doorzoekbaar zijn dankzij #, sociometrie, demografie en psychometrie. Het Spatial Web is in opkomst: data gekoppeld aan fysieke locatie, wat zich vertaalt naar lokale jurisdictie. Er is zoveel mogelijk om hiërarchieën van toezicht, identiteit, zekerheid en vertrouwen strak afgesteld af te zetten tegen noties van privacy. Dit is ook niet alleen een privacy discussie, maar een heel mozaïek van ethische standpunten. Daar zou met een koel hoofd naar gekeken moeten worden en niet vol romantisch individualisme, als mentale slangenkuil vol losse noties van autoriteit en gelijkwaardigheid, zelfexpressie en collectieve actie, machismo en inclusie. Bottom line is dit het domein van de ‘geschillen’. Het gaat om een Orde van Waarde tussen alle betrokken actoren, die hun notie van onrecht moeten kunnen bewijzen binnen een onderhandelingsspel van normatieve beginselen, die door alle actoren moet worden onderkend. Geschillen brengen zeer diffuse en meervoudige relaties naar de eerste plaats. Het gaat in deze discussie dus niet om simpele tegenstellingen, maar om een mobilisatie van verschillende modi van autonomie, rechten en disposities van aanvaardbaarheid. Technisch? No problem.